Nieuwsbrief Nr. 88 - juli 2015

Naar Wiesbaden met de TerebinthJacques en Lin op stap met Terebinth


Vanuit Eindhoven vertrok op woensdag 20 Mei een 37-tallig gezelschap van de Terebinth richting Wiesbaden voor een tweedaagse trip zoals steeds keurig georganiseerd door Rindert Brouwer en Jeannette Goudsmit. In het gezelschap een tiental leden van vzw Grafzerkje, buiten Lin en mezelf allemaal Nederlandse leden. Na dik vijf uur rijden stonden we aan de voet van de Neroberg. Met een waterballasttreintje, een systeem dat niet aangedreven wordt door elektriciteit maar door water, naar boven. 
Aan het monopteros , een rond gebouw met koepelvormig dak, hadden we een prachtig zicht  op de stad Wiesbaden beneden ons. Vandaar naar de Russisch-Orthodoxe kerk : een juweeltje. Adolf Wilhelm von Nassau-Weilburg, hertog van Nassau en groothertog van Luxemburg, huwde in 1844 in Sint Petersburg met grootvorstin Elisabeth Michailowna Romanov. Ze kregen een dochter die bij haar geboorte, op 27 januari 1845, overleed. Elisabeth stierf een dag later, amper 18 jaar oud. Adolf besteedde het geld van de bruidsschat voor de bouw van een grafkerk. Architect was Philipp Hoffmann. De kerk werd ingewijd in 1855 en kort daarop werden de stoffelijke resten van de grootvorstin en haar kind hier bijgezet in een sarcofaag van Carraramarmer vervaardigd door beeldhouwer Emil Hopfgarten. August Hopfgarten ontwierp de fresco’s en de koepel . Toen president Poetin en ex-president Gorbatschov in 2007 Wiesbaden bezochten werden de gouden koepels opnieuw verguld voor liefst € 663 000.
Vlakbij de kleine Russisch-Orthodoxe begraafplaats. De begraafplaats werd ingewijd in 1856. Ze voorzag in de behoefte omdat overbrengen van Russische gelovigen naar Rusland een kostbare zaak was. In het midden een prachtige grafkapel  een ontwerp van Philipp Hoffmann.  August Grimm was leraar Latijn en Grieks in Sint Petersburg. Het monument is in Carraramarmer. Graaf Karl von der Osten  was militair en gouverneur in Charkow. Magnus von Grotenhelm  vocht onder andere met het Russisch leger tegen Napoleon. Beeldhouwer was Jakob Meuldermanns. Van dezelfde beeldhouwer vinden we een zwevende engel op het graf voor Nataljia Kamm . Het krioelt hier van de Orthodoxe kruisen waaronder zelfs een houten exemplaar . Een levensgrote Moeder Gods op het graf Warwara Petrowna . Ze was drie maal gehuwd en werd driemaal weduwe. Konstantin Dieterichs  was militair. Ook hier was de beeldhouwer Jakob Meuldermanns. Een kruis op een rotsachtige bergop, verwijzend naar het kruis van Golgotha, op het graf voor Maria Petrowna . Een sarcofaag met Russisch-Orthodox kruis voor Elisaweta Golizyna. Vorst Pjotr Repnin  werd één dag na de inwijding van de begraafplaats hier begraven. Baron von der Osten (1795-1878) liet dit grafmonument, ook van Jakob Meuldermanns, vervaardigen in 1871. Nog tijdens zijn leven dus. Alexej von Jawiensky  was een gerenommeerd expressionistisch schilder. Nikolai Karnejew stierf op 31-jarige leeftijd. Zijn ouders lieten het monument oprichten. Een pleurante op de laatste rustplaats voor Woldemar von Haehne . Georgij en Olga Jurjewskaya waren twee kinderen van tsaar Alexander II uit diens morganatisch huwelijk, dit is een huwelijk beneden zijn stand. Metropoliet Seraphim was geestelijke. Tot slot zagen we de laatste rustplaats voor Archibald McLean  was een Schot die in dienst trad van Rusland.

-

Vandaar trokken we naar de ‘oude begraafplaats’. In 1934 werd besloten om de begraafplaats om te vormen tot een park, aanvankelijk zonder het bestaande karakter te verstoren. In 1972 kwam er een drastischer aanpak: het werd een vrijetijdspark met speeltuin. In 2010 werden een barbecueruimte, voetbalveldje en klimmuur toegevoegd. Het gevolg laat zich raden. Geen enkel monument is nog intact en overal graffiti. Een begraafplaats onwaardig! Van het gedenkteken voor de gesneuvelden uit de Frans-Duitse oorlog van 1870-1871 zijn de bronzen adelaar en een aantal naamplaten verdwenen. Burgemeester Wilhelm Lanz overleed bij een dodelijke trap van een paard toen hij een vrouw wilde helpen die onder een rijtuig terecht was gekomen. Hier is het smeedijzeren hek verdwenen. Hetzelfde gebeurde bij het graf van zijdefabrikant Simons . Een monument uit zwart graniet voor het schrijversechtpaar Adolphe Stahr en Fanny Lewald. Deze laatste wordt gezien als de voorloopster van de moderne roman. Militaire symboliek op het graf voor Georg Baring die tegen de Fransen vocht in de slag bij Waterloo. Hier sneuvelde het portret. Hier ligt de architect van de eerder bezochte Russisch-orthodoxe kerk op de Neroberg: Philipp Hoffmann. Carl Scheffel ligt onder een pleurante in Jugendstilstijl. Chemicus Carl Fresenius kreeg een nieuw borstbeeld. Het grootste monument is het mausoleum voor Pauline von Württemberg haar zoon Nikolaus Wilhelm en diens echtgenote Natalya Poesjkin, een dochter van de beroemde Russische dichter Alexander Poesjkin. Zij wenste te midden van de burgers van Wiesbaden begraven te worden in plaats van in het familiegraf. Hiermee kwam een einde aan de eerste dag die eindigde op een begraafplaats de naam onwaardig.     
De voormiddag van dag twee werd besteed aan het Nordfriedhof. De begraafplaats bestaat sinds 1877. Hoewel, iedereen weet dit stilaan wel, ik geen liefhebber van ‘groen’ ben kon ik het hier wel smaken. In de eerste plaats omdat de begraafplaats perfect onderhouden was en ook omdat hier een aantal bomen en struiken stonden die kleur gaven aan de begraafplaats: rododendrons, gouden regen en dies meer. Wat hier ook blijkbaar een succesverhaal is: “grabmalpatenschaft”, wat wij bruikleen noemen. De bruiklener is verantwoordelijk voor onderhoud en restauratie. Hij is ook verplicht om de originele namen te behouden. Soms wordt de originele tekstplaat omgedraaid zodat je soms op oude grafmonumenten recente data ziet. De wandeling startte al bij twee zulke adoptiegraven. Wilhelm Leroy  was de originele bewoner. Een bronzen reliëf kan gezien worden als symbool van het geloof. Een pleurante uit Carraramarmer staat op het graf Peipers , nu Ingrid Hohendahl-Plonze. Emilie Schlaffhorst haar laatste rustplaats kreeg de titel “Des Vaters Trost”. Een monument in Jugendstil voor Johann Faber. De scheepsattributen symboliseren het levenseinde en de hoop op een beter leven. Twee beeldhouwers kregen grafmonumenten in een zeer uiteenlopende stijl. Carl Jung kreeg een sarcofaag in renaissancestijl uitgevoerd door zijn medewerker Max Müller. ‘Collega’ beeldhouwer Franz Grünthaler en zijn echtgenote liggen onder een stèle van zwart graniet met een bronzen medaillon vervaardigd door hun zoon Nikolaus. Franz Abt was componist en kreeg een eregraf van de stad Wiesbaden zoals ook Ferdinand Möhring  componist, dirigent en organist. Een engel met roos en palmtak voor Lauritz Frederichsen .
Werk van beeldhouwer Jakob Meuldermanns kwamen we al tegen op de Russisch-Orthodoxe begraafplaats. Op zijn graf een beeld gemaakt door hemzelf voor zijn echtgenote Pauline. Op het graf voor Dora Jwanowsky  zit een bronzen fluitspeler. Heinrich von Herzogenbergwas componist met veel werk in de stijl van Bach en Brahms. John Eric Banck  was een Nederlands jurist en dichter. Tussen 1858 en 1893 was hij eigenaar van Schiermonnikoog. De familie Haeffner was dan weer eigenaar van het Grand Hotel Rose in Wiesbaden. Het columbarium dateert uit 1902. In de vensters staan nog enkele urnen uit de beginperiode. Vlakbij kon ik nog even een blik werpen op de Joodse begraafplaats . Marie John ligt onder een poortvormige architectuur met twee vrouwelijke figuren als tegenpolen: links verdriet, rechts vertrouwen in het eeuwige leven. Uit de rododendrons komt een vrouwenfiguur uit brons tevoorschijn. Het is bestemd als grafmonument voor August Spiess .Edgar Auer von Herrenkirchen was van adel en liet in een burchtachtige architectuur een ridderfiguur neerzetten. Een zeshoekige kapel voor Theodosia Jurenka.
Een cenotaaf ter ere van Friedrich König bestaat uit een enorme wand met in een nis een sarcofaag met in hoogreliëf mannelijke figuren als wachters. Zijn lichaam werd in 1947 overgebracht naar Heidelberg. Op de sarcofaag zelf een stoet van naakte mensen naar het onvermijdelijke einde. Fritz Jonas  sneuvelde in Wereldoorlog I. Op het monument de namen van hen die hier samen met hem zijn begraven. Een bijzonder monument: een halfronde bank met ervoor een ronde bloembak kreeg koopman Clifford Callwood . Een mannelijke figuur, een zittende pelgrim, op de laatste rustplaats voor Franz Uthmann. Beeldhouwer Fritz Jung kreeg een bezinnende vrouwenfiguur op het graf. Eugen Suhr  werd slechts 20 jaar oud. Vandaar de figuren van een man en een vrouw die verschrikt omhoogkijkt met afgebroken tak als symbool van het vroeg afgebroken leven. Otto Kreizner  ligt in een neogotische kapel met een prachtig portaal. Neoclassicistisch is dan weer het monument voor jurist Heinrich Heintzmann .
Een opvallend monument in rode zandsteen voor Felix en Elise Braidt . Een adoptiegraf was oorspronkelijk bestemd voor arts Louis Hassel  en wordt nu ingenomen door apotheker Kurt Stetttner. Het blijft dan toch in dezelfde beroepsfamilie. Harry Goedecker overleed amper vijftien jaar oud. De deur op een kier nodigt de overledene uit om het rijk van de levenden te verlaten en toe te treden tot het dodenrijk. De figuur links is de genius van de dood en rechts zien we de jonggestorven Harry. Een obelisk met de doodsengel staat op het graf voor industrieel Sigmund Schukert , stichter van een elektriciteitsbedrijf. Een pleurante op de laatste rustplaats voor John Goldenberg . Op het eind van mijn wandeling kon ik nog twee adoptiegraven bewonderen. Het graf dat nu toebehoort aan de familie Gerlach , maar eerder toebehoorde aan Albertine Emmerich. Een prachtcombinatie van zwarte graniet met witte marmer. In 2000 nam Maria Röser-Wenderoth de concessie van Fritz Baum  over. Een mooie pleurante in Carraramarmer is een goede keuze zou ik zeggen. Een mooi contrast: de rode achtergrond met vooraan naast een afbeelding van militair Erich Stenger  een reliëf met het verhaal van Phaëton, de zoon van de zonnegod Helios, die ondanks de waarschuwing van zijn vader de zonnewagen besteeg en neerstortte. Het mooiste behield ik voor het laatst: het grafmonument voor Eduard Bartling , bouwondernemer en politicus. Bartling liet dit monument al tijdens zijn leven maken door beeldhouwer Ernst Herter. De beeldengroep vooraan is een afscheidsscène: De Dood heft zijn uurglas ten teken dat de tijd gekomen is met een man die verbaasd naar de zandloper kijkt en een vrouw die hem probeert vast te houden. Dit was dan, voor wat mij betreft, de afscheidsscène voor het prachtige Nordfriedhof.
Op onze terugweg deden we, na een lange omweg (Nederlanders zeggen dan “we wilden jullie het landschap eens tonen”, Oppenheim aan. Na een hele klim bereikten we de Katharinenkirche met in de Michaelskapelle het Beinhaus , het knekelhuis. Van achter een traliewerk konden we schedels en dijbeenderen bewonderen. Waarom die tralies er zijn is mij een raadsel. Misschien is het om te vermijden dat, bij het Laatste Oordeel, al die botjes hun weg zouden vinden naar de talrijke eetgelegenheden in de buurt?
Conclusie: we zaten heel lang in de bus maar ik onthoud toch enkele pareltjes van begraafplaatsen die we konden bezoeken dankzij de, alweer, prima organisatie van Rindert Brouwer en Jeannette Goudsmit. 
 
Jacques Buermans
 
Met dank aan Rindert Brouwer en Jeannette Goudsmit omdat ik ruimschoots gebruik maakte van hun reisgids “Kein Leben ohne Tod”.     
 
Foto’s: Christine Sanberg en Jacques Buermans.