Nieuwsbrief Nr. 112 - juli 2019

Volgende rondleiding : Zondag 29 september Romeinse en eigentijdse graven rond Tienen


De tumuli van Grimde zijn het graf-monument van een vooraanstaande inwoner van de Romeinse vicus die nabij Tienen lag. Ze werden aangelegd langs de Romeinse hoofdweg. Het grafmonument bestaat uit 3 aangelegde heuvels met een hoogte van meer dan 10 meter, die in 1892 werden opgegraven.


Onder leiding van onze gids bezoeken we de tumuli en de tentoonstelling ‘Rituelen van leven en dood’, waar (graf)vondsten uit de Tumuli en de Tiense vicus getoond worden. Na het museumbezoek gaan we naar Necropolis, een uniek monument voor Belgische gesneuvelden uit WOI in de Sint-Pieterskerk te Grimde.  We wer-pen ook een blik op de begraafplaats rondom.
 
Afspraak:
    10.30 uur - Grote Markt Tienen,  
                       Museum Het Toreke
    14.00 uur - Grimde aan de 
                      archeologische site
 
Inschrijvingen (max. 15 personen  per rond-leiding) dienen te gebeuren via Frans Van de Vondel
[email protected]
GSM: 0473/26 49 98 - Tel.: 03/449 92 37
 
€ 5 voor leden vzw Grafzerkje,
€ 9 voor niet-leden, betaling ter plaatse.
- de vermelde deelnameprijzen zijn wel per rondleiding en worden bij voorkeur voorafgaandelijk gestort op verenigingsrekening BE37 7360 0104 4028.

Week van de Begraafplaatsen - 27 mei 2019 Afscheid van mens en dier


Bij het begin van de Week van de Begraafplaatsen keek Grafzerkje achter de schermen van het uitvaartbedrijf. Er werden maar liefst twee bedrijfsbezoeken gebracht: eentje aan Begrafenissen Pues voor het baasje en eentje aan dierencrematorium Adio voor ‘mans best friend’.
 
Tekst Joeri Mertens
Foto’s: Tamara Ingels


Begrafenissen Pues bestaat sinds 1900 en heeft vier vestigingen in Vlaams-Brabant en Antwerpen. Vandaag zijn we vier generaties verder. Tom Pues, zijn echtgenote Lieve Vanwyngaerden en schoonbroer Kristof Lorent leiden het bedrijf met grote passie. De Grafzerkjes worden ontvangen in de in 2009 opgetrokken hoofdvestiging in Herent.

Tom benadrukt dat het uitvaartbedrijf sterk wijzigde. Het opbaren in de voorplaats geholpen door buren en vrienden en gevolgd door de begrafenis binnen de 2 tot 3 dagen, is voltooid verleden tijd. Vandaag is de uitvaart in handen van een professional die de begrafenis samen met de nabestaanden regelt. Waarbij de persoonlijke uitvaart met aandacht voor de verlangens van overledene en nabestaanden, aan belang gewonnen heeft.

Om de contacten met nabestaanden gemakkelijker te laten verlopen zijn er in het gebouw kleine gespreksruimtes ingericht en een toonzaal met kisten en urnen. Het gebouw heeft verschillende begroetingsruimten waar families in intieme groep kunnen afscheid nemen en twee grote afscheidsruimten waar een grote uitvaart kan plaats vinden.


Verzorgingsruimten


Het bezoek bracht de Grafzerkjes achter de schermen. De verzorgingsruimten kwamen aan bod. Daar wordt het lichaam gewassen en opgemaakt. Het zijn vreemde ruimten: hel verlicht, klinisch en hygiënisch langs de ene kant terwijl de maquillage met bijhorende borsteltjes en poedertjes een grote menselijkheid suggereren. Het dode lichaam wordt hier opgesmukt voor een laatste groet. Tom vertelt over het belangrijke werk dat hier gebeurt. Het is voor nabestaanden een troost om de overledene toch nog te kunnen groeten, ook al ging die door een langdurige ziekte of heeft een ongeval de overledene zwaar verminkt.

Garage


In de garage wacht toch wel een verrassing met een indrukwekkende collectie van ‘corbillards’. Er is een keuze van zowel oude als moderne wagens. Indien gewenst wordt er zelfs naar een bijzondere wagen gezocht om de uitvaart persoonlijk te maken.
Maar de garage had nog een onverwachte verrassing: in de winter moet je namelijk niet sneeuwruimen want de oprit is verwarmd!
Aan alle verwachtingen wordt tegemoet gekomen op het kantoor. Daar wordt niet enkel de uitvaart zelf geregeld maar ook de overlijdensbrieven, prentjes, teksten, papierwerk met de gemeente, crematorium enzovoort. Tot slot heeft Pues ook een drukkerij waar ze het drukwerk in eigen beheer produceren.

Het bezoek werd genereus afgesloten in de ruimte waar de koffietafels doorgaan. Er werd nagekeuveld bij een glaasje en een hapje.


Dezelfde dag stond ook dierencrematorium Adio in Tessenderlo op het programma.

Sinds 2016 kunnen dierenliefhebbers in dit eenmansbedrijf terecht om hun gezelschapsdieren een waardig afscheid te geven. Met grotere dieren en hoevedieren kan je voorlopig enkel terecht in Luik of Nederland. 
De vraag naar een dierencrematorium kwam zowel vanuit de dierenliefhebbers als vanuit de dierenartsen en groeide sterk de voorbije tien jaar. Het is een vraag die vanuit de Verenigd Staten overwaaide naar Europa. Er bestaat geen echte opleiding voor een dierencrematorium of dierenuitvaartcentrum. Bart Gielen, de eigenaar van het crematorium volgde een opleiding rouwverwerking wat hij combineerde met de kennis van zijn echtgenote die dierenarts is. Eigenlijk is het afscheid niet anders of niet minder sterk omdat het om een dier gaat. Nabestaanden willen praten en delen.
Binnen de 10 minuten na aankomst is het dier opgebaard en kan de familie afscheid nemen. De crematie moet binnen de 24 uur gebeuren.

Onthaalruimte en afscheidsruimte

het rouwcentrum voor mensen. Er is een onthaalruimte, afscheidsruimte en crematieruimte. Licht is van groot belang met een reeks grote ramen en een patiotuin. De inrichting is groots, sober maar eveneens intiem. Er is een opvallend open onthaal- /winkelruimte waar rustig een asurn of asjuweel kan gekozen worden. Aansluitend zijn er kleine onthaalruimten waar de dierenliefhebbers op verhaal kunnen komen. Ernaast liggen de zalen waar het dier opgebaard wordt. Daar kan afscheid genomen worden. Het zijn vooral de intiemere ruimten die gebruikt worden. Afscheid van een dier neem je in familiale kring.
Indien de baasjes dat wensen kunnen ze mee naar de crematieruimte zelf waar ze het dier in de oven zien gaan. Achter de schermen is er van de elegante inrichting van de afscheidsruimte geen sprake meer. Hygiëne en functionaliteit heersen ook hier. De lijkwagen, koelcellen en crematieoven staan er naast elkaar, in logische volgorde van gebruik. De ruimte wordt industrieel verlicht.

Verbrandingsoven


De oven is het technische hart van het bedrijf. De crematieoven kan langs twee zijden gebruikt worden. Een crematie duurt 2 tot 3 uur. Na de crematie moeten de assen koelen en de door de hitte broos geworden beenderen worden vermalen. Ondertussen kan de familie bijpraten of een broodje eten in een afzonderlijke ruimte.


De familie ontvangt na de crematie de assen, een plukje haar, een gipsafdruk van het pootje en een pootafdruk op een afscheidskaart.


Wie dat wenst kan zijn huisdier in de crematietuin uitstrooien. Ongeveer 1% van de gecremeerde dieren eindigen in de tuin. Dat zijn meestal de dieren die door een dierenarts worden aangeleverd en collectief worden gecremeerd. De anderen keren met hun baasje terug huiswaarts.


Rijmenam - soms kunnen rondleidingen wel eens leiden tot nieuwe vragen…


Tijdens een bezoek aan de Sint-Martinuskerk van Rijmenam en het kerkhof, ingericht door de Rijmenamse Heemkring, riep het oudste grafmonument nieuwe vragen op... Luc Van Geel van de Heemkring vertelde maar al te graag over dit monument en zijn eigenaars terwijl Marc Swinnen in het verleden al heel wat opzoekwerk deed naar het ontstaan en evolutie van het welbekende IHS-monogram.


Het IHS-monogram: herkomst en betekenis

Over christelijke symbolen en monogrammen en hun evolutie werden doorheen de tijden behoorlijk wat boeken geschreven. Hieronder een zeer beknopte historiek van dit welbekende monogram.
 
Tekst: Marc Swinnen
Foto’s: Marc Swinnen en
Lin Verbeemen


Op majolica-aardewerk van de 15de tot de 17de eeuw (en op grafzerken en kerkgevels vanaf de 17de eeuw) treffen we regelmatig een Christusmonogram aan dat in de loop der tijden een aantal wijzigingen onderging en gaandeweg ook zijn betekenis grotendeels zag afgezwakt worden.
 Het zogenaamde IHS-monogram is ontstaan uit de afkorting van de Griekse schrijfwijze van de naam Jesus (Jezus), ΙΗΣ, met erboven een afkortingsstreep, zoals die reeds op Vroeg-Christelijke voorstellingen uit de 3de eeuw in Klein-Azië verschijnt.
In kleine letter geeft dat ιης.
Door de teloorgang van de kennis van het Grieks en het verheffen van het Latijn tot de taal van de liturgie evolueerde dit tot ihs, of in hoofdletter IHS. Die verschuiving vond wellicht al plaats vanaf de 6de-7de eeuw.
In het Gotische minuskelschrift (dat in de vorm ihs dicht aanleunt bij het Griekse ιης)  liep de afkortingsstreep door het beentje van de h waardoor de combinatie werd gezien als een voorstelling van het kruis op Golgotha.
Vandaar dat men in de afkorting IHS
(in hoofdletters) een kruis boven de H ging gebruiken.
Omdat de oorspronkelijke betekenis zo deels verloren ging, zocht men een
volksetymologische oplossing voor de afkorting IHS.
Dat gaf het ontstaan aan verschillende verklaringen zoals:
 
- Jesus, Hominum Salvator:
  Jezus, Redder van de mensen
- In Hoc Signo (vinces):
  In dit teken (zult gij overwinnen) 
- In hoc signo, is het devies van de Jezuïeten die het monogram, aangevuld met een kruis boven de H en onderaan de drie nagels van de kruisiging, in hun wapen opnamen en op al hun kerken lieten aanbrengen in de voorgevel)
- In In Hoc Salus: In deze is het Heil.
 
En zelfs Nederlandse versies komen voor:
- Jesus Heiland Salichmaeker
- Jesus Hart Smart
Uiteindelijk zou het IHS-monogram verworden tot een louter “motief” waarin men wel nog de christelijke grondslag herkende maar de betekenis toch grotendeels verloren ging.
 
Daarmee is het onder te brengen in de reeks van gelijkaardige christelijke lettercombinaties als R.I.P., INRI en D.O.M.
 


 
Bronnen
Foto 1: Oneindig Noord-Holland: https://onh.nl/verhaal/
Foto 2: medievalesque.png
Foto 3: symboldictionary.net

 

Rijmenam Jan Versweyven en Anna Van den Eynde


Tekst: Luc Vangeel
Foto's : Lin Verbeemen

De oudste grafplaat op het kerkhof van Rijmenam behoort toe aan de echtelieden Jan Versweyven en Anna Van den Eynde (ze huwden in 1629 op 7 januari te Rijmenam).



Jan overleed op 22 februari 1633, terwijl Anna hem toch wel behoorlijk wat jaartjes overleefde en pas op 10 mei 1674 overleed. Ze hadden minstens drie kinderen die allemaal in Rijmenam werden geboren. Jan Versweyven was er schepen. 
Een schepen was geen politieke figuur zoals nu, maar een soort wetsdienaar die erop moest toezien dat de costuymen in een dorp werden nageleefd. Hij zetelde in een  schepenbank die afhankelijk van de vorm van jurisdictie uit vier of zeven schepenen (hoewel ook andere aantallen mogelijk waren) bestond. De schepenen kwamen veelal uit de leidinggevende geslachten. Een schepenambt bleef soms eeuwenlang in een familieverband verankerd. De familie Ver-sweyven was een belangrijke Rijmenamse familie die in de loop van de 20ste eeuw in ons dorp is uitgestorven, bij gebrek aan mannelijke nakomelingen. Er leven nog wel aanverwanten van deze familie in Rijmenam. De grafsteen heeft jarenlang daar in de buurt gelegen, totdat hij in de jaren 60/70 op de huidige plaats tegen de sacristiemuur werd vastgemetseld.

Funeraire symboliek: Olielamp


Een foto van kunstenaar Walter Brems
Het in oorsprong kleine terracotta olielampje (het oudste teruggevonden dateert van ongeveer 12.000 vC.) staat in al zijn opvolgers (in funeraire context) symbool voor het licht dat de overledene de weg wijst doorheen de duisternis van het dodenrijk. Het licht naar het eeuwig leven, naar de zo betrachte onsterfelijkheid. Dolende zielen, geesten, schimmen van overledenen die geen rust vonden en de in hun kielzog dwalende demonen, werden o.a. via het licht van olielampen weggehouden van het kerkhof om de sociale ontmoetingsplaats, die het kerkhof in een traditionele dorpsgemeenschap was, te beschermen. Licht en duisternis worden al eeuwenlang geassocieerd, enerzijds met het positieve en anderzijds met het negatieve. Het licht staat symbool voor het eeuwige leven. Het verwijst nog steeds naar de winterzonnewende, het Germaanse midwinterfeest (het joelfeest), het feest van het Romeinse Sol Invictus of de Mithras-cultus. De overwinning van het licht op de duisternis, ‘de onoverwinnelijke zon’, een gegeven dat later uit de ‘dies natalis solis invicti’ door de christenen werd overgenomen als het kerstfeest.
 
www.walterbrems.be

Vijf kunstenaarsgraven beschermd in de Vlaamse Rand Op 20 mei 2019 ondertekende minister Bourgeois de definitieve bescherming van vijf kunstenaarsgraven.


Het is de eerste keer dat een reeks van kunstenaarsgraven als één pakket door de minister getekend wordt.
Daarmee onderschrijft de Vlaamse regering het belang van de kunsten voor Vlaanderen.
Niet voor niets is de internationale leuze van Vlaanderen ‘State of the Arts’. 
De graftekens hebben een artistieke ‘personal touch’ die ze net dat iets meer geeft. De vijf graftekens verwijzen expliciet naar het kunstenaarschap van de overledene door middel van een opschrift of een kunstwerk. We stellen de recent beschermde monumenten graag aan je voor.
 
Tekst en foto’s: Joeri Mertens
 

Oscar De Clerck

Het grafteken voor Oscar De Clerck wordt beschermd omwille van de historische en architecturale waarden. De beeldhouwer ligt begraven in Zaventem (Sint-Stevens-Woluwe) op de begraafplaats in de Sint-Stefaansstraat.

Hoewel het graf van Alfons Hoppenbrouwers (1930-2001) de aanleiding was om het kerkhof te onderzoeken leverde bijkomend archiefonderzoek boeiende resultaten op die toelieten om niet enkel het grafteken maar de volledige begraafplaats als monument te beschermen. De huidige aanleg van de begraafplaats gaat immers terug tot een renovatie uit 1979 naar ontwerp van Hoppenbrouwers zelf! Hoppenbrouwers voorzag de begraafplaats van een structuur in licht gewapende beton, inclusief betonnen treden om de helling te overbruggen. De graftuinen werden ingezaaid met gras.
Alfons Hoppenbrouwers werd geboren in Antwerpen. Hij trad op 16-jarige leeftijd in bij de Broeders van de Christelijke Scholen en studeerde in 1957 af aan de Katholieke Universiteit van Leuven als burgerlijk ingenieur-architect. Op 30-jarige leeftijd startte hij zijn eigen architectuurbureau in Schaarbeek. Hoppenbrouwers werkte graag met de ruwe vormen van beton, stucco en glas. Hij had reeds in de jaren 1960 aandacht voor duurzaamheid en leefbaarheid in zijn architectuur. Naast architect was Hoppenbrouwers een groot pedagoog én stichter van het Sint-Lucasarchief.
De begraafplaatsen van de Broeders van de Christelijke Scholen dateert uit 1899. Ze ligt op een hellend terrein in het Vallenbergbos en is met een bakstenen muur omgeven. De calvarie dateert uit 1912. De huidige betonnen stèles dateren uit de periode 1930-1932. De stèles verjongen naar boven toe en lopen uit op een gebogen hoofdstuk dat steunt op eenvoudige oortjes. In de top van de stèle staat langs de voor- en achterzijde een verdiept Grieks kruis. De achtergrond was vermoedelijk wit geschilderd. Op de stèles hangen hardstenen tekstplaten met daarop de namen van de overledenen en hun geboorte- en sterfjaar. Een porseleinfoto siert de stèles. De stèles staan opgesteld op de grens van twee kop-aan-kop ingerichte grafpercelen en worden gebruikt langs beide zijden. Zoals hoger geschreven renoveerde Alfons Hoppenbrouwers de site in 1979.
 

Alfons Hoppenbrouwers en de begraafplaats van de Broeders van de Christelijke Scholen

De begraafplaats van de Broeders van de Christelijke Scholen met het graf van Alfons Hoppenbrouwers en de ernaast gelegen begraafplaats voor de Broeders en Zusters van Don Bosco zijn beschermd omwille van de historische en architecturale waarde. De begraafplaatsen liggen in de Sint-Wivinadreef in Dilbeek (Groot-Bijgaarden).


De beeldhouwer Oscar De Clerck (1892-1968) werd in Oostende geboren. Hij kreeg nationale bekendheid door de fonteinsculptuur ‘Vogelenzang’ op de wereldtentoonstelling van Gent in 1913. Na de Eerste Wereldoorlog bereikte De Clerck’s helder-constructieve stijl zijn hoogtepunt. Kubisme, expressionisme, art deco, Afrikaanse en oosterse invloeden en zelfs het classicisme inspireerden hem. In 1934 werd hij benoemd tot leraar aan de Leuvense kunstacademie waar hij van 1945 tot oktober 1958 ook directeur was.
Het modernistisch grafteken bestaat uit een gefrijnde bodemplaat met verhoogde zerk en licht overstekende dekplaat. Erachter staat een vrijstaande smalle rechthoekige stèle met een bronzen portret van de beeldhouwer. Op de voorzijde van de bo-demplaat staat in verdiepte letters “Bestendige vergunning” en “Menten Julien/ St-Truiden”. Voor de zerk werd een gedenksteen aangebracht met in opgelegde metalen letters “Un grand/ sculpteur/ du XXe siecle” en een palmtak met de medaille en de letters SLdH. De palmtak verwijst naar Oscar De Clerck’s opname als Officier de l’Ordre des Palmes Académiques en de letters naar zijn benoeming tot Chevalier de la Légion d’Honneur. De zerk werd voorzien van een epitaaf uitgevoerd in fraai vormgegeven opliggende letters: “1892-1968/ Oscar De Clerck/ kunstbeeldhouwer/ er.dir.acad.scho.kunst.Leuven/chev.legion d’honneur/off. Kroon Leopoldsorde” en “1915-1972/ Marie-Therese Dommary”. Op de zerk ligt een hardstenen Grieks kruis.

Jean Brusselmans

Het grafteken voor Jean Brusselmans is omwille van zijn historische en architecturale waarde beschermd. Jean Brusselmans ligt begraven op de begraafplaats d’Arconatistraat in Dilbeek.

Het grafteken voor Jean Brusselmans is omwille van zijn historische en architecturale waarde beschermd. Jean Brusselmans ligt begraven op de begraafplaats d’Arconatistraat in Dilbeek.
 
De kunstschilder Jean Brusselmans (1884-1953) werd in Brussel geboren en vestigde zich in 1924 in Dilbeek. Daar schilderde hij in zijn typerende materialiteit het omgevende Pajottenland, de boeren en de arbeiders.  Het grafteken werd opgericht bij de dood van Marie-Louise Frisch, de echtgenote van Jean Brusselmans, in 1943 of bij de dood van Jean Brusselmans in 1953. De modernistische grafsteen is even sober en direct als zijn schilderijen. Een  rechthoekige grafplaat dekt de graven van het echtpaar Brusselmans-Frisch af. Erbovenop ligt een kleine hardstenen zerk met opgelegde metalen letters “J.B Brusselmans / J. Marie Frisch” en een stèle met ingekapte letters. Op de stèle staat in het typische handschrift van Jean Brusselmans het opschrift “L’existence/ d’un artiste/ est toujours/ héroique/ Jean Brusselmans”.

Het Opus 2 van Victor Servranckx

Het grafteken voor de kunstschilder, beeldhouwer, architect en theoreticus Victor Servranckx is beschermd omwille van de historische, architecturale en artistieke redenen. De kunstenaar ligt begraven op de gemeentelijke begraafplaats van Machelen langs de Zaventemsesteenweg.


Victor Servranckx (1897-1965) werd geboren in Diegem. Hij ging in 1913 studeren aan de Academie voor Schone Kunsten in Brussel. In 1917 nam hij deel aan zijn eerste groepstentoonstelling in de vooraanstaande Brusselse Galerie Georges Giroux. Servranckx behoorde tot de eerste generatie abstracte kunstenaars in België (1915-1930). Voor Victor Servranckx lag schoonheid in de rationele wiskundige verhoudingen van lijnen en kleuren met beperkte en later zelfs zonder figuratie. Naast schilder was hij ook beeldend kunstenaar. Servranckx gaf zijn werken steeds een dubbele benaming: het jaartal gevolgd door het woord ‘Opus’ en een nummer. Elk jaar begon hij terug bij 1 te tellen.
In 1930 stapte Servranckx in het huwelijksbootje. Het werd een ongelukkig huwelijk. Vanaf 1953 leefde Victor samen met Angeline Turcksin (1906-1997), zijn huishoudhulp en grote liefde. Het overlijden van Victors eerste echtgenote in 1965 opende voor Servranckx en Angeline de weg naar een huwelijk. Victor Servranckx overleed enkele weken later op 11 december 1965. Hij werd begraven in zijn geboortedorp Diegem.
Het grafteken voor de kunstenaar Victor Servranckx is vervaardigd door het in Brussel (Elsene) gevestigd grafmakersatelier Beernaert. Het grafteken bestaat uit een granieten zerk met daarop in opgelegde metalen letters het opschrift ‘Victor Servranckx/ Kunstschilder/ en beeldhouwer/ 1897-1965/ en zijn echtgenote/ Angeline Turcksin/ 1906-1997’. Bovenaan op de zerk ligt de cirkelvormige sculptuur “Opus 2” uit 1923 in blauwe hardsteen, gesigneerd Servranckx.

De Pelgrim van Pieter Braecke op een sokkel van Victor Horta

Het grafteken voor beeldhouwer Pieter Braecke is beschermd omwille van de historische en artistieke waarde. De art-nouveau-beeldhouwer ligt begraven op de begraafplaats van Zaventem (Nossegem), Namenstraat 60.


Pieter Braecke was zeer actief binnen de artistieke kringen van het fin-de-siècle. Hij nam deel aan de driejaarlijkse kunstsalons en werkte mee aan verschillende paviljoenen voor internationale tentoonstellingen. Braecke’s werk vertoont invloeden van het realisme, art nouveau en symbolisme.
Het grafteken voor Pieter Braecke werd vijf jaar na zijn dood uitgevoerd naar een ontwerp van de kunstenaar zelf. De sculptuur bestaat uit twee figuren: een oudere man en een kind.
In een brief uit 1939 wordt het beeld omschreven als “een oude man aan het eind van zijn leven met de pelgrimsstok in de hand. Zijn baard en haar worden door de wind gegeseld en de uitdrukking op zijn gezicht onthult een soort angst en bitterheid die ons doet denken aan het gezicht van de ‘Yser soldaat’. Voor de groep staat een jong kind aan het begin van zijn leven.”
Mogelijk is de oude man een zelfportret en alludeert de kinderfiguur op de onvervulde kinderwens van het echtpaar Braecke. De sculptuur is geplaatst op een door Victor Horta ontworpen sokkel uit 1943. Het is daarmee het laatste grafteken dat Victor Horta ontwierp en getuigt van zijn artistieke vernieuwingen na de Eerste Wereldoorlog.
Op de sokkel staat het opschrift “Pieter Braecke/ 1856” vierpuntige ster “1938/ E. Romeo/ 1875” vierpuntige ster “1971/ R.I.P.

Bronnen
- Onroerend Erfgoed, digitaal beschermingsdossier 4.001/23016/106.1, Het graf van de kunstschilder Jean Brusselmans in Dilbeek (MERTENS J. 2018).
- Onroerend Erfgoed, digitaal beschermingsdossier 4.001/23016/107.1, Begraafplaats van de Zusters en Broeders van Don Bosco en van de Broeders van de Christelijke Scholen met het graf van architect Alfons Hoppenbrouwers in Dilbeek (Groot-Bijgaarden en Sint-Ulrikskapelle) (MERTENS J. 2018).
-  Onroerend Erfgoed, digitaal beschermingsdossier 4. .001/23047/102.1, Het graf van de kunstenaar Victor Ser-
vranckx in Machelen (Diegem) (MERTENS J. 2018).
- Brief d.d. 17 juni 1939, Archief War Van Asten (bewaararchief: Catheline Metdepenninghe, informatie verstrekt door Catheline Metdepenninghe (30 maart 2018). n Onroerend Erfgoed, digitaal beschermingsdossier 4.001/23094/105.1, Het graf van de beeldhouwer Oscar De Clerck in Zaventem (Sint-Stevens-Woluwe) (MERTENS J. 2018). 


Wat doen Grafzerkjes zoal… Rob Cornelissen De zoektocht naar begraven oudstrijders gaat onverminderd verder


 In het januari-nummer (NB 109) kon u al uitvoerig het verhaal lezen over hoe vrijwilliger, Rob Cornelissen, zich niet alleen inzet voor het behoud van de Turnhoutse begraafplaats. Maar zich ook nog inzet om alle graven van de Turnhoutse gesneuvelde soldaten (WOI) in kaart te brengen. 14 soldaten werden er begraven, waarvan begin dit jaar al 8 werden teruggevonden. Ondertussen vond één van de vrijwilligers nog een negende naam terug - nog vijf te gaa
 
Tekst en fotos: Rob Cornelissen

Rob en enkele vrijwilligers, evenals leden van de plaatselijke Heemkundige Kring, ijveren naar historische  erfgoederkenning en behoud van de volledige begraafplaats.
 
In maart kreeg zelfs burgemeester Paul Van Miert een rondleiding om het belang van de volledige bescherming van de begraafplaats aan te kaarten.

Het teruggevonden graf van soldaat Karel Versteylen

Soldaat Versteylen Karel gesneuveld in oorlog 14-18, is terug gevonden door vrijwilliger Marc Van Hout.


Soldaat Versteylen Karel sneuvelde op 4 november 1916 in Pervijze, in de sector Ramskapelle.

Karel raakte bedolven onder het puin tijdens een beschieting. Zijn makkers konden hem nog uitgraven vanonder zijn schuilplaats. Hij werd nog vervoerd met de ambulance naar het militair hospitaal Cabour in Adinkerke, maar overleed om 16.30 uur aan zijn verwondingen. Hij werd begraven op de militaire begraafplaats van Adinkerke. Na de oorlog in 1921 werd soldaat Versteylen Karel ontgraven en zijn stoffelijk overschot werd naar de stedelijke begraafplaats in de Kwakkelstraat van Turnhout gebracht, waar hij nog ligt.

Soldaat Versteylen Karel ligt bij zijn ouders begraven op de Historische Begraafplaats van Turnhout.

Karel Jan Antoon Marie Jozef Versteylen was de zoon van Antonius Theodorus Maria Josephus Versteylen en Petronella Johanna Maria Mennen. Voor de oorlog woonde Karel bij zijn ouders in de Patersstraat nr 24 in Turnhout. Hij was leerling van de humaniora in het Sint-Jozefcollege te Turnhout en had nog geen beroep.

Soldaat Versteylen Karel was 18 jaar toen hij sneuvelde voor ons vaderland!


Het graf van soldaat Gerardus Van Houtven kreeg ondertussen een opknapbeurt

Grafzerk van soldaat Van Houtven Gerardus Joseph werd door vrijwilligers opgekuist. Ook werd het grafplaatje aangebracht door War Heritage Institute 14-18 met ondersteuning van Defensie.

Soldaat Van Houtven is erkend na de oorlog als soldaat 14-18.

Hij is begraven bij de Burgelijke Slachtoffers op de Historische Begraafplaats van Turnhout.


14 soldaten (‘14-’18) begraven in Turnhout


1. Bavelaar Leon Eugene   08/09/1918 overleden te Adinkerke 
2. Breugelmans L. 27/10/1918 niet bekend
3. E.H. Coveliers J.F.M   06/05/1917 niet bekend
4 Cremers F.                    11/07/1916 niet bekend
5 Kersemans S.  15/02/1920 niet bekend
6. Lambrechts H.E.   4/03/1919 niet bekend
7. de Fierlant Jean Alois    14/10/1918 overleden te Handzame
8 Eykens Albert Jean          10/11/1918 overleden te Baarle - Drongen
9 Goelen Adrien Joseph      03/10/1918 overleden te Oostnieuwkerke 
10 Grauwels Pierre Victor   29/06/1915 overleden te Fortem - Alveringem
11 Tubbax Joseph Jean       10/10/1918 overleden te Esen
12 Van Gorp Alph. Henri      11/10/1916 overleden te Turnhout
13 Van Houtven Gerard J.   08/11/1919 overleden te Luik
14 Versteylen Charl. Jean   04/11/1916 overleden te Ramskapelle
                                                        
Vijf soldaten werden nog
niet teruggevonden
 
-           Breugelmans Ludovicus (2)
-           E.H. Coveliers Jan (3)
-           Kersemans Stephanus Lucas Marie (5)
-           Lambrechts Henri Edmond (6)
-           Van Gorp Alphonse Henri (12)

Obiits: De heraldische liefdeknoop ontward


Tijdens onderzoek naar het funeraire erfgoed, obiits in Vlaanderen en België, ontmoet ik regelmatig rouwborden  waarop rond het wapenschild  een gouden – zelden rode koord – afgebeeld staat. Deze funeraire wapenborden zijn hoofdzakelijk toe te wijzen aan vrouwelijke titularissen waarvan haar  wapenschild (meestal ruit- of ovaalvormig) omgeven is door een gouden , rode of zilveren zogenaamde liefdeknoop. Uitzonderlijk wordt een  alliantiewapen door deze gordelkoord omvat. Zij worden afgebeeld op de grote rouwborden
Niet in alle heraldische literatuur staat deze liefdeknoop beschreven. Laat staan de symbolische betekenis ervan vermeld.
 
Tekst en foto’s: Stefan Crick voorzitter
Jacques baron Le Roy Genootschap
 (mei 2018)

C. Pama haalt in zijn “Heraldiek – Geschiedenis der familiewapens van de middeleeuwen tot heden” het heraldisch begrip aan: een geknoopt touw met kwasten aan de uiteinden. Hij verwijst eveneens naar het feit dat de oorsprong van dit gebruik niet algemeen aanvaard is. Volgens anderen zou dit gebruik voor het eerst aangewend zijn door Anna van Bretagne, ter herinnering aan haar eerste echtgenoot Charles VIII. De cordelière omvat haar wapen. Maar waarschijnlijk is dit heraldisch gebruik toch van een vroegere datum.
De cordelière is een breder begrip. Niet noodzakelijk als liefdeknoop bestemd, maar als een versierde  koord  met kwasten in  onder andere de heraldiek van de geestelijkheid..
Ook de lacs d’amour is een heraldische term. Oorspronkelijk  gebruikt door  het huis van Savoie, wordt de term als de nœud de Savoie, nodo di Savoia benoemd.
In de wereld van de vrijmetselarij is deze gekend als la houppe dentelée.
 
Duitse heraldici spreken van Liebesknoten.
In de Engelse heraldiek komt de liefdeknoop, loveknot, voor in het uitgebreide heraldisch arsenaal van knopen. Inderdaad, vele Engelse families hadden hun eigen “knots”: van Bourchier tot Wake knots., maar dit zijn geen love knots.
In het standaardwerk over “Hatchments in Britain – The Development and use of Hatchments”, Peter Summers, John E. Titterton, zijn geen verwijzingen naar het gebruik van de love knots te bespeuren. Raadpleging van de digitale inventaris van “Hatchments and armorial panels” naar de liefdeknopen leverden een negatief resultaat op.

Van handfasting tot liefdeknoop

Algemeen: vroeger werden knopen gelegd als symbool om een feit te wettigen. Omdat men niet kon schrijven, diende de knoop als een vervangmiddel van een geschreven contract. Vroeger werden knopen gelegd als symbool om iets te legaliseren. Zodra de knoop gelegd was, was de deal rond.

Een Keltische traditie

Tijdens een van mijn lezingen haalde ik bij de beschrijving van dit specifiek wapenonderdeel deze lacune aan. Inderdaad er is weinig bekend over de oorsprong van dit gebruik. Buiten alle verwachting werd deze open vraag beantwoord door een toehoorster, die een mogelijk logische oplossing gaf voor dit onbekend fenomeen. Zij verwijst als wicca, naar een oude Keltisch traditie, ritueel begeleid door de druïde,  waarbij de man en de vrouw hun handen aan elkaar vast binden met touw of lint, voordat zij gaan huwen. Vanaf dat moment hebben ze een jaar en een dag de tijd om hun relatie te test.
In latere tijden werden deze knopen en koorden bijvoorbeeld bij de verloving vervangen door metalen ringen.
De term handfasting, oftewel handbinding, stamt af van de gewoonte om de handen van de bruid en bruidegom aan elkaar te knopen tijdens die ceremonie, gebruik dat tot heden weer in bepaalde kringen nog in zwang is.
 
Een andere bewering: liefdeknopen waren oorspronkelijk liefdesuitingen, maar werden ook gebruikt als aanzoek tot het huwelijk. Later legde de minnaar de liefdeknoop op de drempel van het huis van zijn geliefde, waarna zij al of niet zijn liefdesbetuigingen aanvaardde.
 
Er is een sterk vermoeden dat de heraldiek gebruik heeft gemaakt van deze liefdeknoop om de binding tussen echtgenoten te bevestigen.
 
De liefdeknoop als onderdeel van het wapen op het rouwbord, is te vinden zowel rond de vrouwelijke ruitvorm als bij alliantiewapens. Dit heraldisch onderdeel wordt aangetroffen rond de periode einde 17de tot in de 20ste eeuw.

17de eeuw

Eén van de oudste sporen van het heraldische gebruik – de liefdeknoop – vinden we in de Mechelse Sint-Romboutskathedraal. Het rouwbord is gedateerd 1688 en is opgedragen aan Catherine de Dryver die geboren werd op 19 januari 1635 te Mechelen. Zij huwde op 27 november 1657 te Mechelen in de Begijnhofkerk met Pierre de Meester (1626-1691), aalmoezenier, en was de dochter van een bekende Mechelse brouwer, Jean de Dryver en Claire de Leeuw. Via haar relaties kreeg de familie de Meester toegang tot de Mechelse stadsmagistratuur. Zij overleed in Mechelen op 28 november 1688.
Baron Ghislain de Meester, die in het kasteel van Ramsdonk (Kapelle-op-den-Bos) woont, schonk in 2010 twee schilderijen aan de stad Mechelen. Vermoedelijk zijn ze van de hand van Jan Anthony Coxcie. De werken stellen het echtpaar Pieter de Meester en Catharina de Dryver voor. Beiden liggen begraven in de Sint-Romboutskathedraal in de kapel van het H. Sacrament.
Wapenbeschrijving: gedeeld alliantiewapen ; links het wapen de Meester  ; op een zwart veld een gouden gepaternosterd kruis. In zwart een gouden penningkruis of in zwart een kruis van 9 gouden penningen (MVDC).
Rechts het wapen van de Dryver.
In goud; drie groene palen; een zwart schildhoofd beladen met een klaverblad ter weerszijden vergezeld van een kubus, alles van goud. (MVDC).
Dit alles omgord door een rode liefdeknoop met aan het einde twee rode kwasten.

18de eeuw

In het Antwerpse voormalige Zilvermuseum Sterckshof hing het rouwbord van Marguerite Hellinx. Zij werd geboren te Luik in 1644 en huwde Louis van Colen de Brouchem (1644-1715) op 10 maart 1671. Zij overleed op 8 december 1707. Op de rugzijde van het rouwbord staat vermeld “Margareta Hellings, huysvrouwe van Louis van Colen de Brouchem Geboren Getrouwd Gestorven 8 dec 1707”.
Het gedeelde ruitvormige alliantiewapen wordt als volgt omschreven:
 
I. van Colen de Brouchem: doorsneden:
boven: rood, beladen met twee gouden schuingekruiste pelgrimstaten, de punt naar beneden;
onder: blauw, beladen met twee naast elkaar geplaatste gouden rinkelbelletjes.
II. Hellincx:
boven op een gouden veld een zwarte, klimmende beer staande op een groen grasgrond;
onder op zilveren veld drie rode Sint-Andrieskruisjes, beladen met een versmalde blauwe dwarsbalk, twee in het hoofd en een in de voet. Het gehele huwelijkswapen is omgeven door een gouden liefdeknoop met onderaan twee gouden kwasten.
De leden van de familie van Colen werden oorspronkelijk begraven in de Antwerpse kloosterkerk van de Karthuizers.
In de 19de eeuw werden hun stoffelijke resten overgebracht naar de Sint-Bavokerk in Boechout. Een deel van hun rouwborden hangen in diezelfde kerk. Het depôt van het Zilvermuseum Sterckshof te Deurne geeft onderdak aan dertig rouwborden alsook een inventaris van enkele tientallen kleine (ca. 40x40cm) kartonnen obiits.
 

De Rubenskapel, Sint-Jacobskerk, Antwerpen.

Een ander mooi voorbeeld van een gouden liefdeknoop is afgebeeld op het rouwbord van Marie-Christine Vecquemans van de baronnen de la Vère. Zij werd geboren in Antwerpen in 1649. Haar ouders waren Jean Vecquemans (1620-1665) en Catherine Lunden (1622-1677). Zij huwde op 25 januari 1671 te Antwerpen met Albert-Marie Rubens (1642-1672). Zij kregen een dochter Maria-Constance Rubens (1672-1710). Zij overleed in Antwerpen op  29 september 1711. Haar obiit hangt naast anderen van P.P. Rubens zelf en zijn familieleden in die Rubenskapel van de Sint-Jacobskerk.
 


Een opvallend rode liefdeknoop is aangebracht op het rouwbord in de kerk van Blaasveld (B) van Mélite-Marie-Josephine-Ghislaine Lefebvre. Zij werd geboren in Brussel op 3 juli 1814. Zij was de ongehuwde dochter van Albert-M.-J. Lefebvre. Zij overleed op 18 september 1882.
 

In de Gentse begijnhofkerk hangt het rouwbord van Grootjuffrouw Coleta Schoorman (1797-1878). Zij was begijn in Gent, parochie van Sint-Anna, in het klein begijnhof van Onze-Lieve-Vrouw Ter Hoyen. Juffrouw Coleta-Louisa Schoorman was ingetreden op 30 augustus 1820 in ‘t convent Sint-Bruno. Op 1 september 1822 werd ze tot overste gekozen in ‘t convent Sinte Begga en aangesteld tot grootjuffrouw van Onze Lieve Vrouw ter Hoyen op 17 mei 1826. Ook haar obiit is versierd met een liefdeknoop.
 

In de Nederlandse Amerongense Andrieskerk hangen een aantal mooie rouwborden. Op een van die obiits staan er naast de wapens van Van Reede en Turnor, met de vier kwartieren Turnor, Lichtervelde, Morin, Metkerken een merkwaardig heraldisch onderdeel. Het rouwbord getuigt de herinnering aan Margaretha Turnor, weduwe van Godard Adriaen van Reede
De beschrijving van dit zeer groot rechthoekig rouwbord (190x250 cm) luidt als volgt: …omlijsting met enige versiering ; in het midden een wapen, omkranst en bekroond (1613-1700).
Men geeft geen verdere informatie over die omkransing. Een mooie voorbeeld van een overigens prachtige zilveren liefdeknoop.
 

In de tweede helft van 20ste en 21ste eeuw blijkt het aanbrengen van een liefdeknoop op de rouwborden niet meer toegepast. De vraag blijft open: wat is de reden hiervan? Of is het gebruik ervan niet meer gekend in de adellijke families?
 
Zolang het tegendeel van dit verhaal over het gebruik van de liefdeknoop niet is tegengesproken,
is dit onder het gebruikelijk voorbehoud, een plausibele theorie.

wapenbord van Claire-Barbe de Caluart

In de Rijmenamse) Sint-Martinuskerk hangt het wapenbord van Claire-Barbe de Caluart, dite Sassini, echtgenote van Jacques Octave d’Origone.
wZij overleed 27 augustus 1722. Het stelt hun alliantiewapen (gedeeld ovalen schild met rechts: d’Origone, op een rood veld een gouden boom (?); de Caluart: op een gouden veld drie zwarte zwanen (?) geplaatst twee en één. Het geheel is omgord door een gouden liefdeknoop.

De randkwartieren zijn

       links                           rechts
    Caluart                         Helman
    Van der Goes              Vermeeren
    Lacroix                        Helmans
    Scholiers                     Duyst van Voorhout

Bronnen:

1. H.K. Nagtegaal, Heraldisch vademecum, Den Haag, Centraal Bureau voor Genealogie, 2003, p. 71.

2. C. Pama, Heraldiek – Geschiedenis der familiewapens van de middeleeuwen tot heden, Het Spectrum Prisma-boeken, Utrecht-Antwerpen, 1958, p. 123.
C. Pama, Heraldiek en Genealogie – Een encyclopedisch vademecum, Uitgeverij Het Spectrum n.v. – Utrecht-Antwerpen, 1969, p.202, Door elkaar gestoken koord, waarvan de einden links en rechts uitsteken met knopen, lussen en kwasten. Zij werden om ruitvormige of ovale vrouwelijke wapenschilden geplaatst.

3. Blason d’Anne de Bretagne , enluminure extrait du manuscrit Ms 0332 (fo 56v,) Bibliothèque de Rennes
https://www.google.be/search?q=anne+de+bretagne+rennes+ms+1514&sa=X&tbm=isch&tbo=u&source=univ&ved=0ahUKEwjg-pSjnofbAhXJKVAKHX8IAwcQsAQIPQ&biw=1920&bih=955#imgrc=j3Ap5pjS9_HItM:&spf=1526372141655
https://nl.wikipedia.org/wiki/Anna_van_Bretagne

4. https://fr.wikipedia.org/wiki/Lacs_d%E2%80%99amour

5. http://www.scottish-wedding-dreams.com/heraldic-symbols.html#K ~ Heraldry Symbols

6. http://www.quicksilvermint.com/medallions/pages/knot-of-love.htm

7. https://www.theperfectwedding.nl/artikelen/2309/tie-the-knot-laat-strikken

8. Van Daele, Groot Woordenboek der Nederlandse Taal, wicca (v.; ‘s )[ Oud.Eng. woord, dat in modern Eng. ‘witch’ is geworden], een moderne heks, ook ‘witte heks’ genoemd.

9. https://nl.wikipedia.org/wiki/Wicca
 Wicca is een neo-heidense natuurreligie die in 1954 werd gepopulariseerd door Gerald Gardner. Hij noemde het ‘hekserij’ of ‘heksencultus’ en de aanhangers wiccans. Wicca is een min of meer georganiseerde vorm van hekserij. Dit betekent echter niet dat de begrippen wicca en hekserij synoniem zijn. Moderne wicca is behalve een natuurreligie vooral ook een ecologisch en feministisch geïnspireerde filosofie.
Volgelingen van wicca baseren hun ideeën op voorchristelijke bronnen, Europese folklore en mythologie. Zij beschouwen zichzelf als priesters en priesteressen van een voorchristelijke sjamanistische natuurreligie die een godin vereert die gerelateerd is aan de Moedergodin in haar drie aspecten van Maagd, Moeder en Oude wijze vrouw. In heel wat tradities van wicca wordt ook een Gehoornde god vereerd die afgeleid is van de god van de dieren, de jacht, de dood en de wouden uit de oudheid. Veel wicca’s zien zichzelf ook als de moderne erfgenamen van oude tradities uit onder meer Egypte, Kreta en Eleusis. Wicca wordt ook de Oude Religie genoemd, zonder echter de Oude Religie te zijn. Het is immers uiterst twijfelachtig of er wel een specifieke ‘Oude Religie’ is geweest. Wicca presenteert zichzelf dus als een voortzetting van de Oude Tradities, maar is zelf bijna volledig 20e-eeuws. Wat wicca gemeen heeft met andere neopaganistische bewegingen is het zich afzetten tegen het rationalisme en de dominantie van de wetenschap, en een keuze voor een meer spirituele, natuurlijke levensstijl. Hiermee neemt wicca stelling tegen het materialisme, de technologische excessen en de vervreemding die wetenschap lijkt in de hand te werken. Kenmerkend is dan ook dat het als tegencultuur vooral in hooggeïndustrialiseerde landen als Groot-Brittannië en de Verenigde Staten veel succes kent. De nadruk op nauwe banden met de natuur blijkt ook uit het belang van de seizoenen (de 8 jaarfeesten) en de maangetijden. Wicca kent verschillende stromingen, waaronder de Gardneriaanse en Alexandrijnse wicca.
Veel vaak solitair werkende eclectische heksen noemen zichzelf wicca’s waarbij zij wicca als synoniem zien van hekserij, terwijl traditionele groepen het accent in de eerste plaats leggen op het religieuze aspect. Het verschil dat gemaakt wordt tussen ‘heks’ en ‘wicca’ is dus niet altijd duidelijk, omdat er in de verschillende groepen verschillende opvattingen over bestaan. Eclectische hekserij als alternatieve vorm van nieuwe hekserij wijkt aanzienlijk af van wat onder traditionele Gardneriaanse ‘wicca’ werd verstaan. Eclectische wicca’s volgen geen enkele traditie naar de letter maar eerder een syncretisch spiritueel pad waarbij zij putten uit een veelheid van overtuigingen, religies en filosofieën. Een aanhanger kan zo ook zijn eigen ideeën en rituele praktijken vrijelijk inbrengen. Eclectische wicca is de populairste variant van wicca in de Verenigde Staten geworden.

10. - Met dank voor de foto aan dhr.Bram van der Auwera, Kathedraalbeheer & Concertprogrammatie Metropolitaanse Kerkfabriek Sint-Rumoldus.
- Geneanet (http://gw.geneanet.org/rlobri).
  Annuaire de la noblesse belge, 1807, p. 192-203
GVA,  SVH ,Baron schenkt schilderijen aan stedelijke musea 28.10.2010.

11. P. Génard, Graf-en Gedenkschriften der Provincie Antwerpen, 43ste aflevering, Mechelen – Metropolitane Kerk – 2de Stuk, Antwerpen, Drukkerij J.-E.- Buschmann, Israëlietenstraet, 1859, p. 155.
12. P. Génard, Graf-en Gedenkschriften der Provincie Antwerpen, 43ste aflevering, Mechelen – Metropolitane Kerk – 2de Stuk, Antwerpen, Drukkerij J.-E.- Buschmann, Israëlietenstraet, 1859, p. 155.

13. Stefan Crick, Wapenborden van het Zilvermuseum Sterckxhof, Sterckshofstudies 28, provincie Antwerpen, 2005. Foto: Jacques Sonck (2005)

14.  HK ’t Hoefyser van Rijmenam,  Oude gebruiken rond sterven en begraven, 1990. Foto: Luc Vangeel.

15. Bron: Louis Robyns de Schneidauer, Receuil de l’office généalogique et héraldique de Belgique V, Ed. Tradition & Vie, Bruxelles MCMLVI, p. 66.

16. Piet Luik, De kerk van het Helilig Cruys en Sint Andreas – Duizend jaar geschiedenis van de Andrieskerk in Amerongen, Amerongen, 2004.