Nieuwsbrief Nr. 88 - juli 2015

Milaan : Guiseppe VerdiEen kleine Vlaamse ontmoet een grote Italiaanse meneer


Wanneer een mens drie dagen lang uit volle boezem (sic) “Va, pensiero” het slavenkoor uit Nabucco loopt te kwelen, dan komen daar gegarandeerd brokken van. Voor deze mens kan maar één drastische remedie verlichting bieden: een bezoek aan het graf van de maestro zelf.
Noch vader-herbergier Carlo, noch moeder-zijdespinster Luisa Ottini, kortom niemand in Le Roncole kon op die fameuze tiende oktober 1813 vermoeden dat één van Italië’s meest geliefde componisten zijn blijde intrede op aarde deed. De boreling leek meer in de wieg gelegd om in Busseto, bij de jezuïeten een priesteropleiding te volgen. Op tienjarige leeftijd tokkelde de kleine Giuseppe al lustig op het orgel van Le Roncole en in 1824 werd hij effectief naar Busseto gestuurd waar zijn muzikaal talent blijkbaar ontdekt wordt. Achttien lentes jong vinden we hem terug in het conservatorium van Milaan, de rest van dit verhaal staat in de annalen van de muziekgeschiedenis geboekstaafd.
In 1836 huwde onze componist Margherita Barezzi, dochter van zijn weldoener en beschermheer. De kinderwens was er maar de kleine Verdi’s stierven één na één en in 1840 maaide de man met de zeis ook zijn Margherita neer.
Wanneer Nabucco in première gaat, vertolkt de sopraan Giuseppina Strepponi ( 8 september 1815-14 november 1897) de rol van Abigail. Zij werd zijn muze. Pas na 12 jaar ongehuwd samenwonen, gaf ze hem officieel haar jawoord.
Eind januari 1901 werd Verdi getroffen door een beroerte, de maestro lag op sterven. Uit respect en om de man niet te storen bedekte men de straten nabij het sterfhuis met stro. Op 27 januari 1901 sterft hij.
Verdi wenste een sobere, stille begrafenis zonder muziek, toespraken of enige andere poespas, liefst kort na de dageraad of juist voor zonsondergang. Een nooit geziene massa begeleidde hem op zijn voorlaatste reis, richting Cimitero Monumentale. Men hoort een muis lopen.
Na één maand brengt men hem over naar zijn definitieve rustplaats, het “Casa di riposo per musici” waar de crypte en het mausoleum versierd werden met mozaïeken van Lodovico Poghliaghi. Ook Giuseppina Strepponi werd hier bijgezet. Bij de herbegrafenis is het eerbetoon opnieuw massaal maar deze keer is het niet stil. Uit tienduizenden kelen klinkt het Slavenkoor. Had ik toen geleefd en was ik toen in Milaan geweest, ik stond tussen het volk: “Va, pensiero”.
Tekst en foto's : An Hernalsteen