Nieuwsbrief Nr. 89 - september 2015

GenuaStaglieno! Ja wadde!!! Deel twee van de Italiëreis van dit voorjaar door Jacques Buermans


Woensdag 6 mei was ons bezoek aan Staglieno in Genua gepland. Keurig op tijd aan de begraafplaats aangekomen. “De negen” (Agnes & Ria, Jef & Lucienne, Lin, Rina, Leo & Christine en ik logeerden in hetzelfde hotel) met de bus vanaf het station. Jenny & Jos stapten onderweg op. An & Dirk waren al ter plaatse. Het was nog enkele minuten wachten op Edgard & Marie Claire die met een vervangwagen moesten komen. Hun wagen kreeg defect tussen Milaan en Genua. Uiteindelijk waren ze daar met hun vervangwagen!  Marina Firpo was onze voortreffelijk gids, die nota bene een veel beter Frans sprak dan onze Milanese gids. Marina wist te vertellen dat de begraafplaats, uit 1851, 33 hectare groot was. Waar ik ooit vandaan haalde dat ze, de begraafplaats niet Marina, 160 hectare groot was is me een raadsel. 
Via het Pantheon gingen we naar de arcaden met prachtige beelden. Pietro Badaracco . De weduwe klopt op de deur in de hoop een reactie van haar overleden echtgenoot te ontvangen. Kijk ook eens naar de detailuitwerking van de sjaal. Podesta was reder. Francesco Casella . Het zoontje wordt geholpen door de weduwe om de beeltenis van zijn vader te kussen. Gnecco kreeg een “ten hemelopstijging” van de hand van beeldhouwer Rota. Een treurend echtpaar bij Giuseppe Bandaracco. Giacomo Venzano was handelaar en actief in de scheepvaart. Bewonder de symbolen van zijn beroep! Erasmo Piaggo was kapitein. Hier het beeld “de tijd” van de hand van Saccomanno. Carlo Celesia was weldoener en stichter van een hospitaal. Repetto kreeg een monument van Vittorio Lavezzari. Enrico Amerigo was weldoener die zich inzette voor blinden en wezen. Bewonder het meisje dat treurt om het heengaan van haar weldoener. Tomaso Pellegrini was weldoener voor armen en wezen. Een van de meesterwerken van beeldhouwer Carli. Maurizio Dufour was schilder en architect. De familie Braceli Spinola was een belangrijke familie uit Genua. Het beeld stelt de dood van de markies voor. Boven zien we “het geloof”, links “de eeuwigheid” en rechts “de hoop”. Eenzelfde thema, de dood, op het graf Raggio.
Dan kwamen aan, wat mij betreft, ‘de topper van deze begraafplaats’: het graf voor Franceso Oneto van de hand van Giulio Monteverde. De engel van het laatste oordeel staat klaar om de trompet te bespelen. Het lijkt alsof de ogen van de engel je overal volgen. Top!!! Lavarello kreeg een beeld van Brizzolana. Een tweede hoogtepunt kwam er met het beeld “Eros en Thanatos” op het graf Celle . Weer een kunstwerk van Giulio Monteverde.  Voor ons zagen we een gigantische grafkapel Razzi . Volgens Marina Firpo wordt het de Dom van Milaan genoemd. Dan gingen we bergop naar het “boschetto irregolare” , het onregelmatige bosje genoemd. Een monument van de hand van beeldhouwer Vittorio Lavezzari op het graf de Scatzi . De familie Carrena had belangen in het Suezkanaal. Dat blijkt uit de Egyptiserende elementen op het grafmonument. Een gigantische grafkapel Moro . Meirana week uit naar Paraguay en Brazilië. Een monument voor hem, zijn ouders en zijn echtgenote. Bij Michele Giuseppe Canale , schrijver, waanden we ons even in Zwitserland. Een modern beeld op de laatste rustplaats voor Moltini Sciutta . De famile Pescia  liet een enorme som geld na om de stad Genua te restaureren. Beeldhouwer Lorenzo Orengo. Giuseppe Mazzini wordt beschouwd als één van de stichters van het eengemaakte Italië. Hij leefde in ballingschap en stierf in Pisa omdat hij daar anoniem wilde verblijven. Grasso was beeldhouwer. Het beeld voor atleet Alfredo Gargiulio kon me maar weinig bekoren.
 
Via enkele steile trappen daalden we af tot bij het militaire  gedeelte. Is natuurlijk maar klein bier tegen wat wij op de Westhoek gewoon zijn. Opvallend was het graf voor een Bozeglav , een Joegoslaaf die sneuvelde in de Tweede Wereldoorlog. Nog meer afdalend kwamen we op het protestantse gedeelte van de begraafplaats. Prachtige beeldengroep van de hand van Lorenzo Orengo voor Benjamin Whitehead en zijn echtgenote Julia Bentley. Haar beeld werd tien jaar voor haar overlijden gemaakt. Mary Constance Lloyd White  (1859-1898) was de echtgenote van Oscar Wilde. Volgens Marina Firpo kwam de schrijver een jaar na haar overlijden naar Genua en schreef over deze stad lovende woorden. Wij kunnen dat alleen maar beamen. Met het graf voor fotograaf Alfredo Noack eindigde dit meer dan twee uur en half durende bezoek. We dankten Marina voor haar voortreffelijk Frans en haar accurate kennis en gingen met zijn allen een kleinigheidje eten.  
De hele namiddag nog wat rondgelopen met Lin en nog een aantal monumenten gefotografeerd die in de voormiddag niet aan bod kwamen of waar er nu de nodige tijd voor was om ze iets beter te fotograferen. Geniet mee.
 
Faustino da Costa kreeg een beeld van Saccomanno. Een topwerk is dit voor Caterina Campodonico (1801-1888) zij was nootjesverkoopster en spaarde heel haar leven voor dit monument van de hand van niemand minder dan Lorenzo Orengo. Het onderschrift is geschreven in dialect. Caterina was namelijk analfabeet. Rivara kreeg een beeld van de hand van Villa. Van dezelfde beeldhouwer is het beeld van de echtgenote die een laatste blik werpt op haar overleden echtgenoot: Raffaele Pienovi . Rossi kreeg een beeld van Giuseppe Benetti. Een vrouw leidt een weesmeisje naar het graf en tracht haar te troosten. Grillo kreeg een beeld van de hand van Scanzi. Een heel andere stijl, hier liberty-stijl genoemd, voor het graf Ammirato. Ratto kreeg een beeld van de hand van Lorenzo Orengo. Op het graf Lavarello zien we een uitbeelding van de smart. Iets verder een naamgenoot, Lavarello , met een uitbeelding “de pure ziel heeft geen schrik van de Dood” van beeldhouwer Demetrio Paernio. Wat te zeggen van het grafmonument Salvatore Queirolo waar een dame, het eeuwige leven voorstellend, de Dood nog dieper in de ondergang werkt. Prachtig beeld voor Salvator en Emma Rebora . De levensengel staat op het beeld Carpaneto . Op dezelfde rij een aantal monumenten: Castagnola , Piccollo , Bonini , Pastorini en een bronzen beeld voor het graf Gallino. Bij het verlaten van de galerij zagen we een onverlaat door de gangen sluipen. Toch kwam die ons bekend voor? We namen een kijkje in enkele galerijen van recentere datum. Na een hele dag verwend geweest te zijn is dit natuurlijk geen “top” maar toch staan er enkele pareltjes. “De Dood” op het graf Olivari . Een neoclassicistisch monument voor Coppa . Verder Salvetti en de Gregori. Beeldhouwer Brizzolari ligt onder een monument van zijn hand. In een tweede galerij Burlando . In een laatste galerij het monument Ribaudo kent Egyptiserende invloeden. “De drie gratiën” staan op de laatste rustplaats Caprile ). Het graf Montero doet denken aan de “hypnotiserende engel”. Het thema afscheid nemen vinden we op de grafmonumenten Jonassohn, Bonifacio en Cabona . Als finale gingen we nog eens langs het onregelmatige bosje
We zullen er heel vermoeid uitgezien hebben want het busje stopte om ons mee te nemen, aanbod waar we niet op ingingen.
 De kapel Volpe is van de hand van beeldhouwer Edoardo de Albertis. De naam Belimbau  kwamen we al tegen in de stad zelf. Hier is er een soort trompe oeil: je denkt dat de weg naar het grafmonument leidt maar vlak vóór het monument gaat de hoofdweg naar rechts. Weinig of geen info is te vinden over Carlo Peri en de familie de Ferrari maar ze liggen wel onder gigantische grafmonumenten. Chiarella kreeg beelden van Lorenzo Orengo op zijn laatste rustplaats. Puccio zijn kapel is van de hand van Coppedé. Wie Ambrozio Costa wel mag wezen kon ik niet achterhalen. David Chiossone was dichter en filantroop. Het beeld is van Lorenzo Orengo. Een monument voor Franse soldaten uit Wereldoorlog I. Michele Novaro was musicus en componist van het Italiaanse volkslied. Burlando kreeg een beeld van beeldhouwer Demetrio Paernio. Eindigen deden we bij het graf Sorrentino, een pracht van een beeld van de hand van Luigi Orengo.
We bliezen de aftocht en genoten nog van een deugddoend  drankje in de bar vlakbij de begraafplaats.


 



Jacques Buermans.
 
Foto’s: Jean Donny & Jacques Buermans.