Nieuwsbrief Nr. 92 - maart 2016

Funerair Erfgoed: Obiits in Beernem, Oedelem en Sint-JorisHoe een restaurateur zich kan vergissen…


In het Westvlaamse Beernem met de deelgemeenten, Beernem, Oedelem en Sint-Joris  worden merkwaardige funeraire relicten bewaard obiits of rouwborden. Het was mevr. Anne-Mie Havermans, kunsthistorica, die mij hierop attent maakte.
 
In de Sint-Lambertuskerk in Oedelem hangen acht gerestaureerde obiits. Zij hangen boven de ingang van de rouwkapel. Deze obiits behoren toe aan de familie de Meester de Ravenstein. De oudste is gedateerd 1843, de jongste werd in 1968 vervaardigd.
In de parochiekerk van Sint-Joris-ten-Distel die volgens “Onroerend Erfgoed” in de periode 1958-1960 grondig gerestaureerd werd, hangen twee gerestaureerde rouwborden van de familie Triest. De familienaam  Triest is volgens Frans Debrabandere te verklaren als Triest, Driest: dor onbebouwd land. Deze naam komt frequent  voor in Oost-Vlaanderen, Assenede, Wielsbeke, Bavikhove, Oostnieuwkerke enz.
 
In Epitaphes nobles et patriciennes, 1878, wordt vermeld dat in de kerk voor het hoofdaltaar een witte marmeren steen met twee wapenschilden ligt:  het eerste schild  verwijst naar de familie Triest, het andere naar het wapen van de familie Stappens.
Voor de deur die naar de sacristie leidt, treffen we het funerair blazoen aan van de familie Triest en van  Gits  gedateerd:  Obiit 18 martii anno 1791 en Obiit 9 junii anno 1891. Beide rouwborden werden onderzocht en heraldisch en genealogisch toegelicht.
Het rouwbord met datum 1891 bezorgde ons echter wel wat kopzorgen.
 

Eerst leek het onmogelijk de titularis van het jongste rouwbord te achterhalen. Met de medewerking van de heer Werner Papeians, Seneffe werd de hele Triest-stamboom onder de loep genomen en zo kon het raadsel worden opgelost.
Volgens de  ‘Etat présent de la noblesse belge’. blijkt  de familie Triest, die uit drie takken bestond : Triest et de Gits, Triest, en Triest  in 1934 uitgestorven.
Aartshertog Albrecht van Oostenrijk verleende in 1600 de riddertitel aan Philippe Triest en aan zijn neef Antoine Triest. Andere leden van de familie Triest verkregen ook nog deze riddertitel.  In 1628 volgde nog verheffing van de heerlijkheid Auweghem tot baronie van Nicolas Triest.
 
Drie familietakken
Volgens de Etat présent de la Noblesse Belge, die bevestigt  dat deze familie in  1934 uitstierf, waren er drie familietakken ‘Triest’:
De eerste tak genoemd ‘Triest et de Gits met als protagonist: Jean-François Triest et de Gits (1744-1821).
De tweede tak: ‘Triest’ geleid door
Eloy-L.-Jacques Triest 1751-1824).
De derde tak Triest met Charles-Jean-Léonard Triest (1748-1833).
 
Op het bewuste rouwbord, met de zestien kwartieren waarvan de titularis niet te identificeren was, werd een vergelijkend onderzoek in de  genealogie van de  familieleden  Triest gevoerd.
Het obiit gedateerd  9 JUNII 1891 waarvan de titularis onbekend was, zou een kind kunnen zijn uit het gezin:
 
I.    Jean-Bernard  Triest (1670-1743) huwde te Brugge in 1719 met Eléonore van de Berghe dite de Praet (-1749)
 Hun kinderen waren:
 Jean-François, die volgt onder II,
 Charles-Louis Triest (1722-1789).
 Hij huwde in 1748 met Jeanne Peellaert (1722-1801);
 Antoine-Bernard Triest, huwde in 1753 met Elénonore-Philippinede Crombrugghe (1727). Zij bleven zonder nageslacht.
 Macaire Triest (-1743), zonder alliantie.
 Eléonore-Ermelinde Triest (1727-) huwde met Ignace-Joseph Pardo
 
II.   Jean-François Triest, heer van Terwalle werd geboren in Brugge op 17 augustus 1720 en stierf in de parochie van  Sint-Donaat, Brugge op 18 maart 1791.
 In 1753 verkreeg hij van de keizerin Maria-Theresia de erfelijke titel van baron. Hij was raadsman in Brugge in 1743, gouverneur van de Bogaerdeschool, lid van de Edele Broederschap van het H. bloed en van het Ridderlijk Gezelschap Sint-Joris.
 Hij was burgemeester van het Brugse Vrije en Kamerlid aan de Staten van Vlaanderen.  Op 8 december 1743 huwde hij in Brugge met Jeanne-Thérèse Stappens (1723-1803.
 Hun kinderen waren:
 Jean-François, die volgt in III,
 Philippe-Léonard-Jean Triest (1747-), luitenant van de Gardes wallonnes.
 Eloi-Louis-Jacques Triest.
 Marie-Jeanne Triest (1754-)
 
III.    Jean-François-Léonard Triest en Gits, raadsheer van Brugge, verkreeg door het Collectief besluit van 1816 de adelserkenning als Triest de Gits et Saint-Georges, als baron, titel overdraagbaar volgens de mannelijke eerstgeborenen. Geboren in Brugge in 1744 en overleden in Gent in 1821. Hij huwt in 1770 met Isabelle-Charlotte-Joseph Coppieters (1748-1814).
 François-Xavier-Jean-J. Triest, baron, geboren in Kortrijk in 1771,is  overleden in Willebroek in 1847. Hij huwde te Gent in1808 met Henriette-M.-G. de Lichtervelde (1773-1862).
 
Volgens de heer Werner de Papeians, Seneffe, was het obiit met de 16 kwartieren bestemd voor Jean-François. Nadien heeft dit gediend voor zijn zoon Jean-François-Léonard. Alleen de datum werd gewijzigd. Het was toen ook niet ongebruikelijk bestaande rouwborden van overleden familieleden te recycleren!
Alleen heeft de restaurateur van dienst dit door zijn artistieke vrijheid verkeerd geïnterpreteerd en ingevuld!
 
Door een foutieve inschatting heeft hij iedereen op een dwaalspoor gezet…
 
Stefan Crick
1 maart 2016

Wapenbeschrijving & Heraldische commentaar

Op 26 mei 1753 verleende keizerin Maria-Theresia de titel van baron (overdraagbaar bij eerstgeboorte) aan jonkheer Jean-François-Léonard Triest, heer van Terrewalle, schepen van het Brugse Vrije.
 
Volgens Duerloo & Janssens:
 de sable à deux cors en chef dargent, embouchés, virolés et enguichés dor, et en pointe un lévrier courant dargent, accollé de gueules. couronne ou bonnet de baron [Supports:] deux lévriers dargent, accollés de gueules, tenant une bannière, celle à dextre chargée des armes de l’écu, et celle à senestre de celles de van den Berghe de Praet, qui seroient dor, au sautoir de gueuls, chargé de cinq  annelets ou anneaux dargent.        
 
Zwart, in het hoofd twee gouden jachthoorns beslagen  met gouden mondstuk
en in het schildpunt een zilveren, lopende hazewind met een gouden halsband.
Schildhouders twee staande zilveren naar mekaar gewende hazewinden, de linkse houdt het bannier met het wapen van de familie Triest zoals op het schild, de rechtse bannier is het wapen van de familie van den Berghe de Praet.overtopt door een baronnenkroon.
Op het obiit  (verkeerdelijk) anno 1891: de juiste overlijdensdatum van Jean François Triest en Gits, is 9 juni 1821:
 
De randkwartieren, links, langs vaderszijde:
Triest & van der Beken;
d’ Anthin & Villegas;
Parmentier & Anchement.,
 
Langs moederszijde:
van den Berghe & Ryeel;
Blomme & Marievoorde;
Vilters & Schotte;
Anchement & La Motte.
 
Boven de wapenschilden worden de respectievelijke namen van de gerelateerde families op een zilveren listel vermeld.
 
Het bijgevoegd overzicht van de heer Werner de Papeians geeft een duidelijk heraldisch beeld van de verwantschappen.
 
Het geheel rust op een groene voorgrond. Het rouwbord meet ca. 1 m bij 1 m, met zwarte lijst  (met dakje)en gouden binnenbies. Gouden letters en cijfers en boven het wapen een zilveren listel met de tekst:
I PLYGHT I PLYGHT.
 
 
 
BESLUIT
 
De obiit met de 16 kwartieren was  bestemd voor Jean-François en diende  later ook voor zijn zoon Jean-François-Léonard; alleen de datum werd gewijzigd .
De restaurateur, heeft zich vergist. Bekijk de twee obiits, waarschijnlijk van zelfde schilder, de 9 van 9 juni, de 9 van 1791, en de 9 van 1891; de laatste 9 is niet duidelijk.
 
 
Datering van de rouwborden:
De datum op het obiit :                 9 juni 1891
De datum van het overlijden van Jean-François:                                                   18 maart 1791
De datum van het overlijden van
Jean-François-Léonard:                9 juni 1821
 
 
 
Bronnen
http://gw.geneanet.org/mariepaulek?lang=nl&p=jean+francois+leonard&n=triest
http://gw.geneanet.org/antterli?lang=nl&p=jean+francois&n=triest&oc=2
https://inventaris.onroerenderfgoed.be/dibe/relict/89389
 
Etat présent de la Noblese Belge.
Baron de Ryckman de Betz, Armorial Général de la Noblesse Belge, H. Dessain, éditeur à Liège, sprl, 1941.
 
Arthur Merghelynck, Epitaphes nobles et patriciennes des églises de St. André, St. Michel, Oostcamp, Beernem & George près de Bruges, Ed. Gaillard, imprimerie, Bruges, 1878.
 
Luc Duerloo, Paul Janssens, Wapenboek van de Belgische Adel van de 15de tot de 20ste eeuw, Gemeentekrediet, Brussel 1992, deel N-Z, blz.652-654.
 
Frans Debrabandere, Woordenboek van de Familienamen in België & Noord-Frankrijk, L-Z, Gemeentekrediet, Brussel 1993.
 
Werner Papeains, notities en correspondentie 2015-16.
 
Fotos portretten: Bureau voor Iconografie VALB vzw, Brussel