Nieuwsbrief Nr 85 - januari 2015

Begraafplaatsen in de frontstreek(deel 2)


In 14-18 zijn een half miljoen soldaten van diverse nationaliteiten gesneuveld. Vorige keer las u iets meer over het Britse Tyne Cot Cemetery in Passendale en het Deutscher Soldatenfriedhof in Langemark. In West-Vlaanderen vinden we ook negen aparte Belgische militaire begraafplaatsen: ze zijn gelegen in Hoogstade-Alveringem, Oeren-Alveringem, Adinkerke-De Panne, De Panne, Keiem-Diksmuide, Houthulst, Ramskapelle-Nieuwpoort, Steenkerke-Veurne en Westvleteren (de begraafplaats van Steenbrugge die deel uitmaakt van de stedelijke begraafplaats in Assebroek niet meegerekend).
Daarvan heb ik er zes bezocht waarover ik u verderop – in willekeurige volgorde – iets meer vertel.
 
Op elke begraafplaats vinden we dicht bij de ingang een houten schuilgebouwtje, met daarin het registerkastje (met bezoekersboek) en de plattegrond. Overal wappert centraal de Belgische vlag. Telkens zag ik ontelbare graven van jonge mensen die het leven lieten in die gruwelijke oorlog waarvan de zin me ontgaat. Ik werd ook elke keer getroffen door de mooi aangelegde dodentuinen en de goed onderhouden aanplanting, het werk van het Ministerie van Defensie. Oorden van stilte die tot nadenken en ingetogenheid stemmen …
 
De begraafplaatsen en de graven
 
Voor we de begraafplaatsen zelf aandoen, vertel ik u iets meer over het ontstaan van de begraafplaatsen en over de graven. Wie meer wil weten, kan de toegevoegde links raadplegen.
 
Tijdens de oorlog zelf werden Belgische gesneuvelden door hun kameraden begraven, ergens ten velde, waar ze gevallen waren. Zo mogelijk werden ze op bestaande gemeentelijke kerkhoven begraven of op inderhaast nieuw aangelegde begraafplaatsen. Tegelijk ontstonden achter het front gemengde militair-burgerlijke kerkhoven nabij de medische verzorgingsposten en veldhospitalen die opgericht waren, zoals in Westvleteren, Hoogstade, Oeren, Steenkerke, Adinkerke en De Panne.
 
De graven en begraafplaatsen lagen in bezet gebied en ontsnapten aan het gezag van de Belgische regering. Het niet-bezette deel van België viel totaal onder militair gezag. De Belgische regering en administratie verbleven in Le Havre, in Frankrijk. Dat verklaart wellicht voor een deel dat België pas in februari 1918 schikkingen nam om administratieve formaliteiten omtrent doden en vermisten af te wikkelen, graven te registreren en militaire begraafplaatsen in te richten en te beheren.
 
De bestaande kerkhoven boden twee jaar na de wapenstilstand een hallucinante aanblik. Tijdens de oorlog waren van alle mogelijke materialen gemaakte kruisen geplant, waaronder de heldenhuldezerkjes naar een ontwerp van, door de schilder en tekenaar Joe English. Ze hebben naar Iers voorbeeld de vorm van een Keltisch Kruis. Bovenaan zien we het opschrift AVV-VVK. Daaronder is de mythische blauwvoet afgebeeld, een verwijzing naar Albrecht Rodenbach. Van het oorspronkelijk aantal zijn er nog circa 75 bewaard op diverse militaire begraafplaatsen. (600)
 
Graven waren door de kameraden van de gevallenen afgebakend en versierd met bloemen en planten en allerlei gevonden voorwerpen. Na de wapenstilstand werden hier en daar individuele grafzerken gebouwd door vermogende nabestaanden. Andere graven waren overgelaten aan de zorgen van de gemeenten die wel andere bekommernissen hadden dan de graven netjes te houden. Wanneer men met de herinrichting van bestaande kerkhoven en de aanleg van begraafplaatsen begon, waren ondertussen al een aantal gesneuvelden door hun nabestaanden – op eigen initiatief en dikwijls ongeweten – terug naar huis gehaald en op de eigen gemeentelijke begraafplaats ter aarde besteld.
Uiteindelijk zouden maar de helft van de 38.000 Belgische gesneuvelden een laatste rustplaats vinden op een Belgische militaire begraafplaats, de overgrote meerderheid in een graf met een standaard Belgische grafsteen die vanaf 1924 in voege kwam, naar een ontwerp van de Brusselse architect Fernand Simons.
Meer info over de zerken op http://nl.wikipedia.org/wiki/Heldenhuldezerk
en op http://nl.wikipedia.org/wiki/Belgische_militaire_begraafplaats.
 

De Panne


Achter de gemeentelijke begraafplaats van De Panne vinden we de grootste Belgische militaire begraafplaats in de frontstreek. Ze werd aangelegd op grond van de familie Calmeyn en is zo’n 270 are groot. Als ontwerpers van de begraafplaats worden zowel Alexandre Andringa, generaal en krijgsgouwheer van de provincie West-Vlaanderen, genoemd als de Brusselse architect Eugène Dhuicqu. Hulptroepen van de genie en soldaten van gevechtseenheden die op rust waren in De Panne, hielpen bij de aanleg van de begraafplaats die op 1 juli 1918 ingewijd werd door de Ieperse deken, monseigneur De Brouwer. De eerste begrafenissen hadden er al plaats op 25 maart 1918.
 
Het terrein heeft een rechthoekige plattegrond. De rechthoekige perken zijn geometrisch aangelegd rond een centrale vlaggenmast: er zijn vier grote kwartieren perken, onderscheiden door een betonnen midden- en dwarspad. Deze kwartieren zijn op hun beurt nog eens onderverdeeld in vier perken, aangeduid met een letter. De perken bestaan uit grasperken met meestal dubbele rijen grafstenen, die rug aan rug opgesteld staan, met spiraeastruiken ertussen geplant.
 
Vandaag zijn er op de militaire begraafplaats van De Panne 3.739 grafstenen terug te vinden, waarvan 136 herdenkingsstenen (m.a.w. die soldaten liggen er niet begraven). In het totaal liggen er dus 3.366 Belgische gesneuvelden, waarvan er 811 niet geïdentificeerd konden worden. Er liggen ook 36 Fransen, waarvan men er 3 niet kon identificeren. Zowat de helft van de gevallenen sneuvelde tijdens het eindoffensief in 1918.
Op de begraafplaats liggen ook 342 Belgische doden uit WO II, waarvan er 42 niet geïdentificeerd konden worden.

Houthulst

De begraafplaats werd in 1924-1925 aangelegd bij het Vrijbos. De begraafplaats heeft een stervormige plattegrond en is 5,24 ha groot. De paden zijn aangelegd in rode kiezelsteen. De rest van de begraafplaats wordt ingenomen door grasperken met de graven. Het geheel wordt getooid met bloemperken en bomen.
 
De begraafplaats telt 1.907 graven waarvan 1.823 Belgische; 1230 van hen zijn geïdentificeerd. De meeste soldaten sneuvelden tijdens het eindoffensief van 28 september 1918, waarbij het bos van Houthulst op de Duitsers heroverd werd. Helemaal achteraan liggen er ook 81 Italianen begraven, waarvan er 74 geïdentificeerd werden. Ze waren Duitse krijgsgevangenen en werden tijdens het eindoffensief als levend schild gebruikt.

Oeren

Rond het rond het 16de-eeuwse, laatgotische kerkje van de Alveringemse deelgemeente Oeren ontstond al tijdens de oorlog een militaire begraafplaats. We zien er in totaal 509 grafstenen voor 508 doden. Het graf van onderluitenant Getteman is leeg: hij werd in 1956 ontgraven op verzoek van zijn echtgenote en herbegraven op het kerkhof van Maffle. Zes doden konden niet meer geïdentificeerd worden.
 
Ooit stonden hier heel wat heldenhuldezerkjes. In februari 1918 werden zo’n 38 graven besmeurd. Vandaag vind je in Oeren nog 5 heldenhuldezerkjes terug.

West-Vleteren

Het rechthoekig terrein meet circa 123 op 54 meter. In het midden zien we een breed middenpad in rood grint. Links daarvan staat centraal een calvariekruis onder een treurwilg.
 
Franse soldaten startten met de aanleg van deze begraafplaats in de herfst van 1914. Pas vanaf juni 1916 kregen gesneuvelde Belgische soldaten hier ook een laatste rustplek. Na de oorlog breidde deze begraafplaats uit met graven van Belgische soldaten. De Franse soldaten werden ontgraven en naar hun woonplaats overgebracht.
 
Er staan op de begraafplaats 14 heldenhuldezerkjes en 1 Britse grafsteen. Er is ook één privaat grafteken. De rest van de graven zijn officiële Belgische grafstenen. Er liggen 1.208 doden, waarvan er 2 herdacht worden; 33 onder hen konden niet meer geïdentificeerd worden.

Adinkerke-De Panne

De plattegrond heeft de vorm van een rechthoek, die naar achteren toe verbreedt. Het terrein is vlak en 101 are groot.
 
Op de begraafplaats liggen 1.651 Belgen, 1 Fransman (onder een Belgische officiële grafsteen, weliswaar met de Franse driekleur) en 67 Britten (waarvan 59 afkomstig van het Verenigd Koninkrijk en 8 van Brits West-Indië). Zestig Britten stierven in 1917 (van mei tot november 1917 behoorde Adinkerke tot de Britse sector). Zes Belgen liggen onder een heldenhuldezerkje begraven; vijf van hen hebben een particuliere grafsteen. Er liggen ook drie Belgen die niet geïdentificeerd konden worden.
 
Vanaf eind september 1914 startte men de uitbreiding van het bestaande kerkhof.
Hier lag ooit enige tijd Emile Verhaeren begraven die op 27 november 1916 om het leven kwam bij een treinongeval in het station van Rouen. Later werd zijn lichaam overgebracht naar Wulveringem en elf jaar later, op 9 oktober 1927, naar een praalgraf aan de Schelde-oever in zijn geboortedorp.
(515->518)
Meer info op https://inventaris.onroerenderfgoed.be/woi/relict/487
en http://www.emileverhaeren.be/gravenEV.html

Ramskapelle

De begraafplaats ligt aan de fietsroute 'Frontzate' op de voormalige spoorwegbedding Nieuwpoort-Diksmuide, op circa 3 km ten westen van de IJzer. De begraafplaats ontstond na de oorlog. Veldgraven uit het onder water gezette gebied en graven vanop gemeentelijke begraafplaatsen uit de buurt werden er samengevoegd.
 
De begraafplaats heeft een driehoekige plattegrond. Het terrein loopt op vanaf de weg en bestaat uit verschillende niveaus die verbonden zijn door kleine, bakstenen trapjes van 3 treden. De begraafplaats beslaat een oppervlakte van 84 are. De grafstenen zijn aangelegd in een halve cirkel.
 
Er staan 625 stenen, waaronder 600 doden begraven liggen en waarop er 34 herdacht worden. Van de 634 doden konden er 402 niet meer geïdentificeerd worden (dat is 63,4%!).
Eén dode, Louis Notaert, ligt hier wel begraven, maar heeft geen grafteken. In 1952 kwam zijn lichaam aan de oppervlakte tijdens ploegwerken in het nabijgelegen Stuivekenskerke. Hij sneuvelde tijdens de Slag aan de IJzer tussen 22 en 31 oktober 1914. Zijn lichaam rust onder een houten kruis in het gras rechts van de ingang, maar hij heeft tot op vandaag nog geen grafsteen.
Meer info op https://inventaris.onroerenderfgoed.be/woi/relict/457
 
Uiteraard zijn er ook Belgische begraafplaatsen elders in het land. En liggen er in de Westhoek nog meer Fransen, Britten en Duitsers begraven. Dat is voor volgende afleveringen.
 
Tekst en foto’s: Mia Verbanck