Nieuwsbrief Nr. 89 - september 2015

DeurleDrie dodenakkers, twee gemeenten en één fantastische gids, wat wil je nog meer. Bezoek aan het kerkhof en de begraafplaats van Sint-Martens-Latem en aan het kerkhof van Deurle. Onze voorzitter aan het woord


Op zaterdag 18 juli, 10.30 uur, waren 22 Zerkjes en een  niet-ingeschreven niet-lid aanwezig aan de ingang van het kerkhof van Sint-Martens-Latem. An wachtte een academisch kwartiertje, lees: de tijd om haar sigaretje te rollen, en ging dan van start. Eerst gingen we in de Sint-Martinuskerk want An wist dat Gustaaf Van de Woestyne een gift deed aan deze kerk. We zagen daar inderdaad het schilderij “de heilige Domenicus krijgt de Rozenkrans”. An wees ons op het feit dat de rechterhand verkeerd staat. Terug buiten trok de groep  naar het graf van George Minne . Hij woonde eerst in het Patershol in Gent en vestigde zich later hier. Met dichter Karel van de Woestyne was hij de gangmaker van de eerste Latemse school. Ge moet het maar kunnen maar An had weer een nieuwigheid gevonden om haar prentjes, zaantjes zoals zij dat noemt, te tonen aan de Zerkjes: ze duidde een “zaantjestoonder”  aan. Wouter kreeg deze ondankbare taak. Op het graf Raes – Ziane toonde An ons het beeld “de treurende” of “melancholie” van de hand van Leon Sarteel, die “op haren hof” begraven ligt. Het niet-lid  ging hier duchtig te keer met pen en papier. Eindigen deden we hier met AlbijnVan den Abeele. Hij schreef aanvankelijk traktaten voor de heemkundige kring en novellen. In 1870 begon hij te schilderen. Hij was autodidact en de peetvader van de eerste Latemse school. Hij was eerst gemeenteraadslid en werd later burgemeester om te eindigen als gemeentesecretaris.
Vandaar was het maar enkele honderden meters naar de begraafplaats van Sint-Martens-Latem. Edgar Gevaert werd gewond tijdens W. O. I, werd daarna pacifist en ijvert voor vrede. Hij huwt met Marie Minne. Hij verwierf ook bekendheid door het lanceren van LIMA, een natuurproduct voor vegetariërs. Normaal dat ik daar nog nooit van gehoord had. Dichter Firmin Van Hecke  werkte op het ministerie voor onderwijs. An vertelde volgende anekdote: Firmin lustte wel een wijntje, liefst meer dan één. Tijdens de middag deed hij steeds een tukje tussen 12 en 13 uur. Op het ministerie werkte een jonge bode Firmin, ook met de naam Firmin. Op een middag roept men de bode, Firmin. Van Hecke schrikt wakker en vraagt “Wie heeft mij nodig?”. De bode zegt: “Men heeft mij nodig: ik heet ook Firmin”. Van Hecke sommeert de bode om 13 uur op zijn kantoor. Het knaapje komt met knikkende knieën aan op het kantoor. Van Hecke zegt tegen de bode: “Vanaf nu heet jij Fons” en zo ging Firmin de bode verder als Fons door het leven. Frédéric Minne was een zoon van George. In een hoek van de begraafplaats ligt Karel Van Wijnendaele , echte naam Steyaert, journalist en de promotor van de Ronde van Vlaanderen. Van hem is ook de term flandriën, dat is een coureur zoals ze er bij geen meer maken. Nora Steyaert, omroepster geweest, is een kleindochter van hem zo wist An ons te vertellen.
 
Vandaar gingen de sportievelingen An en Dirk in het spoor van Karel Van Wijnendaele naar het kerkhof van Deurle. De rest volgde in volgauto's. Daar aangekomen wees An ons op twee monumenten voor de gesneuvelden één tegen de kerkmuur  en een ander vlakbij de kerk . Een kanjer van een grafmonument voor de familie de 't Serclaes de Wommersom. An wist hier te vertellen dat indertijd Deurle zo dun bevolkt was dat tussen twee graven twee meter was! Xaveer De Cock was schilder. De groep keek dan naar het graf voor Virginie Vernest . Zij ligt onder een soortement lijkwade met een tekst van Antoine de Saint-Exupéry. Raf Van Cauwenberghe  beeldhouwde expressionistisch maar An wees ons er op dat een deel van het beeldhouwwerk heel realistisch was. Piet Van Eeckhaut was advocaat.
 Gilles Pieters kreeg een werk van zijn hand op zijn laatste rustplaats. Doet heel erg denken aan het werk van Folon. Oscar Codron was schilder. 
Gaston Martens  moest zijn vader opvolgen als brouwer. Hij moest cafés bezoeken en zo ontdekte hij de couleur local. Als toneelschrijver werd hij wereldbekend met “het dorp der mirakelen” en “de Paradijsvogels”. 
Wat verder toonde An ons een eigenaardigheidje. De ingang van de grafkapel de Spoelbergh , van de Stella, stond op het kerkhof terwijl de eigenlijke kapel zich op het domein van de familie bevond. Wegens een uitbreiding van het kerkhof staat ze nu wel op het kerkhof. Hier kwamen de door An gevraagde zaklampen  van pas om een kijkje te kunnen nemen in de grafkapel. 
Henry Stoffels was piloot. Hij stortte neer in Brustem. An toonde hier dat het oorspronkelijke graf veel groter was. Schilder Leon De Smet schilderde eerst impressionistisch; later schakelde hij over op expressionisme, dit zonder groot succes evenwel. Jenny Montigny  kon als dame niet terecht in een academie en zij diende les te volgen bij een kunstenaar. Zij volgt les in het atelier van Emile Claus en, dixit An, “Jenny heeft een ferme boon voor hem”. De Pesseroey was de laatste burgemeester van Deurle. Het prachtige werk “pas de deux” siert zijn graf.  Jules De Belder , afkomstig van Lier,was dichter. Zijn echtgenote Line Lambert heeft ons ooit gegidst in Deurle. Gust De Smet ; van hem zegde Permeke: “Hij is nooit klein geweest”. Een werk van diezelfde Permeke op het graf. Eindigen deden we bij het eenvoudige graf voor Maddy Buysse. Hier was ons An in alle staten want Maddy wilde Cyriel Buysse laten overbrengen van haren hof, de Westerbegraafplaats, naar Deurle. Dit was zonder An gerekend. Zij zocht in de archieven en vond dat Cyriel Buysse naast zijn zuster Virginie Loveling begraven wenste te worden. De concessie verliep in 2000. En laat nu Maddy Buysse overlijden in … 2000. Eind goed, al goed voor An.
En ook eind goed voor deze fel gesmaakte rondleiding. Iedereen was het er nogmaals over eens: An is niet alleen een topmadame maar een top gids zoals er maar weinig bestaan. Ik denk dat weinigen beseffen welke voorbereiding er aan zulke rondleiding voorafgaat. Het documenteren van zo'n rondleiding is iets wat weken in beslag neemt. Dus heel wat wijsheid rijker togen we naar de “Ouwe hoeve” om daar te genieten van een fel gesmaakte maaltijd .
Jacques Buermans
 
Foto’s: Leen Otte, Philippe Theys en Jacques Buermans