Nieuwsbrief Nr. 89 - september 2015

MedellinOom Kato (Michaël Devisscher) ging naar Medellin en zag dat het goed was…


Medellín, Colombia. Eén van de grootste steden van het land en voor sommigen wellicht vooral bekend vanwege de negatieve aspecten van de meer recente geschiedenis, de drugshandel en escalatie van de strijd daar tegen in de jaren tachtig en negentig, eerder dan voor haar koffie. De voorbije twintig jaar worden er in de stad echter volop initiatieven genomen om deze periode achter zich te laten en de meer aantrekkelijke kanten te tonen. Hoewel het historisch centrum op zich niet mooi te noemen is, bevat het toch afzonderlijk mooie gebouwen, een centraal plein met museum waarop beelden en schilderijen van de bekendste kunstenaar, Fernando Botero (1932°). En tot slot niet ver van het centrum de historische begraafplaats San Pedro. In sommige grootsteden kan je best even informeren hoe veilig het is erheen te gaan, maar mits een beetje voorzichtigheid is dat hier geen probleem (hetzelfde voor de al eens eerder vermelde begraafplaats Guayaquil in Zuid-Ecuador). De begraafplaats is goed ommuurd en voldoende afgesloten en ook hier lopen er binnen veiligheidsagenten rond.
San Pedro werd in 1842 gesticht in wat toen nog Candelaria heette (nog steeds de naam voor de historische binnenkern van Medellín) . Dit op privé-initiatief van de elite van de stad. Ook nu volgens een  vaak voorkomend plan met een centrale laan en in het midden een grote cirkel waarbinnen de meest prestigieuze graven en daarrond één of meerdere muren die mogelijkheid bieden tot  meer bescheiden bijzettingen. Op het einde van de laan werd in 1849 een kapel ingewijd, die een halve eeuw later werd vervangen en dertig jaar later opnieuw. Deze huidige kapel dateert uit 1927 en ontkrachtten meteen woorden ‘Waar is des vaadren fierheid gebleven?’ toen we vol voldoening (maar zonder eigen verdienste)  vernamen dat een belg, Augustin Govaerts (1858-1939), de architect was. Behalve enkele gebouwen in het brusselse heeft hij na de Eerste Wereldoorlog nog meer prestigieuze gebouwen ontworpen in Colombia. Naast deze kapel is er nog het Cultuurpaleis, zeer prominent aanwezig in het centrum van Medellín.
Ook op San Pedro vind je de lokale grootheden terug, waaronder diverse zakenlui (koffie en andere nijverheden), culturele figuren en politici als Carlos Restrepo (1867-1937) die president van Colombia was van 1910 tot 1914 alsook Pedro Nel Ospina Vásquez (1858-1927), president van  1922 tot 1926. Andere personen die hier hun laatste rusplaats vinden en ook nationale bekendheid genieten zijn de romantische schrijver Jorge Isaacs (1837-1895), Fidel Cano Gutiérrez (1854-1919), stichter van El Espectador, nog steeds één van de belangrijkste kranten van het land, en de zanger en akteur Carlos Gardel (1883/87-1934) wiens beroemdheid zich uistrekte over gans Zuid-Amerika tot in Europa. Ook na zijn tragische dood bij een vliegtuigongeval vond deze laatste geen rust, want na de bijzetting te Medellín mocht hij opnieuw op tournée om twee jaar later een nieuwe en (voorlopig?) laatste rustplaats te vinden in Buenos Aires. Pedro Nel Gómez (1899-1984), wellicht Colombia’s beroemdste schilder van muurschilderingen, ligt er nog wél steeds en zijn werk drukt nog steeds haar stempel op de stad. In 1999 werd de volledige begraafplaats tot begraafplaats-museum uitgeroepen en kreeg een beschermde status. Zeker de moeite voor wie toevallig in Medellín moet zijn!
Wat hier vaak niet kan, kan op plaatsen waar we dit niet verwachten soms wél, innovatief, betrouwbaar én veilig openbaar vervoer. Doorheen Medellín lopen enkele belangrijke bovengrondse lijnen (Metro) en met één ervan raak je tot aan de uiterste randen van de zeer uitgestrekte stad, tot in de gemeente Itagüi. Op korte wandelafstand van de halte ligt de grote begraafplaats Jardines de Montesacro
Vergelijk de historische centrale begraafplaats San Pedro met onze oude dodenakkers in Berchem of Deurne en deze van Itagüi met die van Schoonselhof die als algemene begraafplaats voor de grootstad is bedoeld. Op dan twee troeven na die men hier tot lokaal verdriet ontbeert, geen Jacques Buermans noch mooie grafmonumenten. Wel een heel groot grasveld met hoofdzakelijk in de grond liggende kleine grafstenen, een mooi vergezicht op Medellín en vooral op de meest centrale plaats, naast een grote kapel, een klein perk van de familie Escobar. Steeds voorzien van bloemen roept de bekendste telg uit de familie nog steeds tegenstrijdige gevoelens op.
Pablo Escobar Gaviria (1949-1993) was de bekendste van de ‘drugsbaronnen’ die na een inloopstage als kleine crimineel in de jaren zeventig snel de criminele treden beklom tot hij hoofd werd van het ‘cartel’ van Medellín. 
Dit werd wereldijd de belangrijkste exporteur voor met name cocaïne en werd met de vingers in de neus (onder het motto ‘don’t get high on your own supply’) schatrijk door een mix van kwalitatieve produkten, overtuigende marketing en een trouw, hoofdzakelijk westers clienteel. Vermits hetgeen bezijden de wettelijkheid verloopt wel eens met geweld gepaard gaat bleef dit economisch én persoonlijk succesverhaal niet duren en zowel Pablo Escobar àls zijn onderneming kwamen in een spiraal van geweld tot een einde. Opmerkelijk is dat het lot van deze ene persoon volledig verweven werd met dit van het ganse land en hij er rechtstreeks verantwoordelijk voor was dat naarmate de conflicten met het concurrende cartel van de meer zuidelijk gelegen stad Cali én de overheid toenamen ook Medellín tot moordhoofdstad van de wereld werd gedurende meerdere opeenvolgende jaren. Pablo Escobar is synoniem met de dood van concurrende drugshandelaars, kritische journalisten (waaronder van de eerder vermelde krant El Espectador), honderden politie-agenten (op wiens hoofd een prijs werd gezet) tot het opblazen van een lijnvliegtuig en een aanval op het Colombiaanse hooggerechtshof in de hoofdstad. Anderzijds sprak zijn gigantische rijkdom tot de verbeelding en gaf hij niet enkel aan zichzelf en zijn directe omgeving, maar bouwde een volledige wijk voor de vele arme bewoners van de stad (die officieus nog steeds Barrio Pablo Escobar genoemd wordt). Voor wie meer wil weten vind je veel informatie online, zijn er enkele documentaires, een aantal films en de meest succesvolle Colombiaanse televisiereeks ooit (100+ episodes) over zijn leven.
Pablo Escobar trekt steeds bezoekers, al is dit een thema waar de locale toeristische dienst (nog?) geen aandacht aan wil besteden. Veel minder bekend bij het ‘brede publiek’, maar de dame zonder wie Miami Vice misschien niet mogelijk zou zijn geweest, is Griselda Blanco (1943-2012). Zij was de vertegenwoordigster van het Medellín cartel gebaseerd in Florida en zorgde voor een eigen kleine geweldsexplosie in het kielzog van haar activiteiten waarbij ze zowel vijanden àls vrienden tegen zich in het harnas joeg. Na een jarenlange gevanenisstraf in de VS werd ze het land uitgezet in 2004. Een zo anoniem mogelijk bestaan in haar oorspronkelijke geboortestad gaf haar nog enige jaren respijt tot ze zelf in 2012 werd omgebracht op een wijze waartoe ze zelf zo vaak opdracht had gegeven, doodgeschoten vanop een voorbijrijdende motor. ‘Poetic justice.’ Je moet iets meer zoeken om de neerliggende grafsteen op een twintigtal meter van het Escobar perk te vinden.
Diegenen die tot slot, volledig in lijn met ons favoriete thema, interesse hebben in de stap vóór deze laatste rustplaats, kunnen terugkeren naar het centrum van Medellín. In één van de betere wijken, Laureles, vind je het huis terug waar Pablo Escobar zijn laatste vluchtplaats had en waar hij, toen hij via een aanpalend dak probeerde te vluchten, werd doodgeschoten.


Tekst + foto’s: Michaël Devisscher