Nieuwsbrief Nr. 9 - januari 2003

Wie won de trofee van beste gids of mooiste begraafplaats?Girlpower voor wat de beste gids betreft. Nieuwe award in de maak?


Niet minder dan 14 Grafzerkjes kenden punten toe. Voor wat de trofee voor de beste gids betrof werd het podium door niets dan dames bevolkt. Op de derde plaats eindigde Cecilia Vandervelde met 16 punten. Eervol tweede werd onze gids in Aalst, Lutgarde De Ridder, met 30 punten en de gouden plak ging naar “de schrik van de Westerbegraafplaats”: An Hernalsteen met niet minder dan 38 punten. Het “sterke” geslacht kwam hier niet verder dan een vierde stek. Onze Noorderbuur Guus Rüsing viel juist naast het podium met 14 punten.
 
Wat de meest gesmaakte begraafplaats betrof is een soortgelijke tendens waar te nemen in zoverre dat Maastricht juist naast de ereplaatsen greep met 15 punten. Op de derde stek, met 18 punten, Brussel Evere. Tweede werd in deze categorie de begraafplaats aan de Dieweg te Ukkel met 21 punten. Onze vriend Rudy D’Hooghe moet zo stilletjesaan een nieuwe trofeeënkast aanschaffen want de Grafzerkjesaward gaat naar de Gentse Westerbegraafplaats met 39 punten.
 
Voor 2003 stap ik af van het toekennen van een award. In de eerste plaats omdat alle gidsen hun uiterste best doen om het de Grafzerkjes naar hun zin te maken. Maar er zijn nog andere redenen. Het is namelijk onmogelijk om een eerlijke verdeling te doen tussen een rondleiding waar meer dan 30 personen aan deelnemen en een tocht met acht deelnemers. Verder zeg ik ook steeds dat we niet om de twee maand een “topbegraafplaats” kunnen aanbieden. Maar in de eindafrekening voor de awards hebben die mindere goden geen schijn van kans alhoewel het voor de mensen die daar rondleiden misschien veel moeilijker is om gedurende enkele uren de Grafzerkjes zoet te houden.
 
Voor 2003 plan ik, op vraag van enkele Grafzerkjes, een nieuwe award: die van het beste café in de omgeving van een begraafplaats. Er dient dringend werk gemaakt te worden van een verbetering van drankgelegenheden die zich nabij kerkhoven bevinden. In afwachting daarvan heb ik mijn top drie van “slechtste” drankgelegenheden nabij een begraafplaats opgemaakt.
 
Op drie het café met de leuke naam “Het is hier beter dan verder” nabij de Brugse dodenakker. Toen we daar zaten te wachten om een rondleiding op de begraafplaats te maken sloot de cafébazin, die zich daarvoor had beziggehouden met het kaartspel, haar zaak: “om wat te rusten”. Op twee de herberg nabij de begraafplaats Robermont te Luik. De “petite restauration” bleek uit crocque monsieur te bestaan. De enorme bestelling van twaalf crocques duurde een hele tijd omdat de eigenaar over slechts één toestel beschikte dat slechts twee crocques per keer kon fabriceren. Mijn soep bestond uit aangelengd water met een, vervaldatum reeds lang voorbij, toastje.
 
Op één met stipnotering taverne “Macaco”, what’s in a name, nabij het Campo Santo te Gent. Volgens mij was de lokale crèche daar gevestigd. Het krioelde er van de kinderen. Uit de televisie klonken “Tik Tak” en andere kabouter Ploptoestanden. De dienster, of wat daar voor moest doorgaan, bezat wel over twee handen maar ze gebruiken daar had ze nog geen kaas van gegeten. Na eindelijk een drankje gekregen te hebben vroegen we een tweede consumptie. Na herhaaldelijk aandringen werd onze bede niet beantwoord zodat wij node, en dorstig, deze zaak verlaten hebben. 

Tekst : Jacques Buermans