Nieuwsbrief Nr 85 - januari 2015

Funeraire kunst in de Sint-Baafskathedraal van Gent zaterdag 22 november 2014


Gids An Hernalsteen verwelkomde een twintigtal zerkjes voor een funeraire rondleiding in de Sint-Baafskathedraal van Gent. Met een schurende stem - ze werd geplaagd door sinusitis - vertelde ze dat fotograferen binnen niet mag tenzij niemand het ziet, dat ze geen uitleg over obiits zou geven (om Stefan Crick te duivelen) en af en toe op haar spiekbriefje zou moeten kijken, vandaar haar brilletje. U heeft het al begrepen, Anneke was in grote vorm.
Omdat er om 11 uur een viering doorging bezochten we op een drafje de romaanse crypte. Dit is een overblijfsel van een romaanse kerk uit de XIIe eeuw. Bij de restauratie en het archeologisch onderzoek van de crypte in 1959 werd de fundering ontdekt. De omtrek van de oorspronkelijke crypte wordt aangeduid met zwarte tegels, het gotische koor is dus groter.
Een aantal grafstenen, die zich tegen de muur bevonden, zijn overgebracht naar de Sint-Baafsabdij in Gent (Museum voor stenen voorwerpen).
Een goede vriend van An, Monseigneur Leo De Kesel, ligt hier begraven. Hij was hulpbisschop van Gent. Hij was potdoof maar toen An eens vol vuur uitleg gaf in de kathedraal aan een groep Duitse toeristen, kwam hij vanuit het koor toegesneld en vroeg haar niet zo luid te spreken! Over het verdwenen paneel van het Lam Gods zou hij ook meer geweten hebben. Hij voerde zeven jaar onderhandelingen om de stoffelijke overschotten van de bisschoppen Hendrik Frans Bracq, Antoon Stillemans, Emiel Jan Seghers en Honoré Jozef Coppieters over te brengen van de Bisschoppelijke Galerij op de Begraafplaats van Mariakerke naar de crypte van de Sint-Baafskathedraal. In 1959 gebeurde dit, de vloer lag open.
Na zijn overlijden (hij werd bijna 98 jaar) werd hij bijgezet in de crypte van de Sint-Baafskathedraal op de plek die hij zelf had gekozen in een ondiepe kelder zonder aarde, dit beperkt de lijkgeur.
De grafplaat van Joachim Deruuck. Het altaar draagt de triptiek van de familie De Ruuck. In het midden wordt de Heilige Familie afgebeeld, op de linkervleugel Joachim de Ruuck, als schenker voorgesteld, met zijn vier zonen. Rechts zijn vermoedelijk zijn drie echtgenotes en dochter weergegeven. De drie zonen die overleden zijn werden aangeduid met een kruisje.
We gingen naar de ingang. De barokke marmeren epitafen van kanunnik Pierin  (+l668) en deken Van de Woestyne (+l669) vertonen een stijlbreuk door de (neogotische) restauratie tussen 1890 en 1903. Alleen de tekst werd behouden, de symboliek moest weg. Hier vinden we ook enkele memorietafels. Als een belangrijk persoon geen kinderen had, richtte de familie een stichting op om voor het zielenheil van de overledene te bidden. Het Lam Gods is een memorietafel.
Achteraan links het neogotische praalgraf van monseigneur Henri Lambrecht  (1892), van de hand van kunstenaar Rooms. Naast de centrale Calvarie zijn we de bisschop links zieken bezoeken en rechts omringd door … kindjes. De gids gaf geen verdere commentaar.
In de kapel van Sint-Niklaas bevindt zich het praalgraf van Viglius Aytta (+ 1577). Hij studeerde in Leuven en aan andere universiteiten, was bevriend met Erasmus en het geslacht Fugger (bankiers). Hij specialiseerde in kerkelijk recht, was raadsman van keizer Karel, de laatste gemijterde proost van de Sint-Baafsabdij en medeproost van Lucas Munich, de eerste proost van de Sint-Baafskathedraal.
Tijdens de Beeldenstorm waren de graftomben zeer geliefd door plunderaars. Volgens Cornelis Breydel, de secretaris van Munich, zouden twee bedienden door een list (ze voerden de grafschenders dronken) (daer zy hemlieden vol en zat van wyn endebier ghedroncken hebben, zonder dat zy huerlieder opset aende voorn. sepulture volbrocht hebben) het graf van Aytta van plundering hebben gered.
Het volgende weetje neem ik over - met bronvermelding zoals het hoort - van een verslag dat onze voorzitter schreef in januari 2005: Er rezen twijfels over het schenden, tijdens de Beeldenstorm, van het graf van Aytta omdat zijn koorkap ontbrak, waarschijnlijk werd hij zonder begraven omdat zijn schoonbroer die later nog gebruikte.
Aytta was gehuwd maar had geen kinderen. Na de dood van zijn vrouw werd hij op minder dan één jaar priester.
We volgden de kooromgang. Tegenover de Sint-Gilliskapel is het praalgraf opgesteld van Mgr. J.-B. de Smet (1745). De rustig mijmerende bisschop ligt uitgestrekt op een sarcofaag. In de barok werd de dode levend afgebeeld.
In de Sint-Ivokapel rusten onder een bescheiden nisgraf de eerste twee bisschoppen van Gent: Cornelius Jansenius en Willem Lindanus (+1595). Zij liggen broederlijk naast mekaar, “ze zijn niet gescheiden in de dood, in het leven hadden ze mekaar lief”. Ook hier volgde even stilte.
De Sint-Petrus en Sint-Pauluskapel wordt ook de Rubenskapel genoemd omdat hier het schilderij van het vroegere hoofdaltaar prijkt. Tegenover dit pronkstuk is de triptiek opgesteld van Otto Venius, de leermeester van Rubens, met De opwekking van Lazarus (1608). Op het bewaarde zijluik is Mgr. Pieter Damant (+ 1609) voorgesteld, hij rust naast dit altaar in een renaissancewandgraf. De overledene ligt op de zijde, steunend op de elleboog, het hoofd rustend op de hand.
We gingen het koor binnen. Vier vorstelijke praalgraven van Gentse bisschoppen flankeren het hoofdaltaar: links die van Antoon Triest en Eugeen d’Allamont, rechts die van Carolus Maes en Carolus van den Bosch. Het monument van monseigneur Triest (1651-1654) is van de hand van Hieronymus Duquesnoy de Jonge. Naast het beeldhouwen had Duquesnoy ook belangstelling voor jongetjes die hij als levend model gebruikte voor zijn putti. 1654 werd Hiëronymus vervolgd voor sodomie omwille van het seksueel misbruik van twee jongens van 8 en 11 jaar oud. De kunstenaar werd veroordeeld tot wurging aan de staak, gevolgd door verbranding op de Korenmarkt van Gent. Het vonnis werd voltrokken op 28 september 1654. Gelukkig was het praalgraf bijna af…
Sommige latere bisschoppen namen het niet zo nauw met het celibaat, maar uitten dit op een acceptabeler manier. Ze onderhielden een “koeketiene”. Zo verbleef prins Ferdinand de Lobkowitz (+ 1795), monseigneur Lobkowitz, over het algemeen op zijn buitenverblijf Kasteel Rozelaar in Lochristi, waar hij samen met "syne Favoriete" (mevrouw van der Saeren) woonde, iets wat uiteraard schandaal verwekte.
We hielden nog even halt aan het portret van kardinaal Gustaaf Joos (+ 2004), oom van Dirk Joos, “de kleinen” (=partner) van An Hernalsteen. Deze priester studeerde samen met de latere paus Karel Woityla, waarmee hij bevriend bleef. Hij zetelde in kerkelijke rechtbanken, was kanunnik van het Sint-Baafskapittel en werd in 2003 door paus Johannes-Paulus II tot kardinaal benoemd. Hij stamt uit een zeer katholieke familie, waar een goede fles wijn (ook dat is katholiek) sterk werd op prijs gesteld.
Al die episcopale toestanden verhitten het hoofd van onze gids, ze raakte de pedalen kwijt en viel ons lid Nini Matthijs aan. An toch, als bestuurslid zou je moeten weten dat vzw Grafzerkje een goede verzekering heeft, maar fysische agressie niet door onze polis wordt gedekt.
Toch onze dank en waardering voor de boeiende uitleg.
An sprak de hele tijd over haar goede vriend monseigneur Leo De Kesel. Maar de verslaggever heeft ook een band met deze man en kan het bewijzen, want er bestaat een foto van. Dus volgende prijsvraag: wat staat er op de foto? Je kan mailen naar [email protected]
De prijs: je mag het verslag maken van de volgende rondleiding!
Bronnen:
- www.sintbaafskathedraal.be
- Sint-Baafskathedraal
  www.tento.be/OKV.../sint-baafskathedraal-van-gent-een-kunstkamer

 
Tekst: Martin demedts

Foto’s: Edgard Maes en Jacques Buermans