Nieuwsbrief Nr. 93 - mei 2016

Westerbegraafplaats zoals steeds prima, Wondelgem leuk extraatjeWesterbegraafplaats nog altijd een topper


Plan B was aan de orde. Niet omwille van de terreuraanslagen maar omwille van de onbeschikbaarheid van onze gids werd het bezoek aan de begraafplaats van Sint-Joost uitgesteld. Ons aller ondervoorzitster An voelde zich niet te beroerd om ons op “haar” Westerbegraafplaats te gidsen. Ze ging ervan uit dat iedereen “haren hof” wel kende maar van de 14 aanwezigen  waren de helft nog niet op de Westerbegraafplaats geweest.
An begon dus haar traditionele inleiding. Zij die nog nooit op de Westerbegraafplaats waren kenden het verhaal niet maar de anderen kwamen zeker om dit verhaal te horen, ze stak van wal met haar verhaal over haar goede vriend bisschop Bracq en de banvloek die hij ooit over de Westerbegraafplaats uitsprak. De toon was gezet. Eerste stopplaats dichter Destanberg. De man maakte ook grafschriften. Hij deed dit gratis voor hulpbehoevenden. De begoeden dienden er voor te betalen. Op een zeker moment was Petrus Rotthier overleden. De arme weduwe vroeg Destanberg een zo kort mogelijk grafschrift te verzorgen waar zijn naam en waar hij voor stond op stond. Destanberg repliceerde dat hij dat voor arme mensen gratis deed maar de weduwe zei “weet je wel hoeveel één letter kappen kost?” Waarop Destanberg  “Pier rot hier” maakte. Een nieuwe serre stond over het graf voor Jacques Henri Souvage in de eerste plaats om de houten engel te beschermen. An die steeds maar zegde dat ze in tijdsnood ging geraken stond toch nog even stil bij Hubert Dubois  volgens haar de beste steenkapper uit de omgeving. Toch tof dat An oog heeft voor deze “mindere goden”. 
Bekender is Edward Anseele , door An “Edje” genoemd. Zijn moeder wilde dat haar kinderen onderwijzer werden. Alleen bij Edward lukte dit niet, die werd drukker. Edward huwde met ene Maria De Coster maar hij hield er toch een “koeketiene” op na. De buitenlanders, lees: Antwerpenaren en Kempenaren, in het gezelschap wisten niet wat ze hoorden. Een “koeketiene” is een aanhoudster en komt van het Franse concubine. Ida Calvi was Italiaanse en dat was ook te bewonderen op haar prachtige grafmonument. Fritz Van den Berghe  was schilder. Op zijn graf een beeld geïnspireerd naar een werk van hem “De staalmensen”. Van Schoote  ging een kunstenaar zoeken in Genua en niet de eerste de beste: Luigi Orengo (deelnemers aan de Italiëreis ontdekten verschillende werken van zijn hand op Staglieno). An vertelde dat het monument besteld werd aan de hand van boeken met grafmonumenten. De familie was vrijzinnig maar op het model stonden Christussymbolen. Het verwijderen ervan zou het grafmonument beschadigen vandaar dat het monogram er nog steeds op staat alhoewel de tand des tijd ervoor zorgt dat het stilaan verdwijnt. 
Katoenhandelaar Ulric Wild kreeg een kapel van Dierkens met alles er op en eraan. Zelfs het schraapijzer om de schoenen proper te maken werd niet vergeten. Van het monument Buzzeo – Krieger ontdekte An dat de eigenaars een fortuin verdienden met verkoop van wafels en pannenkoeken. Laurent herschreef het burgerlijk wetboek en voerde het schoolsparen in. Sommige Zerkjes kenden dit nog. Het grootste monument kreeg Charles de Kerckhove de Denterghem, burgemeester en volksvertegenwoordiger. Hij zette zich in voor de weeskinderen van Gent en liet noteren dat het enkel “zijn” weeskinderen waren die hem bij zijn laatste tocht op de Westerbegraafplaats mochten vergezellen. Zo geschiedde: de notabelen dienden te wachten aan de ingang enkel de weesjes gingen mee de dodenakker op. 
Vandaar naar Virginie Loveling, de schrijfster, en haar zus Pauline. Deze laatste was de moeder van Cyriel Buysse. Cyriel “verdween” regelmatig om avontuurtjes te beleven. Wat verder zagen we dat An van alle markten thuis is want ze vertelde aan Emma, ons jongste lid, hoe mensen indertijd schrik hadden om levend begraven te worden. Een van de oplossingen was een buis  zodat ze, indien nodig, vanuit het graf konden roepen naar voorbijgangers?
We zagen een prachtig beeld van de hand van Olivier Piette . Om in zijn onderhoud te voorzien diende hij ook ornamenten te maken zoals An toonde op de laatste rustplaats van Florimond De Coutere . Heckers  kreeg een prachtig erotiserend beeld op zijn graf. Volgens An plagiaat met het grafmonument de Medici. We gingen nog langs het nieuwere gedeelte en stonden stil bij de laatste rustplaats voor Romain De Coninck , de man van de Minardschouwburg. Vandaar naar Vina Bovy , de Gentse nachtegaal en directrice van de Gentse opera. Op haar graf de eerste noten van “Ik ken een lied”. Anna De Weert – Cogen  was een leerling van Emile Claus. We zagen nog werk van Geo Verbanck.
Terug op het oude gedeelte Virginie De Hoon , echtgenote van Karel Ledeganck. Bij deze rustplaats mijmerde An over de mogelijkheid om dichter Karel Ledeganck, de echtgenoot van Virginie, van het Campo Santo naar de Westerbegraafplaats te laten overbrengen. Op verzoek van enkele Zerkjes stond An stil bij De Schepper – Niffle. Mijnheer De Schepper zat wegens ziekte in een rolstoel. Zijn echtgenote kijkt door het raam en ziet daar een “prachtig (?) vuurwerk”. Een obus komt op hun huis terecht en zij komt onder het puin terecht. Het grafmonument omvat brokstukken van hun huis. Het monument samengesteld uit wrakstukken van het huis wordt al jaren onderhouden door ons lid Johan Moeys. 
Politicus Hyppolythe Metdepenningen’s  monument wordt in de volksmond “de badkuip” genoemd om zijn vorm en grootte. Een bad nemen zal moeilijk zijn: het monument is zo lek als een zeef door kogelinslagen. We passeerden langs het monument met tempelportiek en obelisk voor de familie Vercauter – Hoste . Dankzij An en haar beroemde Tupperwarepot (zij verzorgt al jaren gratis rondleidingen op de Westerbegraafplaats tijdens de Gentse feesten en vraagt een bijdrage aan de deelnemers die zij gebruikt om monument te laten restaureren, bedankt An voor dit prachtig initiatief). We stapten nog voorbij een adoptiekind van An: Baert – Golardijn  om te eindigen bij het prachtige monument met Kronos, vadertje tijd, op het graf Van Outryve .
Zelfs voor mensen die deze begraafplaats goed kennen is het nog steeds een ervaring om met An te mogen rondlopen.
 

Wondelgem – Dries: klein maar fijn!

Na een prima maaltijd gingen nog zeven “die hards” onder leiding van An naar het kerkhof van Wondelgem – Dries. De prachtige kerk uit 1686 werd opgedragen aan Catharina van Alexandrië. Hier niet alleen oog voor “beroemde beentjes”, zoals An steeds zegt, maar ook voor merkwaardige grafmonumenten, zoals bleek bij het eerste monument voor Petrus Debbaut. Hij was de allereerste postbode van Wondelgem en staat ook zo op zijn grafmonument afgebeeld. Naast hem lag André De Muynck die, via de post, een bruid vond in Indonesië. Een “postorderbruid”, zo stelde An. Rond het kerkhof ligt een beeweg ter ere van de Heilige Markoen die aanbeden werd tegen het “koningszeer”, te weten halsknobbels en … syfilis. Ook de Heilige Catharina werd hier aanbeden.
Op het kerkhof ook veel graven met marbriet en de fameuze keuken- en badkamergraven  aan. 
Een eerste groot grafmonument maakte meteen de link tussen Gent en het Antwerpse. Hier ligt Elisabeth de Hemptinne gehuwd met graaf Ignace Moretus.  Zij woonden eerst op Sorghvliedt in Hoboken bij Antwerpen maar toen dit kasteel in 1923 verkocht werd, kochten zij het Hof ter Beke in Wilrijk. Elisabeth’s rouwdienst vond plaats in de Don Boscokerk in Hoboken maar ze werd hier begraven. Deze tak van de familie de Hemptinne week af van de andere familieleden die allen actief waren in de katoennijverheid; zij specialiseerden zich in … motorolie. Mijnheer Dury verfranste zijn naam in du Ry, dat klink beter. Michael Lummersheim (vluchtte vanuit Duitsland op een wit paard met het geld van zijn werkgever. Met dit geld richtte hij een inktfabriek op! Hyppoliet Rolin was eerst advocaat en werd later minister van openbare werken. Ook op andere fronten zat hij niet stil want hij had liefst 18 kinderen.
Een keurig gerestaureerd graf voor de ouders van schrijver en Nobelprijswinnaar Maurice Maeterlinck. Hier ligt ook Oscar, broer van Maurice. Hij overleed op amper 21-jarige leeftijd aan een longontsteking nadat hij door het ijs gezakt was. We konden een pracht van een gietijzeren kruis met bovenstuk bewonderen. Een “lokaal” drama speelde zich af toen er bommen op de wijk vielen. Jean Baptist Cosyn kreeg een muur over zich en dat werd hem fataal. We eindigden onze tocht met een grafmonument voor drie, in 1942 in Rieme, gefusilleerde mensen .
Jacques Buermans.
 
Foto’s: Leen Otte, Edgard Maes, Philippe Theys, Jacques Buermans.