Nieuwsbrief Nr 86 - maart 2015

Funerair ErfgoedHet obiit van Theresia Maria van Susteren (1721-1742)


De ’s Gravenwezelse heemkring “De Drie Rozen vzw.” wist onlangs een interessant 18de-eeuws rouwbord te verwerven. De titularis ervan is een telg uit een vooraanstaande Antwerpse familie: Maria Theresia van Susteren.  Het was een alerte sympathisant, de heer Hugo Lambrechts-Augustijns, die dit funerair wapenbord ontdekte en de heemkring hiervan op de hoogte bracht om de aankoop ervan te overwegen. Er bestond het gevaar dat het wapenbord via een buitenlands veilinghuis verkocht zou worden. Dan zou weer eens een funerair relict in een buitenlandse verzameling terecht komen. Gelukkig besliste de heemkring dit lijkblazoen aan te kopen om het daarna een opvallende plaats te geven in hun museum.

Waarom is dit rouwbord, niet alleen van lokaal, maar ook van ruimer belang? Daarvoor moeten we in de geschiedenis van de familie van Susteren duiken.
Theresia Maria van Susteren was de kleindochter van Melchior van Susteren.
De naam van Susteren was lange tijd verbonden met de Brabantse stad ’s Hertogenbos, waar deze familie het brouwersambacht uitoefende.
Behoorlijk zakelijk doorzicht en hard werken waren de oorzaak van een hoge dosis familiale welstand. Maar voor Gisbert van Susteren, gehuwd  met een stadsgenote, Helena Donckers, was ’s Hertogenbosch vermoedelijk te kein geworden. Hij verhuisde naar Amsterdam, vestigde er zich als handelaar en deed er gouden zaken. Samen met zijn broer Franciscus werd hij in 1674 door Karel II van Spanje, in de adelstand verheven.
Gisbert en Helena kregen twee kinderen, Hendrik Jozef en Meclhior. De oudste zoon koos voor een religieus leven en bracht het tot bisschop van Brugge. Melchior volgde zijn vader op en vergrootte het familiefortuin. De familie van Susteren was rooms-katholiek en allicht daarom is Melchior van het hervormde noorden naar Antwerpen getrokken.

Melchior van Susteren was afkomstig uit Amsterdam, waar hij in 1660 geboren werd. Hij huwde er in 1691 met Maria Constantia Barbou, dochter van de koopman Charles Barbou en van Corenlia Tensini. Hij was koopman, bankier en scheepsverzekeraar en hij bevrachtte schepen voor de vaart op Spanje en West-Indië. De zeer vermogende familie van Susteren heeft haar fortuin vergaard met het brouwen van bier en  handel te drijven in de Republiek der Verenigde Nederlanden.

In 1728 kocht hij de heerlijkheid met het kasteel van ’s Gravenwezel.(1)  Het kasteel liet hij ingrijpend verfraaien door de gekende bouwmeester Jan Peter van Baurscheit. Kort nadat hij zijn testament ten voordele van zijn twee kleinkinderen had opgesteld, stierf hij op 6 april 1740.
Volgens zijn wens werd hij begraven in het hoogkoor van  de Antwerpse Sint-Jacobskerk.(2)
In zijn nalatenschap bevonden zich behalve de heerlijkheid en het kasteel de huizen De Zwaan aan de Brabantse Korenmarkt en de Kleine Moriaan in de Lange Brilstraat te Antwerpen. In 1722 had hij ook een huis gekocht op de Antwerpse Meir.

Uit Melchiors eerste huwelijk ontsproot hun enige zoon die naar zijn grootvader werd genoemd:
Gisbertus Franciscus van Susteren, ridder en heer van ’s-Gravenwezel, geboren in Amsterdam op 20 november 1692. Hij huwde er in 12 juli 1717 met de Antwerpse patriciërsdochter Helena Maria Roose, dochter van Jan Alexander Roose, majoor van Antwerpen en van Isabella Victoria de Renialme, gezegd de Cordes. Gisbertus van Susteren overleed in Antwerpen op 24 april 1723.
Uit dit huwelijk stammen drie kinderen:

1. Melchior Josephus van Susteren, in Antwerpen gedoopt op 13 april 1718. Hij huwde op 7 april 1739 met Regina Thérèse du Bois de Vroylande en overleed op 6 april 1740. Zijn weduwe, geboren in Antwerpen op 15 februari 1718 als dochter van Arnold Martin Louis du Bois en Marie Catherine Vecqemans, hertrouwde op 3 juli 1755 met Alexander Marie Joseph della Faille (1718-1763), kolonel van een compagnie grenadiers bij de Waalse garde.

2. Johan Alexander van Susteren, ridder, heer van ’s Gravenwezel werd op 30 april 1719 te Antwerpen gedoopt. Nog voor zijn tiende verjaardag wordt de kleine Johan Alexander wees. Hij studeerde aan de universiteit van Leuven en stierf, ongehuwd op 7 mei 1764.
Zijn zus en broer sterven op respectievelijk 21- en 22-jarige leeftijd. Als enige erfgenaam van deze welstellende familie beschikt hij over een gigantisch fortuin.Van zijn grootvader Melchior van Susteren erfde hij onder meer twee huizen op de Meir, waaraan hij in 1727 een derde en in 1744 een vierde huis toevoegde. Hij liet deze panden in 1745 verbouwen door Jan Peter van Baurscheit tot één stadspaleis,in rococostijl, waarvan de bouwwerkzaamheden duurden tot aan zijn overlijden. Het vorstelijck huys werd in 1777 ver onder de prijs verkocht voor 80.000 gulden en was van 1815 tot 1969 een koninklijk paleis. Hierin werd latet het I.C.C., Iinternationaal Cultureel Centrum gevestigd. Ook het Groot kasteel van ’s-Gravenwezel werd door van Baurscheit in opdracht van Johan Alexander onder handen genomen. Hij was enorm rijk, mede door zijn grootaandeelhouderschap van de Bank of England, waar hij vermogend genoeg was om vermeld te worden als capable to be chosen governor.
De totale nalatenschap was meer dan twee miljoen gulden waard.
De familie van Susteren behoorde in de 18de eeuw tot  de Antwerpse financiële elite.(3) 

3. Theresia Marie van Susteren, over wie dit artikel gaat, werd te Antwerpen gedoopt op 3 september 1721. Zi jliet op haar ziekbed op 4 augustus 1740 te Antwerpen haar testament opmaken. Zij wilde begraven worden in het familiegraf op het hoogkoor van de Antwerpse Sint-Jacobskerk. Paul Jacobs, de boekhouder van haar familie, verkreeg 3000 gulden. Aan de douairière van Susteren, haar schoonzus schonk zij haar zilveren toilet met alle toebehoren. Haar huishoudster Anna Hermans en Elisabeth Bellens, haar dienstmeid in ’s Gravenwezel, werden ieder met 1000 gulden bedacht. Kleinere bedragen gingen naar voormalige personeelsleden en naar haar biechtvader. Moeder Helena Maria van Susteren, abdis van het Ursulinenklooster bedacht zij met een lijfrente van 300 gulden. Haar broer Johan Alexander benoemde zij tot haar universele erfgenaam en executeur van haar nalatenschap.
Zij stierf op 12 augustus 1742.(4)  en werd bijgezet in de familiekelder in de Sint-Jacobskerk.
Tijdens het onderzoek op dit rouwbord werden volgende technische vaststellingen gedaan:
Op de voorzijde:
Het materiaal waarop het wapen van de titularis op een lichte achtergrond is aangebracht, is ruitvormig. De drager bestaat uit een paneel dat echter overlangs is gespleten. Alleszins werd geen hoogwaardige houtsoort gebruikt.
De lijst in lichte kleur, die veel verfverlies vertoont, heeft een vergulde binnenbies en meet 1,06 m bij 1.06 m.
Op de voorzijde staat in gouden letters en cijfers vermeld: in de tophoek A°, in de linker zijhoek 17, de rechterzijhoek 42. Onderste hoek: OBIIT 17 AUGUSTI
Het afgebeelde wapen, gevat in een ovalen schild is gekwartileerd op 1 & 4 is het familiewapen van van Susteren; volgens Rietstap: EC. 1+4 du gu. au Chev., acc. En chef de deux têtes et cols de cerft et en p. d’une tête de léopard le tout d’or aux é et 3 d’azur à une roue deux cq.
De kwartieren 2 & 3 het wapen van de familie Roose: rood beladen met een zilveren keper vergezeld van drie rozen van hetzelfde.
Een gouden gevlochten liefdeknoop, met onderaan kwasten, omvat het geheel. Bovenop een onbekend (5)  gouden ornament met een omgekeerde arabesk.
Op de achterzijde
In de tophoek werd een gesmede haak aangebracht, terwijl de andere hoeken voorzien werden van haakse gesmede verstevigingen.
Waterschade overlangs het paneel, dat echter niet volledig in de lijst gevat is.
Twee etiketten zijn aangebracht :
Eén (naar aanleidiing van de  tentoonstelling in 1970 Koninklijk Paleis Bouwer en Bewoners) met de tekst:

ICC ministerie van nationale opvoeding en nederlandse cultuur
CULTUREELCENTRUM
Kon. paleis meir 50 b 2000 antwerpen

titel                       rouwbord van theresia maria van  susteren
auteur
eigenaar              J. Gilles de Pélichy  ’s gravenwezel
tentoonstelling    Kon. Paleis Bouwer en Bewoners
Op een tweede blauw omlijnd etiket staat vermoedelijk een aanduiding die niet kon worden ontleed.

Algemene vaststelling: dit rouwbord is duidelijk voor een professionele restauratie vatbaar.
De herkomst van het rouwbord:

Een duidelijke verwijzing naar de eigenaar J. Gilles de Pélichy, kan worden bevestigd door het volgende:
In één van de kelders van het “Groot Kasteel” in ’s Gravenwezel had baron José Gilles de Pélichy een interessant museum aangelegd. Talrijke oude voorwerpen die tot het kasteel interieur behoorden, had hij er samengebracht.  Die merkwaardige verzameling werd door de erven Gillès de Pélichy geschonken aan de heemkundige kring “De Drie Rozen”.

Tekst en foto's: Stefan Crick
Vermoedelijk kwam het rouwbord van Theresia Marie van Susteren door overerving in zijn verzameliing terecht.

Hoe de obiit uit deze verzameling verdween is een mysterie…


Stefaan Crick
februari 2015

Bronnen:
Rijksarchief Antwerpen.
Archief Jacques baron le Roy Genootschap vzw.
Verzameling der Graf- en Gedenkschriften van de provincie Antwerpen, Buschmann,  Antwerpen, 1863.
J.B. Rietstap, Armorial Général, Gouda G.B. Van Goor Zonen, 1884-1887.
J. Van den Bergh, Alhier tot Sgravenwezele, ’s-Gravenwezel, 1991.
Paul Arren, Van Kasteel naar Kasteel, 2, Hobonia HK Kapellen- Hoogboom, 1997.
Karel Degryse, De Antwerpse fortuinen: kapitaalsaccumulatie,-investering en –rendement  te Antwerpen in de 18de eeuw, Genootschap voor Antwerpse Geschiedenis, Universiteit Antwerpen Centrum voor Stadsgeschiedenis 88ste jaargang, aflevering 1-4, - 2005
Roland Baeten, e.a., Het ‘soete’ buitenleven, Hoven van Plaisantie in de provincie Antwerpen 16de-20ste eeuw, uitg. Pandora, Antwerpen, 2013.
http://www.paleisopdemeir.be/page/beleef/het-paleis-op-de-meir-een-rijke-geschiedenis/illustere-bewoners/johan-alexander-van-sust
https://inventaris.onroerenderfgoed.be/dibe/relict/14377
http://www.bossche-encyclopedie.nl/personen/susteren%20(algemeen).htm?p1=_index.1.htm?title=Personen&t1=Personen&title=Van%20Susteren%20(algemeen)


Foto’s:
-voorzijde rouwbord: Henri Van Beneden,
-alle andere foto’s zijn van de auteur.
 (1) Jan Van den Bergh in: Alhier tot Sgravenwezele, Enkele historische aspecten van de Parel der Voorkempen, Rococokunst uit de pruikentijd, blz.87 ’s-Gravenwezel, 1991
(2) Verzameling der Graf-en Gedenkschriften van de provincie Antwerpen – S. Jacobus,…: deel 1, Antwerpen, Drukkerij J.-E. Buschmann, 1863,op blz. 20/21 Grondteekening… 49, en op blz. 31 Zerksteen Melchiorus van Susteren.
(3) Karel Degryse, in Bijdragen to de geschiedenis, De Antwerpse fortuinen: de kapitaalsaccumulatie, -investering-en rendement te Antwerpen in de 18de eeuw, blz.24, Genootschap voor Antwerpse geschiedenis, Universiteit Antwerpen, 88ste jaargang – 2005.
(4)  Paul Arren in: Van Kasteel naar Kasteel, Hobonia Heemkring Kapellen-Hoogboom, 1987, in deel 2, vermeldt op blz. 222 een afwijkende sterfdatum: 19 augustus 1742.
 (5)   Navraag bij mevr. Griet Blanckaert, Universiteit Antwerpen, een juiste bepaling van deze versiering kon niet worden medegedeeld.
 (6) Ib.Paul Arren in Van Kasteel naar Kasteel 2, blz.226,