Nieuwsbrief Nr. 94 - juli 2016

Week van de begraafplaatsen op Schoonselhof



Zaterdag 28 mei startte de Week van de begraafplaatsen op de Antwerpse begraafplaats Schoonselhof. Ik had het idee uitgewerkt om elke dag een, andere, themawandeling te doen. Bij de inschrijvingen viel al direct op de er voor de wandelingen “laat het smaken op Schoonselhof!” en “Dichters, wij groeten u!”, twee rondleidingen die twee keer georganiseerd werden, veel belangstelling was. Er moesten zelfs personen geweigerd worden. Voor de rondleidingen tijdens de week was het een pak minder.
Zaterdag 28 mei werd de spits afgebeten met een rondleiding waarbij Sandra en Monique, dames van de Academie voor Woord en beeld van Hoboken, de funeraire uitleg van ondergetekende opluisterden met een aantal gedichten van dichters en schrijvers die op Schoonselhof hun laatste rustplaats hebben. Gestart werd met een gedicht bij de laatste rustplaats, hopelijk want hij werd reeds drie maal verplaatst, van Jan Baptist Van Rijswijck, dichter en vader van burgemeester Jan. Monique eerst en nadien Sandra lieten hier de deelnemers genieten bij gedichten die meer dan 150 jaar geleden geschreven werden. Wat verder werd stilgestaan bij Theodoor Van Rijswijck, broer van Jan Baptist. Hier droegen beide dames het “Schiedammerlied” voor, een ode aan de jenever. Voor de deelnemers is het altijd een verrassing wanneer er na afloop effectief jenever geschonken wordt. Er wordt ook altijd bij verteld dat Theodoor geen 38 jaar werd door … te veel jenever.
Bij Hendrik Conscience gaf ik wat funeraire uitleg, zijn graf werd overgebracht van de Kielbegraafplaats, en lazen de dames een fragment voor uit “De loteling”. Op het kunstenaarsereperk werd funeraire en andere uitleg geven bij een aantal van de schrijvers en dichters die hier begraven liggen. Op het ereperk bracht Monique iets van dichter Pol De Mont en de rondleiding besloot met Sandra die een gedichtje van Alice Nahon voordroeg.
Zondag 29 mei was er een maximale bezetting voor de Smaakrondleiding. Veel volk maar ook veel paraplu’s. Deze rondleiding is altijd heel populair omdat ze toch afwijkt van de traditionele rondleidingen en omdat er onderweg enkele proevertjes te verkrijgen zijn. Na een eerste proevertje bij Edward De Beukelaer, de man van de koekjes, ging het naar de stichters van chocolade Meurisse. Hier viel niets te snoepen omdat het bedrijf niet meer bestaat. Vlakbij de familie Tinchant, drie generaties tabaksfabrikanten. Geen sigaren wegens eveneens bedrijf opgedoekt maar dichteres van dienst Sandra droeg hier een passend gedicht voor van Theodoor van Rijswijck: “de tabaksrokers”.
Vandaar ging het naar de stichters van Roodthooft, de makers van de Mokatine. Gelukkig kreeg Leen, onze “duivel-doet-al van dienst”, hier hulp van onze jongste deelneemster om haar te helpen bij de loodzwarte taak … het uitdelen van de Mokatinesnoepjes. Bij Van Rillaer, de mensen van “de Poldernaar” en bekend van de “Vieux d’ Anversjenever” werd enkel het fameuze “Schiedammerlied” voorgedragen door Sandra. Het proeven van jenever was voor later. Ook bij F. X. de Beukelaer, van “Elixir d’ Anvers” kregen de deelnemers enkel funeraire informatie. Na een stop bij Cuperus, van de koffie en de thee, was het tijd voor een stop in ons “schuilhok”. Leen stond daar en zij kreeg de hulp van onze jongste gaste en de deelnemers konden hier genieten van “Vieux d’ Anvers”, van Van Rillaer, “Elixir d’ Anvers”van F. X. de Beukelaer, en van koffie en thee van Cuperus. Bij Burie werd iedereen vergast op lekkere Antwerpse handjes. Een laatste stop op het Joodse perk bij Spiers . Naast een ludiek “bananengedicht” kregen de deelnemers … een Chiquitabanaan. Kletsnat maar meer dan tevreden werd nog lang nagepraat bij de Leuvenaar. Een regenachtige topdag!
 
Maandag 30 mei. Deze keer regende het pijpenstelen. Kort na het middaguur werd op de valreep besloot om plan B toe te passen indien er deelnemers de regen zouden trotseren. De directeur van de begraafplaats werd gevraagd of we de vergaderruimte mochten gebruiken. Dat werd toegestaan en ik zette de rondleiding op een stick en Leen ging haar beamer halen. De regen viel met sloten uit de hemel. Een aantal deelnemers hadden al telefonisch afgehaakt. In onze wagen wachtten we af. Er zou toch geen hond door dit weer komen dachten we. Geen hond maar wel twee lieftallige dames hadden dit weer getrotseerd en ze waren gelukkig om, bij een koffie aangeboden door de directeur van de begraafplaats, toch een “virtuele” rondleiding te krijgen. De koffie smaakte, de rondleiding ook en door de gietende regen togen we huiswaarts.
 
Dinsdag 31 mei tot en met vrijdag 3 juni. Respectievelijk kwamen de beeldhouwers, de componisten, de architecten en de schilders aan de beurt. De weergoden waren ons gunstig gezind maar de belangstelling was matig. Gelukkig was iedereen tevreden met het aanbod.
 
Zaterdag 4 juni was er ruime belangstelling voor de tweede Smaakrondleiding. De paraplu’s bleven deze keer achterwege. Ondergetekende had de geïnteresseerden vlug op zijn hand. Een eerste proevertje bij Edward De Beukelaer, de man van de koekjes.
Verder was deze rondleiding identiek aan die van zondag 29 mei. Leen, onze “duivel-doet-al van dienst, deelde Mokatinesnoepjes, Buriachocolaatjes en Chiquitabananen uit. In haar “bushalte” zette ze heel wat lekkers klaar: “Vieux d’ Anversjenever”,  “Elixir d’ Anvers”  en koffie en thee van Cuperus. Tijdens de rondleiding droeg Sandra een zestal gedichten voor. Weer een meer dan geslaagde rondleiding.
Zondag 5 juni weer een “full house” voor deze laatste rondleiding van de Week van de Begraafplaatsen. Deze keer waren Sandra en Christine, dames van de Academie voor Woord en beeld van Hoboken, de dichteressen van dienst. Weer was Theodoor Van Rijswijck, dankzij het schenken van jenever, de favoriet. Christine toonde zich hier van haar beste, zij heeft er geen andere, kant. Op het kunstenaarsereperk gaf ik wat uitleg over het, nieuwe, grafmonument voor dichter Herman De Coninck. Op hetzelfde perk springt de laatste rustplaats voor Jean Marie Berckmans in het oog. Iedereen denkt hier met een kolenhandelaar te maken te hebben maar het is wel een dichter. Op het eind van de rondleiding volgde een verdiend applaus voor de beide dichteressen en was iedereen meer dan tevreden. En wanneer iedereen tevreden is zijn wij dat ook!
Jacques Buermans
 
Foto’s: Leen Otte en Maria Nuyts.