Nieuwsbrief Nr. 84 - november 2014

Begraafplaatsen in de frontstreekMia Verbanck vertelt (deel 1)


In 14-18 zijn een half miljoen soldaten van diverse nationaliteiten gesneuveld. Over heel het frontgebied liggen er een 200-tal Britse begraafplaatsen, negen Belgische, vier Duitse en één Franse. Veel Franse soldaten zijn gerepatrieerd of liggen verspreid over meerdere andere kerkhoven; ook Britse en Duitse soldaten liggen soms bij op andere grafakkers.
Het herdenkingsevent Lichtfont deed op 17 oktober twee heel belangrijke dodenakkers aan. Enkele dagen tevoren was ik zelf ter plaatse.
 
De Britse begraafplaats van Passendale
 
Het Tyne Cot Cemetery ligt in Passendale, deelgemeente van Zonnebeke, bij Ieper. 'Tyne Cot(tage)' was de naam die het Britse leger gaf aan een schuurtje dat stond te midden van een vijf- of zestal Duitse bunkers of 'pillboxes'. De Britten noemden Passendale het ‘dal van het lijden’ of ‘Passiondale'.
 
Tyne Cot Cemetery is de grootste Britse militaire begraafplaats van 14-18 op het Europese vasteland. Hier liggen bijna bijna 12.000 doden waarvan 8.369 niet meer geïdentificeerd konden worden. Het terrein heeft een oppervlakte van 34.941 m² .
Er liggen hier 8.963 Britten (waaronder 6.627 die niet geïdentificeerd konden worden), 1.369 Australiërs (waaronder 791 ongeïdentificeerd), 1.011 Canadezen (560 ongeïdentificeerd), 520 Nieuw-Zeelanders (322 ongeïdentificeerd), 90 Zuid-Afrikanen (66 ongeïdentificeerd) en 1 geïdentificeerde en 3 niet geïdentificeerde Duitsers. Onder de geallieerde slachtoffers zijn er ook één Zwitser, drie Japanners en 16 Amerikanen. Voor 38 Britten, 27 Canadezen, 15 Australiërs en 1 Nieuw-Zeelander werden Special Memorials opgericht omdat men hun graven niet meer kon lokaliseren en waarvan men aanneemt dat ze zich onder de ongemarkeerde graven bevinden. Zestien Britten en één Nieuw-Zeelander worden eveneens herdacht met Special Memorials omdat ze oorspronkelijk op andere begraafplaatsen waren begraven, maar hun graven door oorlogsgeweld vernield werden. Special Memorials dragen
de tekst Known to be buried in this cemetery.
 
Via een lange muur kom je uit in een klein bezoekerscentrum, waar de geschiedenis en betekenis van de begraafplaats centraal staan.
 
Achteraan bevindt zich het halfcirkelvormige Tyne Cot Memorial to the missing met de namen van 33.783 vermiste soldaten uit het United Kingdom en, in een afzonderlijke apsis, nog eens 1.176 vermiste Nieuw-Zeelanders. Ze sneuvelden na 15 augustus 1917. De bijna 55.000 namen van vermisten die sneuvelden tussen augustus 1914 en 15 augustus 1917, zijn gegraveerd op de Menenpoort in Ieper. De Menenpoort die nog ontworpen werd tijdens de oorlog, was niet groot genoeg om alle vermisten te vermelden.
Centraal op het terrein bevindt zich het Cross of Sacrifice, gebouwd bovenop een bunker die vóór de verovering als Duitse commandopost dienst deed.
De Stone of Remembrance die je op elke Britse begraafplaats met meer dan 1000 slachtoffers aantreft, staat tussen het Memorial to the missing en het Cross of Sacrifice. In grote letters staat er: “Their name liveth for evermore.” Het was de Britse auteur, dichter en Nobelprijslaureaat Rudyard Kipling, wiens enige zoon in de oorlog was omgekomen, die dit citaat uit het Bijbelboek Ecclesiasticus of Wijsheid van Jezus Sirach voorstelde.
Ongeveer 200.000 mensen bezoeken jaarlijks de prachtig onderhouden begraafplaats. In 2006 heeft men achter de begraafplaats een pakkend bezoekerscentrum en een parking aangelegd.
 
Zoveel eenvoudige, witte zerkjes … namen en eenheden erin gebeiteld … veelal getekend met een kruis, soms met een Davidster. Zoveel jonge mensen uit de Commonwealth die het leven lieten aan de Ijzer. Om heel stil bij te worden.
Duitse begraafplaats van Langemark
 
Ook het ‘Deutscher Soldatenfriedhof’ in Langemark vond ik bijzonder aangrijpend in zijn sombere eenvoud.
 
Het oorspronkelijke aantal van 68 Duitse militaire begraafplaatsen werd teruggebracht tot vier: Langemark, Hooglede, Menen en Vladslo. Met jaarlijks zowat 150.000 bezoekers is het Soldatenfriedhof van Langemark de meest bezochte Duitse militaire begraafplaats in België.
Vandaag liggen in Langemark 44.061 Duitsers begraven, van wie er bijna 25.000 rusten in een kameradengraf of massagraf. Vóór dat graf liggen de wapenschilden van 8 Belgische provincies (Oost- en West-Vlaanderen kreeg de naam Vlaanderen; Brabant was nog niet opgedeeld in Vlaams en Waals Brabant). Centraal tussen de 8 wapenschilden ligt een bronzen krans van eikenloof met de woorden “Ich habe dich bei deinem namen gerufen, du bisst mein” uit de profeet Jesaja (43,1: “Ik heb u bij uw naam geroepen: u bent van Mij.). Rond het massagraf staan blokken met daarop 68 bronzen panelen met de namen van 17.342 niet-geïdentificeerde gesneuvelden van wie men zeker is dat ze in het massagraf liggen.
Meer dan 3.000 kadetten en vrijwilligers van het 22ste tot en met het 27ste Reservekorps vonden hier hun laatste rustplaats. Ze sneuvelden in oktober en november 1914 tijdens herhaalde aanvallen in de Eerste Slag bij Ieper. Door het grote aantal studenten onder deze vrijwilligers, kreeg de begraafplaats de naam 'Studentenfriedhof'.
 
De begraafplaats bestaat eigenlijk uit een breed grasveld, bloemen ontbreken.
Rododendrons groeien tegen de achtermuur. Het oudste deel van de begraafplaats is met grote zomereiken beplant. Het ligt daardoor immer in de schaduw. De liggende grafstenen zijn grijs en duiden graven aan voor 4, 6, 8 of meer doden, soms tot 20. De stenen vermelden weinig gegevens: voornaam en naam, soort soldaat of rang en sterfdatum. Her en der staan enkele basaltstenen kruisen verspreid over de begraafplaats.
Er zijn zo 12 groepen van drie kruisen. Helemaal vooraan in de rechterhoek bevindt zich een hoog stenen kruis, gehouwen uit één stuk basalt.
 
Achteraan op de begraafplaats, in het midden, waar de omheiningsmuur doorbroken is, staan vier meer dan levensgrote, gestileerde, bronzen beelden van soldaten op een blauw hardstenen plaat, de 'Trauernde Soldaten' van Emil Krieger
Tekst en foto’s: Mia Verbanck