Nieuwsbrief Nr. 81 - mei 2014

Ingleseen zoektocht naar een goed verborgen begraafplaats


Gezocht en, uiteindelijk, gevonden: “Cementerio del Ingles” Las Palmas

Tijdens mijn jaarlijks verblijf in Gran Canaria met mijn Haremm, = Heer Alleen Reist Enkel Met Meisjes, werd besloten om eens een dagje naar Las Palmas te trekken. De dames gingen op zoek naar laarzen en ik toog op zoek naar de “Cementerio del Ingles”, de Britse begraafplaats. Blijkbaar was de zoektocht naar laarzen veel eenvoudiger. Ik ging naar het infostandje vlakbij het busstation. De vriendelijke juffrouw hoorde het in Las Palmas donderden. Maar het internet bracht raad. Ze keek en wist me te vertellen … dat het ver was en dat het groot was. Hoe ver kon ze me niet vertellen maar ze raadde me aan om, bij het infostandje aan het busstation, eens te informeren welke bus ik diende te nemen. Na een tijdje aanschuiven wist de vriendelijke juffrouw, zijn er anderen?, me te vertellen dat dit de begraafplaats van Las Palmas was. Toen ik haar zegde dat dit niet klopte omdat ik al op die begraafplaats geweest ben, verwees ze mij … naar het eerste infostandje. Toen ik haar mede deelde dat die juffrouw me juist naar haar had doorverwezen wist ze het ook niet meer. Gelukkig zijn er in Las Palmas meer infostanden dan begraafplaatsen. Derde keer, goede keer, en bij de toeristische dienst had ik meer geluk. De man kende het , wist me te vertellen dat het denkelijk gesloten was en zegde nog … dat het heel ver was. Zo ver zelfs dat het niet meer op de kaart stond die hij mij overhandigde. Hij wees me op weg met de raad “Vraag het onderweg maar eens, iedereen kent dat daar”. Dus eerst een stevig middagmaal genuttigd en op stap. Waar de kaart eindigde begon ik het te vragen met steeds hetzelfde antwoord: “Een stuk verder! Toen ik dacht dat ik al niet meer op het grondgebied van Las Palmas was stapte ik een apotheek binnen. De man antwoordde me in voortreffelijk Engels dat de begraafplaats juist achter de hoek was. En inderdaad, een afgesloten vierkantje. De juffrouw van het infostandje was denkelijk niet goed in wiskunde want ik had al gezien dat er op haar internet 1830 m2 stond. Zij dacht misschien aan 1830 km2. De toegang was gesloten maar niet getreurd: de sleutel kon opgehaald worden achter de hoek. Ik klopte aan en na enige tijd verscheen er een oud vrouwtje. Toen ze gekeken had en gezien had dat ik niet de gevaarlijke heks maar wel een doodbrave terrorist, sorry: toerist, overhandigde ze mij de sleutel. Ik opende de poort en voelde mij even de grootgrondbezitter van een eigen, kleine, begraafplaats. Het Cementerio del Ingles werd opgericht door protestanten in 1834 met een eerste teraardebestelling in 1835. Handelaar Thomas Miller en zijn familie kregen een groot grafmonument. Vlakbij liggen Gerald Miller (1889 – 1982) en Harry Fisher (1905 - 1981). Uit de attributen op het graf kan opgemaakt worden dat Ian Kendall Park (1903 – 1971) zeeman was geweest. 
Colin Malcolm Percy kwam uit Glasgow en overleed amper 40 jaar oud in 1887. Scandinaaf Chresten Jorgensen kreeg een zelfportret. Naast hem een Jood: Marcos Musafir (1883 – 1962). Walter Nardon Ducat (1837 – 1902) was kolonel bij de Royal Engineers en kwam naar Las Palmas na zijn pensioen. Harry Biddle 1872 – 1898) was medische missionaris in Congo. “Hij stierf voor Afrika” staat er op zijn laatste rustplaats. 
“To the captain of my heart” staat liefdevol op het graf voor Joseph Faruggia.  Ragnar Alfrgren (1887 – 1908) kwam uit Stockholm om hier jong te sterven. Dirk Jan Olyrhook (1901 – 1934) afkomstig van Pernis liet het leven  aan boord van SS Amstelhek. Na nog wat rondgekeken te hebben sloot ik keurig “mijn” begraafplaats af en bezorgde de vriendelijke oude dame de sleutel terug vergezeld van een kleine financiële bijdrage die ze niet wilde aanvaarden zelfs nadat ik zegde dat het voor de begraafplaats was. 
Moe maar voldaan vatte ik de terugweg aan mezelf trakterend op een, vond ik, welverdiend ijsje.


Tekst en foto's : Jacques Buermans