Nieuwsbrief Nr. 83 - september 2014

Auguste Marie Joseph Jean Leon JaurèsTante Kato vertelt meer.


Tante Kato ging op reis en zag het graf van Jean Jaurès
 
Auguste Marie Joseph Jean Léon Jaurès * Pantheon Parijs * 1859-1914
 
De naam Jean Jaurès hoorde ik voor het eerst -vergeet niet dat ik uit een katholiek middenstandersnest en een roomse kostschool kom waar socialisme des duivels was- via een vriendin, die in Borgerhout toneel speelde bij het amateur-gezelschap Jean Jaurès. Het gezelschap is rond 1975 na decennia activiteiten ter ziele (hm!) gegaan. Ik heb heel lang de naam Jean Jaurès aan die vriendin gekoppeld. In de loop der jaren werd ik een bewuster, nieuwsgieriger en socialer wezen en samen met mijn reis- en echtgenoot bezochten we geboorte- en woonhuizen, standbeelden en graven van illustere, historische personen. Jean Jaurès heeft in die lange rij een speciale plek gekregen:
 
In 2007 vertrok onze route door Zuid-Frankrijk in Castres, geboorteplaats van Jean Jaurès en we namen de tijd voor zijn geboortehuis (buitenkant) en het naar hem genoemde museum, in 1988 ingehuldigd door president Mitterrand. Die reis eindigde in Parijs, waar we naar de Taverne du Croissant gingen, de plek waar Jaurès op 31 juli 1914 vermoord werd. De instructies van mijn man: “Noteer in onze agenda dat we hier in 2014 ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van de moord komen dineren en zorg dat we die 31ste een tafel hebben, want anders gaan we niet.” Dat is slechts een woord. Een geïnteresseerd bevriend echtpaar ging graag mee en zodra we bevestiging van de reservatie hadden (méér dan een half jaar op voorhand) werden trein en hotel geboekt.
 
Vijf dagen vòòr ons vertrek kregen we een mail van Radio France International voor een interview met als hoofdvraag “Waarom hebben vier Belgen hier zo lang op voorhand gereserveerd ?”. Die hete aardappel heb ik met plezier naar mijn man doorgeschoven. Het opgenomen interview maakte deel uit van een rechtstreekse uitzending vanuit het café restaurant historique op de ochtend van 31 juli, terwijl wij op de Thalys zaten en het dus niet rechtstreeks konden horen. Die ochtend was daar ook een bloemenhulde. In de namiddag gingen we als voorbereiding op onze ingetogen commémoration Jean Jaurès met een bezoek vereren in het Pantheon. In de loop van de ochtend waren ook hier bloemen neergelegd en er liep een speciale tentoonstelling over leven, werk, overlijden en “erfenis” van de grote tribuun met de borstelige baard en de indringende ogen.
 
De man in een notendop: geboren en opgegroeid in Castres in een moeilijk te omschrijven gezin: de ene zegt een kleinburgerlijk en de andere een arm milieu. Wij hebben het geboortehuis gezien en dat was een vrij statige woning. Feit is dat hij een briljant student was en aan de universiteit filosofie studeerde. Later werd hij professor in Albi en Toulouse. In 1886 huwde hij Louise Blois en zij kregen twee kinderen. Die jaren groeide de socialistische gedachte, zeker toen Jaurès de stakende mijnwerkers van Carmaux steunde. De politicus, de aanstaande leider van de socialistische partij was geboren en zijn leven zou zich voortaan grotendeels in de hoofdstad afspelen.
 
De eeuwwisseling was een woelige periode met : de Dreyfus-affaire (1894-1906), waarin Jaurès eerst in de schuld van Dreyfus geloofde maar hem later toch verdedigde. 1902, het jaar van de oprichting van de Franse socialistische partij. 1904, oprichting van zijn dagblad “l’Humanité”. 1905, scheiding van kerk en staat. 1912-1913, de Balkanoorlogen, gevolgd door gespannen diplomatieke relaties en een toenemende oorlogsdreiging. Jaurès, pacifist en republikein, hield toespraken voor een menigte van 150.000 aanhangers. Journalist en Prix Goncourt winnaar Henri Béraud omschreef hem  “Ce qu’il disait allait droit au coeur des hommes.  C’était un apôtre”.  Een citaat van Jaurès zelf : “Le courage, c’est de chercher la vérité et de la dire” (uit een toespraak voor jongeren, 1903)
 
30 juli 1914, het internationale socialistische bureau had in Brussel vergaderd en député Jaurès en minister van Staat Emile Vandervelde sloten de samenkomst af met een lunch, waarbij minstens twee flessen wijn vloeiden (de wet Vandervelde op de beteugeling van de dronkenschap dateert van 1919). Daarna had hij nog twee uurtjes vrij alvorens de trein naar Parijs te nemen en Jaurès wou absoluut “onze” Vlaamse Primitieven in het Museum voor Schone Kunsten zien.
 
31 juli 1914, een snikhete zomeravond: er moest die nacht verder gewerkt worden aan de krant, een anti-oorlogseditie en Jaurès en zijn medewerkers gingen een stukje eten in het Café du Croissant, middenin de krantenwijk. Om 21.40 uur richtte de 29-jarige, gestoorde nationalist Raoul Villain voor het open raam van het restaurant zijn pistool op Jaurès en vuurde twee maal. Dodelijk getroffen werd hij naar het zaaltje achterin gebracht, waar hij zijn laatste adem uitblies.
 
4 augustus 1914, terwijl de Duitse troepen, op weg naar Frankrijk, België binnentrokken nam Parijs afscheid van deze uitzonderlijke man: een imposante en massaal bijgewoonde begrafenisplechtigheid met acht toespraken, waaronder een van Camille Huysmans. Het lichaam van Jaurès werd vanaf de Gare d’Orsay (nu Musée d’Orsay) naar Albi overgebracht, waar hij begraven werd.
 
Droef verhaal over zoon Louis Paul: hij ging als 18-jarige in 1915 bij het leger en sneuvelde drie jaar later, één van de vele slachtoffers van de Groote Oorlog, waartegen zijn vader zich zo verzet had.
 
Zondag 23 november 1924 werd Jaurès gepantheoniseerd (voorheen kende ik dat woord niet). De dag ervoor was een kist met zijn asurne per trein overgebracht naar de hoofdstad. Een grootse ceremonie, waarbij mijnwerkers van Carmaux in hun dagelijkse werkplunje de kist droegen en een immens rollend platform begeleidden van de Gare d’Austerlitz naar het Palais Bourbon (thuishaven van de Assemblée Nationale). Voor de gelegenheid was de façade gehuld in de Franse driekleur. ‘s Anderendaags werd de weg verdergezet naar het Pantheon voor de officiële bijzetting.
 
De “erfenis” van Jaurès:
Franse straten, lanen, pleinen, metrostations en lyceums werden naar hem genoemd. Films en documentaires werden gedraaid en er verscheen vooral veel literatuur.
Kent u het lied “Jaurès” van Jacques Brel, geschreven een jaar vòòr de dood van de zanger (1978)? Op YouTube is het te horen. De beelden erbij zijn van schrijnende 19de eeuwse wantoestanden.
De socialistische president François Mitterand legde direct na zijn verkiezing (1981), een roos neer op de graven van Jean Jaurès en verzetsleider Jean Moulin (1899-1943).
 
Terug naar 2014 : toen wij rond 19.30 uur aan de Taverne du Croissant (in de loop van de eeuw is de naam café gewijzigd in het chiquere taverne) toekwamen waren wij zeer geëmotioneerd toen we een grote groep jongeren de “Internationale” hoorden zingen.  Zij stonden er rond de bloemenzee, die er die dag onder de marmeren gedenkplaat neergelegd was: o.a. kronen van de Franse president, van de burgemeester van Parijs, van de vrijmetselaarsloge Grand Orient de France en uiteraard van l’Humanité. Terwijl de jongeren teksten van Jaurès voorlazen, staken wij onze voetjes onder tafel voor “Le menu du centenaire de l’assassinat de Jean Jaurès”. In alle eerlijkheid: het beantwoordde niet aan onze verwachtingen. Middelmatig eten voor een veel te dure prijs en een slechts voor driekwart gevulde taverne.
 
Vraagt u zich af wat er met moordenaar Raoul Villain gebeurd is? Hij probeerde te ontsnappen maar werd door een medewerker van Jaurès (met wandelstok) en een politieagent overmeesterd. Gedurende de hele Eerste Wereldoorlog verbleef hij in gevangenschap maar in 1919 volgde de vrijspraak en weduwe Jaurès mocht voor de proceskosten opdraaien. Hij vluchtte van het ene adres naar het andere, werd aangehouden voor allerlei criminele feiten en kwam in 1932 op het eiland Ibiza terecht. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog werd hij vermoord (1936) met twee kogels, zoals zijn slachtoffer. Waarschijnlijk wist men niet wie hij in werkelijkheid was.
Tekst en foto's : Tante Kato