Nieuwsbrief Nr. 88 - juli 2015

Week van de Begraafplaatsen


Izegem : Tom Colpaert getuigt

Onder de deskundige leiding van gids Koenraad Vandommele werden de bezoekers op de oude begraafplaats gelegen langs de Roeselaarsestraat / Nederweg ingeleid in de wereld van de overleden Izegemse industriëlen.
De wandeling duurde 2 uren en kon de deelnemers van begin tot eind boeien. 

Foto : Tom Colpaert

Het stadsbestuur wil langs deze weg Koenraad bedanken!

Tom Colpaert.

Sint Amandsberg - Campo Santo : Anne-Flor Van Menen was daar met An

Week van de begraafplaatsen in Gent, dan kun je niet om een bepaald monument heen: An Hernalsteen. Maar dat is eerder een plus dan een min. En ook al is dezelfde rondleiding met haar toch altijd anders (volgens de vragen van de bezoekers of haar eigen ontdekkingen in een of ander archief), er staat elk jaar wel weer iets nieuws op het programma. Deze keer o.a. (hoe kan het ook anders) een WO I-wandeling. Post gevat aan het Campo Santo van Sint-Amandsberg dat, zo heeft ze weer omstandig beargumenteerd, eigenlijk helemaal niet die naam waardig is. Een écht Campo Santo-ontwerp was er voor die andere Gentse uithoek: Mariakerke, hoewel het ook daar nooit volledig uitgevoerd werd. De begraafplaats van Sint-Amandsberg dankt haar naam simpelweg aan een dergelijke benoeming tijdens een grafrede voor Jan Frans Willems (ja ja, de échte). De media pikte het later op en welja, de kracht van de media is geen nieuwigheid. Stilaan werd de begraafplaats tot Campo Santo omgedoopt en vandaag kennen we haar nog steeds onder die benaming…
Omdat het té toepasselijk is om er niet bij stil te staan, trekken we eerst naar een gedenkplaat op een muur vlakbij de ingangspoort van de begraafplaats. Exact 100 jaar geleden, tijdens de nacht van 6 op 7 juni 1915, werd daar de zeppelin LZ37 uit de lucht gehaald door de Brit Warneford. De Duitse doden rusten op een andere begraafplaats, de Wester. Voer voor een andere wandeling, die eveneens kan gevolgd worden. Een van de burgerslachtoffers bij ons, Odile Maes van slechts 9 lentes oud, zal het eindpunt zijn van deze wandeling, waarmee de cirkel rond is.
Tijdens deze cirkel natuurlijk veel meer smeuïge, tragische en boeiende verhalen op de graslanden van deze mooie, groene necropool. Het ereperk is er bijzonder klein en wat armtierig, maar we staan er toch uitgebreid bij stil. Evenveel oorlogsslachtoffers, of –helden zo je wil, vinden we echter in familiekelders en afzonderlijke graven. Iets om waakzaam over te zijn, zo bezweert ons An, want hun concessies worden niet zonder meer bewaard, zoals dat wel het geval is voor graven op een ereperk. Maar ze verdienen toch dezelfde behandeling? Dus alle hens aan dek om deze graven eruit te halen en te laten beschermen, eerlijk is eerlijk. 
Tijdens de wandeling wordt pijnlijk duidelijk hoe moeilijk het is om een correcte administratie bij te houden van zo’n omvangrijke ramp als een wereldoorlog. Op graven vallen soms foute data of foute sterfplaatsen te lezen. Super-An wil ze natuurlijk allemaal uitpluizen en nagaan. Geen fouten in haar informatie!  Wat ook opvalt is hoeveel knapen een ‘kogel in de borst’ of ‘in het hart’ kregen. We maakten ons de bedenking: akkoord, de familie vertellen dat ze aan flarden geschoten waren of uren hebben liggen uitbranden ten gevolge van fosfor, is niet sympathiek en misschien zelfs niet raadzaam. Maar dat er zoveel gracieus en snel overleden zijn aan een kogel in het hart? Tja, … oorlog is natuurlijk ook een verbloemingsindustrie zeker…?
De meeste oorlogsgraven die we bezoeken zijn uiteraard graven van personen die elders ontgraven zijn en werden overgebracht. Dit op vraag van de familie en op kosten van de staat, want dat is natuurlijk wel een kostelijke zaak die zeker niet elke familie zou kunnen bekostigen. Maar blijkbaar was er toch diep begrip voor het leed van getroffen families en bereidwilligheid om de dode terug ‘thuis’ te brengen. Een pleister op de wonde.
Soms werd zo’n dode zelfs al eens ‘geadopteerd’ door een welstellende familie, wat inhoudt dat hij een plekje kreeg in hun familiekelder ook al hoorde hij daar niet. Of betaalde iets verdere familie het graf, zoals het geval was bij een Amerikaanse Vlaming ‘John Bekaert’. Hij moet ooit zijn geluk gaan beproeven zijn aan de overkant van de plas, en keerde terug om ‘poor little Belgium’ bij te staan in moeilijke tijden. Verder dan Frankrijk is hij echter nooit gekomen. Familie van hem (oom/tante) schonk hem een grafplaats op Campo Santo, hoewel hij genaturaliseerd was tot Amerikaan en je dus zou verwachten dat hij naar daar zou overgebracht worden. Had hij er geen familie? Of zaten ze nog allemaal hier, mogelijk met de bedoeling hem te volgen als hij voldoende gespaard en vergaard had? Graven en mysteries, ze gaan hand in hand… 
We ontmoeten ook nog een graf van een vermiste, die intussen letterlijk en figuurlijk boven water gekomen is. Soldaten werden doorgaans begraven in de buurt van waar ze sneuvelden. Maar als daarna de Ijzervlakte, een deel van het strijdtoneel, onder water werd gezet, verdwenen er dus ook enkele van die rustplaatsen…  Maar blijkbaar dus niet voor eeuwig, dat illustreert een graf van zo’n pechvogel, zijn familie bracht hem weer thuis. 
Kortom, zoals we verwacht hadden, was dit een wandeling vol interessante histories die makkelijk nog een paar uren langer had kunnen duren. De trieste verhalen dwongen vaak tot reflectie maar er is naar Hernalsteense traditie ook ruimte voor een zwart grapje af en toe.
Vermisten werden gevonden, opschriften gecorrigeerd, lijken begraven en herbegraven (en nog eens herbegraven), en tussendoor piepen we ook eens bij graven die de nieuwsgierigheid van velen prikkelden: Jan Hoet en Wilfried Martens. Voor elk wat wils dus.
 
Tekst en foto's : Anne-Flor Van Meenen