Nieuwsbrief Nr 86 - maart 2015

Begraafplaats van Caux


Caux, een charmant middeleeuws stadje in de Languedoc met ongeveer 3000 inwoners.
Ik ging er voor het tweede jaar op rij met vakantie. De omgeving, eindeloze wijngaarden en velden, is een wandelparadijs. Cap d’Agde ligt op 20 km.
Tijdens mijn verblijf bezocht ik de begraafplaats en maakte ik kennis met de vereniging “Le Souvenir Français”.
Maar eerst een kijkje nemen op de begraafplaats. Benieuwd wat die in petto heeft.
Na een blokje verloren lopen vind ik ze. Beetje bergop en dan stap ik in de deugddoende koelte van de cipressen. De zon brandt al is het midden september.
De begraafplaats is veel groter dan ik dacht. Het eerste wat me opvalt, is de overvloed aan bloemen, beeldjes, fotokaders en de vele namen op de zerken.
“Zou dat allemaal familie zijn”?
“Wordt er niet gestolen, niets stuk gemaakt”?
“Hoe kom ik erachter waar iemand begraven ligt”?
“Bestaat er een archief”?
“Amaai, hoe komen al die Spanjaarden hier”?
“Hoelang begraaft men hier al”? Deze vragen flitsen door mijn hoofd.
Buiten enkele grafkapellen, waarvan sommigen in verval, bespeur ik weinig grandeur. Wat ik niet kan misslopen is het grote Mariabeeld en het monument voor de oorlogsslachtoffers. Dit laatste is écht kolossaal.
Rondom pronkt menig Franse vlag. Jaarlijks houdt men hier herdenkingsmomenten voor de gesneuvelden en legt men bloemen neer. Daarover later meer.
Het oudste gedeelte ligt er zeer goed onderhouden bij. Voor de zerken geldt geen onderhoudsplicht maar daar is niets van te merken.
Het nieuwere gedeelte bekoort me maar matig. Ik vind het een rommeltje al zit er waarschijnlijk wel een visie achter. De “coin du souvenir” vind ik het mooist én het grandioze uitzicht over de omgeving.
Ook geen schaduw hier en kiezelsteentjes die in mijn schoenen kruipen. Tijd om naar huis te wandelen.
Op weg naar de uitgang, bemerk ik aan de overzijde van de baan langs de begraafplaats, een verdwaald grafzerk. Het staat in de tuin van de garagist maar groot onderhoud kreeg het zeker niet.
“Zouden ze de begraafplaats in twee gesneden hebben?” Nog een vraag erbij. Een laatste verrassing wacht me buiten de begraafplaats. Tegen de afsluitmuur, vind ik nog een outsider.
Terug beetje bergop en ik lees: Famille Gauch. Oei en hij ligt rechts van de muur.
Mijn vragen en ik kunnen eindelijk naar huis. Antwoorden zoeken komt wel. Het is ondertussen 14 uur en dan loopt er trouwens geen kat over straat en zijn alle winkels dicht.
Bijna alle vragen krijgen een antwoord. Men bekijkt mij wel wat vreemd, interesse in een begraafplaats…
De verklaring voor het aantal Spanjaarden is eenvoudig. Tijdens de dertiger jaren kwamen velen naar deze streek om er te werken en bleven er. Nu nog woont hier een grote Spaanse gemeenschap. De vader van de huidige burgemeester Martinez strandde ooit ook in Caux. Zoeken waar je familie ligt, dat wordt moeilijker. Er wordt vertwijfeld naar mekaar gekeken. De burgemeester brengt redding. Enkel de naam van de eerste concessiehouder is gekend. Basta. Een archief bestaat waarschijnlijk wel, niemand kan me echter vertellen waar het zich bevindt. Resten de 2 verdwaalde grafzerken: de familie Gauch wordt verondersteld protestants te zijn en vroeger gebeurde het vaker dat men overledenen op het domein van de familie begroef. In een boek vind ik de naam van de garagelogé: François Viguier, schrijnwerker. Een gedenkplaatje vermeldt: “Mort pour la patrie”, met dank aan mijn goede telelens. Ik kom te weten van de onderhoudsploeg dat de poort van de begraafplaats NOOIT dichtgaat, dat er niets verdwijnt noch stuk geslagen wordt. Geweldig toch.
Mijn honger naar informatie is niet volledig gestild. Niet wanhopen, ik ga terug met vakantie naar Caux.
 
Tekst en foto's : Mieke Versées