Nieuwsbrief Nr. 81 - mei 2014

GuayaquilOom Kato was op reis en zag nog meer mooie dingen


Guayaquil is de grootste stad van Ecuador alsook haar voornaamste havenstad. Het is de uitvalsbasis voor bezoeken aan de Galápagos eilanden, maar wat weinigen weten is dat het één van de meest indrukwekkende begraafplaatsen van Zuid-Amerika heeft. Deze heeft de bijnaam ‘Ciudad blanca’ vanwege de gebruikte steen en de veelvuldig gebruikte Carera marmer voor de grote grafmonumenten. Net zoals bij mijn bezoek enkele dagen eerder aan de veel kleinere begraafplaats van Cuenca werd ik bij binnenkomst onmiddellijk aangesproken door een bewaker. Hij vroeg mijn toestemming om foto’s te nemen, hoewel ik zelfs nog geen aanstalten had gemaakt mijn camera te gebruiken. Vervolgens werd ik ook hier naar het kantoor van de administratie, ditmaal op de begraafplaats zelf, gebracht. Hier werd ik zeer vriendelijk ontvangen door de heer Luis die meldde dat men af en toe bezoekers krijgt, maar dan na afspraak en in groep. Er was echter geen enkel probleem en ik kreeg onmiddellijk een gegidste rondleiding waarbij ik onderweg ook nog aan de directeur werd voorgesteld.
De begraafplaats bevindt zich gedeeltelijk op, maar vooral beneden één van de twee heuvels ten noorden van het centrum, waarvan het door een drukke autoweg wordt gescheiden. Het ligt ongeveer in de vorm van een halve cirkel tegen deze heuvel en heeft diverse identiek ogende, genummerde toegangspoorten. Dit, samen met de grootte en het aantal bouwwerken, zorgen ervoor dat je snel gedesoriënteerd kan raken. Het werd opgericht in de eerste helft van de negentiende eeuw en het oudste nog bestaande graf (uit 1831) is één van de vele duizenden nissen die ook hier de meerderheid vormen. Met zijn 15 hectare is het bovendien ook groter dan zijn veel meer bekende tegenhanger te Buenos Aires. Op en tegen de heuvel bevinden zich individuele graven, waarvan velen verdwenen zijn of de spreekwoordelijke sporen des tijds vertonen. Tot in de jaren negentig kon nog rechtstreeks begraven worden ‘in de grond’, wat voor sommigen vanuit christelijk standpunt belangrijk was. De grote meerderheid echter, en ondertussen uitsluitend, wordt in een grafnis bijgezet, of voor diegenen die het zich kunnen veroorloven zijn er aparte monumentale grafmonumenten of familiekelders. Daarnaast bevindt er zich ook, Guayalquil heeft een eeuwenlange geschiedenis als belangrijke handelsstad (export van cacao en andere grondstoffen), een Joods perk. Deze eenvoudige graven worden echter door een aparte organisatie onderhouden. 
De begraafplaats bestaat ondertussen uit de ‘moderne’ kant met zeer grote muren met loopbruggen waarin zich grafnissen bevinden (linkerzijde) en een oude kant met zowel grafnissen, de oudere graven én de schitterende grafmonumenten. Hier vond de elite van Guyaquil, maar ook een aantal belangrijke nationale politici en Ecuadoraanse presidenten, haar laatste rustplaats. Overigens worden nog steeds in de echte zin van het woord monumentale grafmonumenten opgericht. Wat enorm opvalt is de uitstekende staat waarin deze monumenten zich, zonder uitzondering, bevinden. Ze zouden als het ware gisteren opgericht kunnen zijn geweest. Daarvoor zou enerzijds het (zeer warme, maar vochtige) klimaat een positieve rol in kunnen spelen, doch anderzijds loopt voor de begraafplaats een zeer drukke autoweg met in totaal 6 rijvakken. Slechts een bescheiden bomenrij en muur zorgen voor een afscheiding. Het zijn echter niet enkel deze grafmonumenten die opvallen door hun staat, maar de volledige begraafplaats. De oude graven tegen en op de heuvel worden niet onderhouden, maar aan de ‘officiële’ grafnissen en alle paden werd volop gewerkt. Bovendien is deze ‘Witte Stad’ ook voorzien van het nodige groen op de hoofdwegen en in alle hoeken. Volgens mijn gids is dit een vorm van klimaatregeling. Alleszins oogde alles zeer verzorgd en het vele onderhoudspersoneel, de bewakers aan iedere ingangspoort én de bezoekers gaven voor zover mogelijk deze plaats een zeer aangename indruk. In de reisgids stond volkomen verkeerdelijk aangegeven om de begraafplaats niet allen te bezoeken. Mijn gids drukte erop dat eenieder die ooit in de buurt is langskomt (al dan niet na afspraak). Een zichzelf respecterend Grafzerkje is het in mijn ogen in ieder geval moreel verplicht deze zeer indrukwekkende plaats te bezoeken!
Tekst en foto's : Michaël Devisscher