Nieuwsbrief Nr. 84 - november 2014

Even stilstaan bij Allerheiligen en AllerzielenMathilde Goelen en Louis Van Dyck


Allerheiligen

Begraafplaats of dodenakker
Geen enkel mens wordt hier wakker
 
Maar hun ziel is opgestegen
Naar een plaats van licht en vrede
 
Hier zullen wij Hen gedenken
En ze een bloemenkrans schenken
 
Dan gaan wij weer gelaten heen
Nemen hen in gedachten mee
 
Mathilde

 
Allerzielen

Gisteren het triomferende Allerheiligen, vandaag het veel inniger Allerzielen. Voor gewone mensen welke niet heilig werden verklaard, maar het misschien wel zijn.

Alles is relatief in ’t leven. Bekijk een urne: een bakje met wat as erin. Ooit was hij er, nu is hij er geweest.

Meer kan ik er niet over zeggen.


Over enkele dagen herdenken we de wapenstilstand 1918. Dagelijks wordt om 20 u een eresaluut geblazen aan de Menenpoort te Ieper. Een symbolische groet aan alle gesneuvelden. Stilaan al 30.000 X. En de klaroen blazen is een grote eer.

Tijdens de legerdienst leerde wij dat “Last Post”, eigenlijk wil zeggen: “doof het vuren bij leven”.

‘t Is muziek met pijnkreten – ook een laatste troost.

Op vriesdagen bleef het mondstuk weleens aan de lippen kleven. Daarom is het nu van plexi.

Zo’n oorlog krijg je nooit weg uit het landschap. Vele landen streden mee, samen met strijdkrachten uit hun toenmalige kolonies. Wie de vredesroute fietst, zit er ook midden in.

“Wij zijn de doden; enkele dagen geleden leefden we nog en zagen de zon ondergaan. Nu liggen we in Vlaanderens velden, waar klaprozen bloeien, onder kruisen, rij aan rij”. Dichtte John Crae op 23 mei 1915.

“Duizenden en duizenden soldaten en nog eens duizend en duizend soldaten, altijd iemands kind”, zong Vermandere.

In het boek over “den Grooten Oorlog” val je van de ene tragedie in de andere.

De moeite om zich in te verdiepen.

Louis, 2014