Nieuwsbrief Nr. 88 - juli 2015

Italiëtrip deel 1: Milaan. Onze voorzitter getuigt met veel foto’sDe “Monumentale” van Milaan is werkelijk “monumentaal”!


De trip naar Italië was toch wel het grootste project op gebied van “buitenlandse reizen” dat onze vzw Grafzerkje realiseerde. We gingen wel eens met enkele mensen naar Londen, ik gidste al eens op de drie belangrijkste Parijse begraafplaatsen en we deden een aantal driedaagse trips naar Amsterdam, Den Haag en Utrecht/Arnhem maar daar was de taal geen hinderpaal en daarbij kregen we ook dikwijls de hulp van enkele van onze Nederlandse leden. Via een Italiaanse kennis kon ik een beroep doen op een Franstalige gids om de Monumentale in Milaan en Staglieno in Genua te bezoeken. Voor de rest gebruikten we hetzelfde stramien als altijd: ieder regelt de eigen praktische zaken, maar we houden wel contact. Gevolg: negen Zerkjes (Agnes & Ria, Jef & Lucienne, Lin, Rina, Leo & Christine en mezelf), verder “de negen” genoemd, reisden samen met het vliegtuig vanuit Antwerpen en logeerden in dezelfde hotels. Best gezellig. Nog zes andere leden: Marie Claire & Edgard, Jenny & Jos en An & Dirk kwamen anders naar Italië.
 
Zaterdag 2 mei was ons bezoek aan de Monumentale gepland. We vertrokken met de metro vanuit ons hotel onder een stralende zon. Leo had op een plan een nieuwe metrolijn ontdekt. Metro 5 opgestapt en heel lang gereden. Eigenaardig want de halte “Monumentale” was de eerste halte op de lijn en die lag vlakbij. Wat bleek: een aantal haltes waren nog in aanbouw. Terug en toch nog keurig op tijd om de zes anderen te kunnen ontmoeten. Carla de Bernardi was onze gids en ze verwelkomde ons voor deze rondleiding in de Franse taal. Bijna twee uur en dertig minuten loodste ze ons langs de toppers van deze begraafplaats. Blijkbaar niet geheel onterecht staat er in de brochures enkel vermeldt wie het beeldhouwwerk maakte; er staat niet bij wat de “eigenaar” van het monument uitspookte.
Gestart werd bij twee corbillards uit 1927, de huiskat was ook op het appel. Carla vertelde de geschiedenis van deze begraafplaats. In 1837 ontstond het plan voor een grote begraafplaats. Pas na de onafhankelijkheid van Oostenrijk. Milaan was onder Oostenrijkse heerschappij de hoofdstad van het Lombardische-Venetiaanse rijk geworden. In 1860 kon het plan verwezenlijkt worden. In 1863 werd het ontwerp van architect Carlo Maciachini aangenomen. 
Op weg naar het Famedio, het Pantheon, zag ik de laatste rustplaats voor Antonio Maspes, een Italiaans baanwielrenner die ik in mijn heel jonge jaren nog aan het werk zag. We beklommen de 30 treden naar het Pantheon of de “tempel van de roem”. Het werd gebouwd tussen 1875 en 1887. In het midden de sarcofaag voor Alessandro Manzoni, schrijver. Ook een buste van Guiseppe Verdi , componist, die hier niet begraven ligt. Terug buiten Isabella Casati. Zij overleed in 1889 op 24 jarige leeftijd in het kraambed. Het beeld “Vrouw op doodsbed” is van beeldhouwer Enrico Butti. Achteraan figuren die doen denken aan Hieronymus Bosch. Het beeld “de tijd”, vadertje Kronos, op het graf Rancati  was verplaatst om een bijzetting te kunnen verwezenlijken. Gaetano Besenzanica  was aannemer. Het beeld “arbeid” van beeldhouwer Enrico Butti, ook in restauratie, vertolkt de zware arbeid die geleverd wordt terwijl de natuur helpt bij het werk van de mens. Indrukwekkend. Een mooi kindergraf voor Pozzi .
Arturo Toscanini (1867-1957) was dirigent. Het monument werd opgericht voor zijn zoon Giorgio die overleed in 1904, vier jaar oud. Hier liggen ook Cia Fornaroli (1888-1954), zijn schoondochter en professioneel danser en Vladimir Horowitz (1904-1989), zijn schoonzoon en beroemd pianist. De beeldhouwer was Leonardo Bistolfi. Giacomo Puccini, componist, heeft hier even gelegen voor hij naar Torre del Lago werd overgebracht. Een modern graf, een wereldbol, voor Goglio. Michele Sindona  was vrijmetselaar en actief in de Bank van het Vaticaan. Vesely , zo wist Carla de Bernardi te vertellen, was de uitvinder van de yoghurt. Het crematorium kwam er dankzij Albert Keller. Hij was een Romeins zijdefabrikant, een aanhanger van crematie en vestigde zich in 1820 in Milaan. Hij overleed in 1874 zonder zijn droom, zich te laten cremeren, waar te kunnen maken maar liet genoeg geld na om een crematorium te bouwen. Die bouw werd beëindigd in 1876 en Keller was de eerste om hier gecremeerd te worden.
Fedeli Sala heeft vrijmetselaarsymbolen op zijn graf. Albert Ascari  (1888-1925) en zijn zoon Antonio Ascari (1918-1955) waren autocoureurs. Zij verloren beiden het leven in een ongeval. Antonio bij de Grand Prix van Monthéry in Frankrijk en Alberto bij een testrit in Monza. Alberto was wereldkampioen Formule I in 1952 en 1953. Körner  kreeg het beeld “liefde in smart” van beeldhouwer Adolfo Wildt op zijn laatste rustplaats. Antonio Bernocchi  was senator en stichter van een van de grootste en modernste katoenspinnerijen. In de onmiddellijke omgeving de graven voor zijn broers Michele Bernocchi en Andrea Bernocchi. Dina Galli  was toneelspeelster. Gaetano Molteni kreeg het beeld “de tijd” van beeldhouwer Alfonso Mazzucchelli op zijn graf. Angelo Motta , eigenaar van een zoetwarenfabriek kreeg een monument van beeldhouwer Giacomo Manzu, ook bekend in Middelheim. De beelden stellen de geseling, de heilige Ambrosius, de heilige Karel, de moeder van de Smarten, het oordeel van Salomon en David voor. 
. Op het graf Castellotti een mooie samenwerking tussen architect Renzo Zavanella en beeldhouwer Lucio Fontana. Giovan Battista Pirelli, fabrikant van autobanden. Bij de mannen bekend van de mooie artikels in de Pirellikalenders. Het graf voor Davide Campari (1867-1936) zoon van de stichter van Campari in 1861, is dé topper van deze begraafplaats. Het beeld “het laatste avondmaal” is van de hand van Giannino Castiglioni. Onze gids Carla de Bernardi kon het verhaal dat ik altijd voor waar had aanzien namelijk dat Campari zich liet zich voorstellen te midden van zijn Raad van Beheer met op de plaats van de apostel Judas Iskarioth zijn grote concurrent Martini niet bevestigen. Wat ze wel wist te vertellen is dat Judas de enige apostel is die zijn handen niet op de tafel heeft omdat hij de beurs met de dertig zilverlingen in zijn hand heeft. Achter de hoek troffen we een tweede “laatste avondmaal” aan op het graf Tirelli. Eén van de grootste grafmonumenten is voor Ferdinando Bocconi , stichter van een herenkledingszaak de voorloper van “La Rinascente”. Hij was eveneens stichter van de Milanese Handelsuniversiteit die hij noemt naar zijn broer Luigi Bocconi (+1892) gesneuveld tijdens de Ethiopische oorlog in Adua. Eindigen deed Carla de Bernardi in de galerij met de prachtige marmergroep “de afscheidskus” van beeldhouwer Emilio Quadrelli op het graf voor Volonté Vezzoli . Architect Giuseppe Sommaruga  kreeg een prachtig art-nouveaumonument. Hiermee eindigde een felgesmaakte rondleiding door Carla de Bernardi. Na afloop konden we nog wat boeken aanschaffen waarbij een deel van de opbrengst naar de “vrienden van de Monumentale” ging. Carla de Bernardi reserveerde voor onze groep in Grani & Carne, op de hoek van de via Farini en de via G. Ferrari. 
Zeer goed gegeten en we gaven het kaartje dat we hadden meegekregen van Carla. Daardoor kreeg haar vereniging een percent van de door ons betaalde som. Na afloop verlieten An & Dirk en MC & Edgard ons en besloten Jef, Jenny & Jos en mezelf de begraafplaats verder te gaan verkennen. De anderen gingen Milaan verkennen met een trammetje dat alle bezienswaardigheden aandeed. Pech: de tram bleek al twee jaar afgeschaft te zijn. 
Ik vatte mijn namiddagverkenning van de Monumentale aan met een bezoek aan de Joodse afdeling van de begraafplaats. Giuseppe Levi , weldoener, kreeg een monument in Carraramarmer. Giuseppe Treves  en zijn broer Emilio Treves waren uitgevers. Beeldhouwer Ettore Ximenes beeldde taferelen uit leven van de broers uit omringd door vrienden, intellectuelen en schilders. Een groot monument voor Beniamino Vitali . Op het graf Beniamino Foa  biedt de dochter van de overledene bloemen aan haar vader aan, terwijl Davide Foa  een putti heeft die de naam van de overledene tekent. Federico Jarach  was industrieel, actief in de mechanica. Goldfinger  kreeg een groot monument terwijl Nino Colombo  het met een moderner graf moet doen. Alba De Daninos  en haar broer Arnaldo kregen een voorstelling van de vereniging van de zielen van broer en zuster na de dood. 
Vandaar ging ik nog eens langs de galerijen. Bernardi  kreeg het werk “industrie” op zijn laatste rustplaats. Vernetti  ligt onder een monument dat hier “Liberty-stijl” genoemd wordt. Guilio Sarti  was spoorwegingenieur. Giovanni Maccia was stichter van een huis voor arme moeders en baby’s. Op het graf voor Pietro Volpi werden de burgerlijke deugden van de overledene uitgebeeld. Vandaar naar het niet-katholieke gedeelte. Alberto Keller  was protestant, afkomstig uit Zurich en zijdefabrikant. Eberhard was een Zwitsers protestant, uurwerkmaker. Het werk “enigma”, met het hoofd van een sfinx siert zijn graf
Op de terrassen enkele mooie beelden. Bij Gustavo Modiano zag ik het beeld van vader die gestorven is en gevolgd wordt door de figuur van de moeder. Een realistisch beeld op het graf Omodeo . Francesco Lucca  was muziekuitgever die zich specialiseerde in Wagnermuziek. Vier engeltjes: studie, compositie, muziek en dankbaarheid van de hand van beeldhouwer Giovanni Strazza. Umberto Fabé  was piloot. Hij kwam om op 23 jarige leeftijd. Inscriptie “hij zinkt niet weg, maar vliegt, hij valt niet, maar verheft zich”. Giacomo Toresani  was eigenaar van een machinefabriek voor deegwaren. Gandini) schonk heel zijn bezit aan het ziekenhuis. De vogel die het dak onderbreekt wordt als symbool van de opstanding gezien. Ricardo Galli was schilder, illustrator en dichter.
 
Jacques Buermans

Voor wie maar niet genoeg krijgt van de “Monumentale”

Zes moedigen (Agnes, Ria, Rina, Jef & Lucienne en mezelf) stapten zondagmorgen op de tram, terug naar de Monumentale. Daar ging iedereen zijn eigen weg. Ik zag nog een aantal juweeltjes waar ik gisteren niet aan toekwam. Scheikundige Carlo Erba bezit het grootste monument van de begraafplaats (7 meter op 7). Architecten waren Angelo Savoldi en Giovanni Battista Borsani. Ook niet van de kleinsten: de laatste rustplaats voor architect Enrico Brambilla). Een heel andere stijl voor Gaetano Perelli . Zaira Briviokreeg een beeld van Alfredo Sassi. Bonell kreeg een groep “vreugde en smart” of “afscheidskus” van de hand van beeldhouwer Michele Vedani terwijl Dall’ Ovo  een “drieluik” kreeg met in het midden “meditatie over het raadsel van de dood”, links “stil verdriet” en rechts “het lijden” van beeldhouwer Luigi Secchi. Industrieel Pasquale Crespi laat dit monument oprichten voor zijn echtgenote Paolini Sioli.
Ulisse Merini  liet zijn vermogen na aan een verpleegstersschool en een hospitaal. Giorgio Enrico Falck  was een industrieel die zich gespecialiseerd had in ijzer en staal. Een obelisk van liefst 19 meter hoog met op de voorzijde “de Piëta met de engel van de verkondiging”. “Collega” Federico Izar, industrieel in ijzerwaren, stierf op 39 jarige leeftijd. Ook twee van zijn kinderen stierven vroeg. Romolo Squadrelli was architect en hij ontwierp zelf zijn laatste rustplaats. Brambilla  was een familie met een minister en een kunstverzamelaar in de rangen. Architect was niemand minder dan Carlo Maciachini, beeldhouwer was Pietro Magni. Achille Pinardi was aannemer. 
Mario Palanti  was architect en hij ontwierp ook zelf zijn laatste rustplaats. In 1943 was dit een schuilplaats voor luchtafweer. Vanaf 1973 werd dit het mausoleum voor vooraanstaande burgers. Onder de namen Hermann Einstein, vader van Albert Einstein. Ercole Rossi was rechter. Het monument stond oorspronkelijk op het graf van Giulio Rossi (1824-1884), fotograaf. Het is het beeld “ de tijd” van de hand van beeldhouwer Antonio Bezzola. Archeoloog Franco Dompè di Mondarco . Binnenin een sarcofaag uit 300 na Christus. Aan de buitenzijde de muze Urania met zittende man en een muze met citerspeelster. Gaetano Casati was dokter. Hij liet zijn vermogen na aan het blindeninstituut. Op het monument vier vrouwen “geloof”, “hoop”, “naastenliefde” en “dankbaarheid”. Vogel  kreeg een piramide op zijn laatste rustplaats. Leopoldo Pierd’Houy , edelman, liet dit graf oprichten voor zijn echtgenote Felicita Merini. De bronzen engel en de reliëfs stammen van een vorig graf. Foggi overleed tijdens het bergbeklimmen.
Ik ben geen fan van het grafmonument voor Paolo Chinelli) maar dit is een kwestie van smaak. Giovanni Battista Croci was aannemer en gespecialiseerd in staalbeton. Het beeld van een, in de armen van een hulpverlenende vrouw, vallende levenloze vrouw (de vrouw van de ondernemer werd door een gek vergiftigd) is van architect Alfonso Volpi en beeldhouwer Alfonso Mazzuchelli. Lorenzo Sigurta , luitenant en doctor in de rechtswetenschappen en de filosofie kwam op 24 jarige leeftijd in 1917 om het leven bij de slag van Monte Grappa. Hier een beeld van de stervende op de Italiaanse vlag die door “Gloria” gekust wordt. Een graf uit 1989 voor Mattioli . Giuseppe Broglia  was ingenieur en weldoener. Het beeld stelt “Christus en de mensheid” voor. 
Het graf Bandellibehoorde eerder toe aan de familie Garovaglio. Een jugendstilmonument, hier “liberty-stijl” genoemd op de laatste rustplaats Orrigi). Biraghi  was een tragische familiegeschiedenis: in 1907 verloren ze hun enige dochter, acht jaar oud en in 1909 stierf ook de jonge moeder. Een art decomonument in Egyptische stijl voor Guglieglmo Imperiali . De architect was Aldo Scala. Carlo Maciachini was dan weer de architect voor het monument Calegari . Op het graf Del Duca  zien we “De parabel van de verloren zoon bij het afscheid van de moeder en bij de terugkeer bij de vader” van beeldhouwer Francesco Messina. Dezelfde beeldhouwer maakte ook voor een ander lid van de Del Ducafamilie een monument op de begraafplaats Père Lachaise. Giuseppe Cella was industrieel. De bekende beeldhouwer Giacomo Manzu vervaardigde een reliëf met een ark en een tweede met de kruisiging. De bouw van het graf duurde erg lang door de oorlog en door onenigheid over de beide reliëfs. Op het graf Borghi het beeld “de tijd” van de hand van Enrico Butti. Een pracht van een piramide met vooraan twee marmeren beelden van de hand van Giulio Monteverde, die we nog veelvuldig zullen tegenkomen op Staglieno in Genua, op het graf Bruni . Een marinier houd de wacht bij het graf voor Carlo Mirabello . Hiermee zat, voor wat mij betreft, het bezoek aan de Monumentale van Milaan er op.
In de volgende Nieuwsbrief, verschijnt eind september, komt een verslag aan Staglieno, Genua.
 
Tekst : Jacques Buermans.
Foto's : Jacques Buermans, Jos Donny en Rina Reniers