Nieuwsbrief Nr. 89 - september 2015

MummiesEen Egyptische begrafenis – Daniël Coninx


Als er ooit een volk geweest is dat tijd en werk in overvloed spendeerde aan zijn afgestorvenen, dan waren het de Oude Egyptenaren wel. Omdat zoveel van wat overgebleven is, te vinden is in graven en dodentempels, werd daardoor van oudsher de indruk gewekt dat de Oude Egyptenaren bijna uitsluitend met hun dood, hun begrafenis, en hun leven na de dood bezig waren. Niets is natuurlijk minder waar, maar het heeft ons wel een heel duidelijk beeld gegeven van hoe zo’n begrafenis nu eigenlijk in zijn werk ging.
 
Het grote verschil met onze gewoontes is natuurlijk het mummificeren. Tot op de dag van vandaag weten we daar eigenlijk nog steeds het fijne niet van. We weten in grote lijnen- en soms in detail – hoe het proces verliep, maar een echte handleiding hebben we niet. De oorzaak ligt erin dat mummificeerders, in tegenstelling tot de ambachtslieden die de graven uithakten en versierden, absoluut geen graag geziene gasten waren. Ze werden van nagenoeg alle sociale gelegenheden uitgesloten en niemand had men hen contact - tenzij voor een begrafenis. Hoe men tot het mummificeren gekomen is, blijft een raadsel, al kunnen we wel tot op zekere hoogte een “educated guess” wagen. Eeuwen lang had de voorouder van de Oude Egyptenaar zijn doden begraven in het woestijnzand. Daarin droogt het lichaam vrij snel uit en wordt een natuurlijke mummie gecreëerd. De oudste van dit soort mummies is Ginger, tegenwoordig een bewoner van het British Museum. De oudste kunstmatige mummie dateert uit de periode van de 4e Dynastie (ca 2680 – 2565VC). Het bewaren van een goed geconserveerd lichaam is noodzakelijk voor het voortbestaan in het Egyptische hiernamaals. 
 
Onze reis, samen met een Oude Egyptenaar, naar het hiernamaals, begint ergens tijdens de 21e Dynastie (ca 1077 – 950VC), de periode waarin de kunst van de mummificatie op haar hoogtepunt stond. We noemen de dierbare afgestorvene Paneb (Heer). Paneb is, na een naar Egyptische normen, lang en vruchtbaar leven ingeslapen. Voor zijn familie breekt een periode van rouw aan die tussen de 40 en de 72 dagen zal duren. Zijn mannelijke familieleden zullen zich gedurende deze periode niet scheren, en niemand van zijn familie en van zijn huishouden zal zich wassen. Tot aan de begrafenis zal iedereen slechts het minimum eten en drinken, en men zal het hoofd bedekken met stof en zand. Gelukkig is Paneb geen Farao, want dan geldt dit voor het hele land. Bovendien zouden dan ook de tempels gesloten worden, en worden er geen offers gebracht.  2 dagen lang geen vlees, geen wijn, geen bier, geen verse groenten, geen baden, geen parfums… en geen sex !
Terwijl de familie door dit overlijdensritueel gaat, wordt het lichaam van Paneb opgehaald door de begrafenisondernemer (toen al). Die brengt het lichaam naar de nederzetting van de mummificeerders. Hij zorgt ook voor het definitief in orde brengen van het graf (in deze periode een rotsgraf), en bereidt de begrafenisstoet voor. In een voorlopige kist wordt Paneb naar de Westoever van de Nijl gebracht. De Oostoever is voor de levenden, de Westoever (waar de zon ondergaat) behoort toe aan de doden. Het transport gaat per schip. De kist wordt onder een baldakijn geplaatst en klaagvrouwen nemen plaats in de boeg. Paneb was een welstellend man en hij kan zich een begrafenis met alle toeters en bellen permitteren, dus wordt hij tevens vergezeld van een voorleespriester, een balsemer, twee stuurlieden en twee dienaren. Twee houten sleepboten trekken het dodenschip naar de Westelijke oever. Daar aangekomen, brengen drie mannen de kist, op een houten draagbaar met leeuwenkop en -poten, naar de reinigingstent, die staat opgesteld aan het einde van de kade. In de tent ondergaat het lichaam van Paneb een eerste rituele wassing met natronwater. Na het ritueel wordt Paneb weer aangekleed in zijn mooiste kleren, met al zijn tekenen van waardigheid, tot zijn sandalen toe. Zijn lichaam wordt weer op de leeuwenbaar geplaatst en in processie naar de mummificatiewerkplaats gedragen. Met het afleveren van het lichaam aan de kade heeft de begrafenisondernemer dit deel van zijn werk gedaan. Zijn taak wordt overgenomen door de Sem-priester, herkenbaar aan de panterhuid die hij draagt. Ook de overige begeleiders van Paneb nemen hier voorlopig afscheid.
 
De mummificatie zelf gebeurt in Per Nefer (Het Schone Huis).  Een ietwat bedrieglijke naam, want gezien de werkzaamheden en het klimaat, moet het daar gestonken hebben van jewelste…
Op een houten balsemtafel van zo’n 2m bij 1,5m ligt het lichaam van Paneb.  Paneb was welstellend, maar niet zo rijk dat hij zich een eigen, albasten, mummificatietafel kon veroorloven. De tafel is redelijk laag, dus we kunnen ervan uitgaan dat de balsemers hun werk zittend deden. Paneb heeft voordien laten weten dat hij voor de duurste methode gaat, die ook degene is die het meeste werk vergt. Zijn motivering is echter, dat op die manier de mummificatie het minste schade toebrengt aan de mummie, wat voor elke Oude Egyptenaar van groot belang is.
Eerst worden, via de neus, de hersenen verwijderd. Dan wordt de binnenkant van het hoofd gespoeld met natronwater. De holte wordt nadien opgevuld met in hars gedrenkte pakkingen.  De buitenkant van het hoofd wordt ingewreven met een dunne laag verwarmde hars om ontbinding tegen te gaan.
Met een mes van obsidiaan wordt een kleine incisie gemaakt in de onderbuik. Via deze incisie worden maag, lever, en darmen verwijderd. Deze worden gepekeld, gedroogd en verpakt, en in canopen opgeslagen. Deze vazen zullen Paneb vergezellen in zijn graf. De buikholte wordt nu uitgewassen met palmwijn en aromaten. Via een tweede incisie in het middenrif worden de longen verwijderd en op dezelfde manier behandeld als de overige ingewanden. Slechts het hart en de nieren blijven op hun plaats.
Nadat alle ingewanden zorgvuldig verwijderd zijn, de lichaamsholten gereinigd en gedroogd zijn, worden deze opgevuld met zuiver natron. Ook aan de buitenkant wordt Paneb nu volledig bedekt met natron, zodat de dehydratatie zowel van binnenuit, als van buitenaf gebeurd. Paneb ligt met de voeten iets lager dan met het hoofd, zodat het lichaamsvocht weg kan lopen.  Zo blijft hij ongestoord een zestal weken liggen.
Zes weken later wordt Paneb bevrijd vanonder zijn natronberg. Alle vocht is nu uit het lichaam verdwenen, en ook alle lichaamsvet. De mummie, want dat is Paneb nu, wordt nogmaals zorgvuldig gewassen om alle natronsporen te verwijderen. Dan begint het versieren en optooien van de mummie. De lichaamsholtes worden opgevuld om een natuurlijk effect te krijgen. Daarvoor worden, tijdens de 21e Dynastie, doorgaans de gedroogde ingewanden gebruikt, maar Paneb is nog van de oude stempel: bij hem wordt in hars gedoopt linnen gebruikt. De ogen, die door de dehydratatie compleet vergaan zijn, worden vervangen door linnen balletjes, waarop een iris geschilderd is. Kunstogen komen pas veel later in zwang.  Ramses IV kreeg zelfs twee uien als ogen mee!
Met kostbare vette zalven wordt de huid van de mummie weer soepel gemaakt, want : “Het lichaam moet even soepel zijn als het op Aarde was.” (Sarcofaagteksten). De incisie in de onderbuik wordt dichtgenaaid, en versierd. Paneb heeft gekozen voor een bronzen plaatje met de afbeelding van de Udjat, het oog van Horus. Zijn gezicht is ondertussen zo goed mogelijk hersteld: zijn neusgaten bol gemaakt met linnen proppen, de wangen en de mond opgevuld met linnen of klei. Voor zijn wangen en ogen komt er zelfs make-up aan te pas: rouge en kohl.
Tot slot wordt Paneb versierd met speciaal voor de gelegenheid gemaakte sieraden.  Aangezien hij een zeer devoot man is, en goud ‘het vlees van de goden’ is, heeft Paneb beslist alleen bronzen sieraden te dragen, met hier en daar een zilveren amulet of armband. Daarmee toont hij tegelijk zijn devotie en zijn rijkdom, want zilver was in Egypte duurder dan goud.
Voor de mummificeerders komt thans het zwaarste karwei: het inwikkelen van Paneb in honderden meters linnen zwachtels. Paneb heeft, tijdens zijn leven, de hand weten te leggen op voldoende tempellinnen. Dit linnen, afkomstig van de kleding die de godenbeelden droegen, is magisch zeer sterk geladen, en het paradepaardje van Panebs mummificatie. Het inwikkelen gaat gepaard met tal van rituelen en gebeden, uitgevoerd en gesproken door speciale priesters. Die gaven tevens aan waar alle amuletten tussen de windsels moesten komen. Elke vinger wordt afzonderlijk ingewikkeld. Als positie heeft Paneb besloten de gangbare vorm te kiezen: een gestrekt lichaam, met de armen gestrekt naast het lichaam.  Even heeft hij gedacht aan een positie met de armen gekruist voor de borst, maar aangezien Farao ook zo begraven wordt, wil hij niet van hoogmoed beschuldigd worden. Tussen elke laag linnen wordt rijkelijk met verwarmde hars gestreken. Daardoor blijven de windsels op hun plaats, en worden de verschillende lagen ook aan elkaar gekleefd. Dan worden de buitenste lagen zwachtels aangebracht, die het lichaam in zijn geheel omhullen. Al deze windsels worden in veelvouden van zeven aangebracht, een magisch getal. Paneb ligt in zeven lijkwaden, is ingewikkeld in een veelvoud van zeven windsels, waartussen een veelvoud van zeven amuletten steken. Na het aanbrengen van de laatste en buitenste wade, werd deze achteraan dichtgenaaid en rood geschilderd. Over deze wade wordt voor Paneb een gebronzeerd houten dodenmasker aangebracht. Paneb is klaar voor zijn laatste reis. De mummie wordt op de leeuwenbaar geplaatst, en de priesters roepen de rituele formules : “Gij herleeft! Gij herleeft voor eeuwig! Gij zijt jong! Gij zijt voor eeuwig jong!”
Ginger is de oudste bekende natuurlijke mummie. Door hem te begraven in het hete woestijnzand is hij in de loop van enige jaren compleet uitgedroogd. Ginger is ongeveer 6.000 jaar oud en verblijft sinds het begin van de 20e eeuw in het British Museum in Londen.
Op deze foto is duidelijk te zien dat ook bij Ramses II, net zoals bij ons voorbeeld Paneb, elke vinger afzonderlijk ingewikkeld is. Deze techniek is kenmerkend voor mummies van het einde van de 18e Dynastie tot ca. de 22e Dynastie.
Eén van de best bewaarde mummies dateert uit de 20e Dynastie en is de mummie van de tweede Farao van deze Dynastie : Seti I, de vader van Ramses II.
 
De laatste ‘grote’ Farao van het Oude Egypte, maar geen familie van Ramses II. Hier is duidelijk te zien dat het rechteroog van Ramses III, (voor u aan de linkerkant) vervangen werd door een bolletje linnen.
Ramses III raakte vooral bekend doordat hij model stond voor de mummies in zowat alle klassieke mummie-films. Een dubieuze eer…

Een Ptolemaïsch dodenmasker, gemaakt uit samengeperst papyrus, gehard met hars en dan beschilderd. Het dodenmasker van ons voorbeeld Paneb uit de 21e Dynastie zou eenvoudiger geweest zijn, maar wel uit betere materialen gemaakt zijn. In het geval van Paneb: hout en brons. Ook het gezicht zou er heel wat Egyptischer uitgezien hebben.De Ptolemeeën veroorzaakten een ernstige vergrieksing van de funeraire kunst in Egypte.

 

Daniël Coninx.

 
P. S.: En als het mijn funeraire vriend en pierenlandtoerist Jacques behaagt, dan leest U volgende keer alles over Paneb’s laatste reis naar zijn eigen graftombe.
  tekst en foto"s : Daniel Coninx