Nieuwsbrief Nr. 88 - juli 2015

Begraafplaatsen in de frontstreek (deel 4) : Mia Verbanck beschrijftHet Duitse kerkhof van Vladslo


In ‘t Praetbos buiten Vladslo,
van God en mens verlaten,
ligt de jonge Peter Kollwitz,
in een massagraf van soldaten
en ik ken geen vrediger wereld,
van roerlozer bomen,
geen schoner kathedrale,
om te bidden en om te dromen.
 
Zo begint een lied van Willem Vermandere over het Deutscher Soldatenfriedhof Vladslo.
(https://www.youtube.com/watch?v=eovFI_TtCgc)
 
de begraafplaats
 
De Duitse begraafplaats van Vladslo ligt aan de Houtlandstraat te midden van een eikenbos en op een drietal kilometer ten noorden van het centrum van Vladslo, nabij de grens met Koekelare.
Wie onder de toegangspoort doorgaat, betreedt een groen gazon bezaaid met vele kleine grafstenen. Daartussen staan enkele basalten kruisjes. Hier rusten 25.638 Duitse soldaten uit de Eerste Wereldoorlog. Het terrein is 1,2 hectare groot.
 
De eerste Duitsers werden al in het Praatbos begraven in oktober 1914, tijdens de Slag om de IJzer. Het leger installeerde er ook een verbandpost waar heel wat gewonden overleden, waardoor de begraafplaats groeide en tegen het eind van de oorlog meer dan 3.000 doden telde.
 
Tot in 1956 lagen er op het kerkhof 3.233 Duitse soldaten begraven. Het was een indrukwekkend kerkhof vol eikenhouten kruisjes. In de jaren 1955 tot 1957 werden de Duitse kerkhoven, waarmee West-Vlaanderen bezaaid was, sterk in aantal verminderd. In de jaren 1956-1958 werden de meer dan 100 kleine Duitse militaire begraafplaatsen die verspreid lagen over Vlaanderen, teruggebracht tot vier: de stoffelijke resten werden overgebracht naar de verzamelbegraafplaatsen van Hooglede (8.247 doden), Langemark (44.294 genseuvelden), Menen (47.864 soldaten) en Vladslo. Vanuit 61 Belgische plaatsen zijn bijna 22.000 graven naar Vladslo overgebracht.
 
Om ruimte te winnen, werden alle vroegere kruisen verwijderd en aanvankelijk vervangen door 12.819 kleine houten blokjes bedekt met een bronzen plaatje, kruisjes die nauwelijks boven de grond uitkwamen. 
Ook kwamen er hier en daar paarsgewijze naamloze basalten kruisen. Alleen één oorspronkelijk kruisje bleef enige tijd behouden, dat waaronder Peter Kollwitz rustte. In 1959, zoals zijn moeder Käthe Kollwitz het zelf zou gewild hebben, werd dat laatste houten kruisje van het kerkhof weggehaald. Het bevindt zich in het In Flanders Fields Museum van Ieper. In 1971 en 1972 werden de houten blokjes op hun beurt vervangen door huidige arduinen platen waarin telkens ongeveer 20 namen gegrift staan. Enkele van de basalten kruisen werden behouden. 
De begraafplaats heeft een rechthoekig grondplan, aan de vier zijden omgeven door een hoge dichte beukenhaag. Tegen de hagen staan enkele rechtopstaande oudere graf- en gedenkstenen en stenen zitbanken.
Wanneer je de begraafplaats betreedt, zie je links meer dan honderd slachtoffers die allemaal op dezelfde dag zijn gesneuveld tijdens de Slag bij Halen.
 
treurende ouderpaar
 
Op de begraafplaats staan de granieten beelden van het Treurende Ouderpaar, gemaakt door de Berlijnse kunstenares Käthe Kollwitz in herinnering aan hun tweede zoon, de 18-jarige Peter Kollwitz. Hij had vrijwillig dienst genomen als musketier en was op 23 oktober 1914 in het naburige Esen gesneuveld toen zijn eenheid de Belgische verdediging bij Diksmuide aanviel. Het graf van Peter ligt vlak voor het treurende ouderpaar. Na de dood van Peter zei Käthe Kollwitz tegen een vriend: “Er is een wond in onze levens die nooit zal genezen. En dat hoeft ook niet.”
 
Reeds een week na zijn dood rijpte bij moeder Käthe het plan om een gedenksteen te ontwerpen voor haar zoon. In de loop van de jaren maakte ze verschillende ontwerpen. Die leidden achttien jaar later, in 1932, uiteindelijk tot de beelden van ‘Die Eltern’ of ‘Het treurende ouderpaar’. In het monument heeft Käthe Kollwitz een gebeiteld portret gemaakt van zichzelf en haar man Karl. De beelden werden in hardsteen uitgevoerd naar het ontwerp van Käthe Kollwitz-Schmidt: de vaderfiguur door August Rhades (°1886), hout- en steenbeeldhouwer, leerling van Erwin Kurz; de moederfiguur door Fritz Diederich (°1869), beeldhouwer aan de Berlijnse academie van 1891 tot 1898.
 
Links een man (vader) bewegingsloos rechtop zittend met de armen over elkaar tegen het lichaam gedrukt, de jas strak rond het lichaam getrokken. Het gelaat heeft een sterk gesloten uitdrukking, met diepliggende ogen, de mondhoeken naar beneden getrokken. De vrouw (moeder) rechts van hem, gehuld in een lang kleed, haar sjaal strak aangetrokken, de armen eveneens tegen het lichaam gedrukt, zit helemaal voorovergebogen met neergeslagen ogen. 
De stenen ouders knielen met hun gezicht naar de begraafplaats. “Ze zijn gericht naar de grafsteen van hun zoon, maar tegelijk ook naar alle andere slachtoffers van de oorlog. Op die manier worden deze beelden niet alleen door wat ze uitdrukken, maar ook door hun opstelling verheven tot een algemeen symbool van diepe droefheid en een aanklacht tegen de wreedheid van de oorlog.” (M. Jacobs, Zij, die vielen als helden”, Brugge, 1996, 2 delen - Uitgave Provincie West-Vlaanderen)
 
Käthe en haar man, Karl Kollwitz, brachten de beelden zelf naar België. Ze schreef het volgende over hun laatste bezoek aan het graf van Peter Kollwitz en de beelden: “We liepen van de beelden naar het graf van Peter en alles voelde levend en compleet. Ik stond voor de vrouw, keek naar haar – mijn eigen gezicht – en ik huilde en streelde haar wangen. Karl stond vlak achter me – ik was me er niet eens van bewust. Ik hoorde hem fluisteren, ‘Ja, ja’. Wat waren we toen hecht!”
 
De beelden van het treurende ouderpaar waren op 24 juli 1932 geplaatst op de voormalige begraafplaats aan het Roggeveld in Esen, in aanwezigheid van de kunstenares. Ze werden in 1957 eveneens overgebracht naar Vladslo. De begraafplaats werd heringericht door de Duitse architect Robert Tischler en wordt onderhouden door de Volksbund Deutsche Kriegsgräberfürsorge. De beelden behoren nog steeds aan de familie Kollwitz toe.
 
Begin 1996 stelde een kleinzoon van Käthe Kollwitz voor om het Treurende Ouderpaar te vervangen door een replica en de originelen naar Berlijn halen. De Vlaamse overheid wees dit af en in 1997 werd de begraafplaats beschermd als monument.
 
De Volksbund Deutsche Kriegsgräbefürsorge e.V. liet in 2014 een replica maken van de beeldengroep om die vervolgens op 20 september van dat jaar  op te stellen op de begraafplaats in Rshew op 200 km van Moskou; daar liggen Duitse en Russische soldaten uit de Tweede Wereldoorlog begraven. Tijdens de Tweede Wereldoorlog verloor Käthe Kollwitz haar kleinzoon, de zoon van Hans. Ook zijn naam was Peter naar zijn gesneuvelde oom.
 
Die replica’s zijn net, zoals het origineel, vervaardigd uit Belgisch Graniet. ‘Renier natuursteen NV’ uit Aarschot stond in voor de productie. Met speciale fotografische technieken en aangepaste software werd een digitale 3D-tekening gemaakt van de modellen. Vervolgens freesde een speciale machine het beeld uit het ruwe blok. Na de machinale bewerking gingen gekwalificeerde beeldhouwers aan de slag om de beeld af te werken en karakter te geven. Alle details zoals ogen, handen, vingers werden uiterst fijn uitgewerkt. De beeldhouwers baseerden zich hiervoor op enorm veel detailfoto’s van vele onderdelen.
De replica’s zijn 10 procent groter gemaakt dan het origineel en wegen elk om en bij de 1100 kg.
 
kathe kollwitz-schmidt
 
Käthe Schmidt werd op 8 juli 1867 geboren in Koningsbergen (voormalige hoofdstad van Oost-Pruisen). Ze huwde met de arts Karl Kollwitz en verhuisde naar Berlijn. Hun zoon Hans zag het levenslicht op 14 mei 1892 en Peter werd geboren op 6 februari 1896.
Haar man Karl stierf op 19 juli 1940. In 1944 verhuisde zij van Berlijn naar Moritzburg bij Dresden waar zij op 22 april 1945 overleed, enkele dagen voor het einde van de Tweede Wereldoorlog.
 
Ze werd vooral bekend om haar sociale bewogenheid en als uitbeeldster van de mistoestanden als gevolg van oorlogen en sociaal onrecht. Ze was één van de belangrijkste expressionistische kunstenaars van Duitsland. Niet alleen het “Treurend Ouderpaar”, maar ook tekeningen en houtsneden onderstrepen het waanzinnige van de oorlog. 
Toen Hitler in 1933 “Reichskanzler” werd, was zij gedwongen de Academie en haar leerstoel te verlaten. Haar werken werden niet meer tentoongesteld. Haar stelling “Die eigentlichen Verlierer der Kriege sind immer die Eltern, die Frauen, die Mütter” (“De eigenlijke verliezers van de oorlog zijn altijd de ouders, de vrouwen, de moeders”) was daar niet vreemd aan.
 
Een bezoek aan de begraafplaats van Vladslo laat indrukken na. In het nabijgelegen Koekelaere is een museum aan Käthe Kollwitz gewijd.
 
Tekst en foto’s: Mia Verbanck
 
Als documentatie staat er een Engelstalig filmpje over leven en werk van Käthe Kollwitz op https://www.youtube.com/watch?v=Ou08HU3LM60