Nieuwsbrief Nr 86 - maart 2015

Voorsmaakje Milaan en GenuaMet de Italiëreis voor ogen, waar ik jammer genoeg niet bij kan zijn, viste ik dit verslag op uit de vergeetput van 2011


Ik droomde er reeds 15 jaar van om de begraafplaats Staglieno in Genua te verslaan met mijn fototoestel. Eindelijk ging het gebeuren en omdat Jacques zo aandrong, nam ik er Milaan óók maar bij. Veel overtuigingskracht was niet nodig. Een fotoboek volstond.
Miereninvasies, honderd muggenbeten en duizenden foto’s later, kan ik zeggen: “ Pure waanzin!” Maar ik loop op de zaken vooruit. Eerst bezocht ik:
 
IL MONUMENTALE MILANO    
 
De begraafplaats situeert zich in het noorden aan de rand van de stad. Het openbaar vervoer is schitterend georganiseerd en zeer frequent. Voor ik het besef ben ik ter plaatse. Eerst een paar bouwwerven overwinnen en dan duik ik de begraafplaats in. Omdat deze amper 23 ha groot is, zou ik de klus wel klaren in een dag, dacht ik. Dat idee laat ik echter onmiddellijk schieten. In welke richting ik ook kijk, zonder bewegen, zie ik beelden op me afkomen. Het overspoelt mij. Ik vergaap mij aan groot, groter, grootst. Mooi, overweldigend, decadent, kitsch. Resultaat: ik weet niet hoe beginnen.
In mijn jaszak zit een plan met daarop de absolute toppers, zegt men. Ik weet echter dat afwijken verrassend kan zijn. Komt daarbij dat “plankijken” mij hindert bij het fotograferen. Op goed geluk dan maar mijn buikgevoel achterna. Eerst noteer ik nog zorgvuldig de naam van de familie of overledene. Vlug realiseer ik me dat dit niet vol te houden is. Weg ermee. Ik ontdek prachtige beelden met waarheidsgetrouwe details, moeders met kind, engelen, mozaïeken, kleurige glasramen, overdadige versieringen, post in de kapellen. Vrouwenfiguren met uitdrukkingen van smart, angst, overgave en erotiek. Verbluffend mooi. Ik wandel tussen huizenhoge ‘grafkastelen’, obelisken en piramides. Hier en daar spot ik een moderne creaties. Dit is écht een dodenstad én openluchtmuseum. Vele architecten en beeldhouwers spreidden hier hun vakmanschap tentoon. Een museum volstaat niet om al deze beeldhouwwerken onderdak te bieden. Op ieder moment zit aan het einde van mijn beeld een ander. Echt fotoweer is het niet. Geen straaltje zon en af en toe probeert het te regenen. Hordes toeristen met gids komen langs; Engelsen, Duitsers. Italianen. ZIJ halen wél de toppers binnen…op een drafje. Het hoogtepunt is het monument van de familie Davide Campari( lekker met sinaasappelsap). Levensgrote beelden stellen het Laatste Avondmaal voor met Campari als de Christusfiguur. 
Twee dagen lang dragen mijn benen me uren rond. Ik voel de vermoeidheid maar doorgaan is de boodschap. Ik heb een enorme dorst, het halve litertje water is al lang op. Af en toe verfris ik me aan de mooie waterpompen, ervan drinken durf ik niet. Later vertelt een vriendelijke meneer me dat het drinkbaar water is. Joepie! Honger heb ik niet, de omgeving vult mij. Ik lever verder nog strijd met zwarte mieren die met garnizoenen grafzerken, wegen én mijn benen inpalmen. Die kolonies vergen dus aandacht en eens ik hun reisroute ontdek, let ik er op die niet te blokkeren. Het helpt…een beetje. Het zijn zwarte dagen voor de mieren want velen sneuvelen onder mijn sandalen. 
Monumentale: ik zag veel maar nog meer niet, vermoed ik. Een gevolg van àlles te willen ontdekken. Met Campari, Besenzanica,  Bruni, Bocconi, Omodeo, Macario, Casati…schoot ik toch een paar hoofdvogels. Ik ben dus tevreden met de oogst. Il Monumentale willen fotograferen: gekkenwerk.
En toen kwam Genua…De treinreis naar Genua verloopt aangenaam. Ik logeer in een B&B op wandelafstand van de begraafplaats. Daar gaat het morgen naar toe.
 
Cimetero Staglieno
 
De officiële inhuldiging van het nog onafgewerkte Staglieno, vond plaats op 1 januari 1851.
Het ontwerp is van architect Carlo Barabino (1768-1835). Giovanni Battista Resasco maakt het verder af. De structuur van het origineel concept is vierhoekig. De uitbreidingen die gedurende decennia volgden, maakt dat deze begraafplaats een oppervlakte heeft van 3 km².
Toch lijkt het niet zo groot vanwege de perfecte samenvloeiing van natuur en grafzerken. Want groen is het er! Jawel Jacques, veel groen. Drie dagen zal ik er ronddwalen
Na Milaan brengt deze begraafplaats rust in mijn hoofd. Het is er weidser, overzichtelijker, met meer schaduw. 
Bij de ingang krijg ik een verzorgd gidsje. Verschillende kunstenparcours wijzen je de weg van Classisisme, Romantiek, Realisme, Art Déco tot Art Nouveau. Naar gewoonte verdwijnt het plan in mijn zak. Sporadisch gun ik het een blik; om niet teveel te verdwalen en om voor sluiting buiten te geraken. De eerste dag neem ik alles op als een spons tot ik er tegen de avond een indigestie en muggenbeten aan overhoud. Begraafplaatsen fotograferen is beestjes trotseren.
De indrukwekkende grafmonumenten zitten ze onder het stof. Onderhoudsplicht geldt niet. Bij sommigen stel ik me wel vragen over de goede smaak. Meer dan een eerbetoon aan de overledene, lijkt het mij het ultieme bewijs van rijkdom en status van de familie. Een “selfmade” gids klampt me aan en wil me voor 10 €  wel wat bijzonders tonen. Hij vertelt me dat zo’n monument in die tijd 500.000 lire kostte. Ondanks zijn boeiende verhalen wil ik hem wel kwijt na een uur want we komen amper vooruit.
Staglieno is niet enkel grandeur. Ik verlaat de platgetreden wegen en klim omhoog langs de hellingen. Ik vind er verwaarlozing en verval. Toch zitten daar pareltjes weggemoffeld tussen het groen. Dag twee pak ik het wat systematischer aan omdat ik anders niet meer weet wat ik zag en wat niet. Ik ontdek het Pantheon, het WAR CEMETERY, in restauratie, de kinderperken, verlaten en vervallen maar toch verwonderlijk. En dan is er Madre Teresa Solari een populaire halte bij de bevolking, zij verrichtte mirakels. Niet te missen is echter Caterina Campodinico. Een eenvoudige notenverkoopster die het klaarspeelde ook een grafmonument te laten maken.
’s Namiddags is het te heet om rond te dwalen maar in de Galleria is het koel. Hier tiert overdaad en de vele beelden overweldigen mij. Ik weet niet waar eerst kijken. Aandacht eveneens voor de kleine gedenkplaten tussen de monumentalen. Ze zijn soms van uitzonderlijke schoonheid. Verschillende galerijen zijn afgesloten wegens gevaar of in herstel. Men wordt bewust van de toeristische aantrekkingskracht van Staglieno.
Je kunt hier dagen rondlopen en vraag me af of het mogelijk is de ganse begraafplaats te ontdekken.
Staglieno is een avontuur, een uitputtingsslag, een ontdekkingsreis. Staglieno is bewondering voor de kunde van de beeldhouwers, is verwondering..
Er rijdt een busje rond, het water is niet drinkbaar. Aan de ingang liggen bloemenkransen op een hoop.‘s Avonds verdwijnen ze in de vuilniskar. Waarom, daar kwam ik niet achter.
Ik heb vooral lekkere herinneringen aan de “bar” bij de ingang van de begraafplaats. Ze verkopen er heerlijke panino con coteletto met pommodori. Smakelijk.
 
Tekst en foto's : Mieke Versées