Nieuwsbrief Nr. 81 - mei 2014

Vervierseen ander onderdeel van dat meer dan geslaagde weekend


Omdat we ons toch al in Spa bevonden besloten we Verviers opnieuw op het programma te zetten. We mochten 15 deelnemers begroeten. Daar waar bij het vorige bezoek, zie Nieuwsbrief 61, twee leden aan een andere toegang stonden waren er nu twee die opgehouden werden door … een carnavalstoet. Met Spa dachten we al een pracht van een begraafplaats bezocht te hebben maar wat gezegd van Verviers. Ongelofelijk.

Daar waar bij het vorige bezoek de gids, Philippe Dubois, nog hulp kreeg van de schrijver van een boek over de begraafplaats knapte hij deze taak nu alleen op. Een hij deed dit meer dan voortreffelijk. Niet alleen sprak hij een Nederlands waar veel politici een puntje mogen aan zuigen maar hij was,  - en dat is een probleem bij sommige stadsgidsen die wel veel weten over de bewoners van een begraafplaats maar weinig of niets van funeraire symboliek, zeer goed op de hoogte van de funeraire symboliek. Een goed gevonden initiatief: de paden werden genummerd: de pare wegen gaan van onder tot boven en zijn geplaveid met kasseien; de onpare wegen lopen van links naar rechts en kregen een laag grind.
De begraafplaats dateert uit 1931. Via het huis van de bewaarder, het voormalige lokaal voor autopsie en dito lijkenhuisje kwamen we bij het graf voor Pierre Fluche. Hij was schrijver, noemde zichzelf anarchist, en hij kaartte de slechte werkzaamheden van de arbeiders aan. Hij stichtte een voorloper van de socialistische vakbond. Edmond Herbillon studeerde voor ingenieur maar zijn passie was de muziek. Hij overleed amper 24 jaar oud. Henri François Grandjean was lakenfabrikant en schepen. Het monument is van architect Thirion, een naam die we nog zullen tegenkomen op onze tocht. Pierre David was “maire” onder Napoleon en burgemeester na de onafhankelijkheid van België. Hij overlijdt na een val uit een vensterraam. A. L. S. Lejeune was arts maar verwerft roem als botanicus. Hij schreef twee werken over de flora, afgebeeld op het grafmonument. Henri Vieuxtemps was violist en werd beschouwd als een tweede Paganini. Hij krijgt verlammingsverschijnselen en hij trekt naar Algers waar zijn zoon arts is en overlijdt daar. Zijn lichaam wordt hier begraven onder een monument van bouwmeester Vivroux. Onze gids wist te vertellen dat de gestileerde schildpad verwijst naar de vele reizen die Vieuxtemps maakte. Slecht karakter dat ik ben dacht ik dat het was omdat Walen altijd zo traag waren. 
Een monument met 56 nissen voor de familie van industriëlen en bankiers de Boilley. Via huwelijken met onder meer de familie Simonis werd het fortuin nog aangedikt. Raymond de Biolley was een vooruitstrevend katholiek. Hij bouwde een hele straat in Verviers met huisjes voor zijn werknemers. Hij bezat zijn eigen schip de “Raymond” en in zijn hotel werden belangrijke ontmoetingen gehouden: de inhuldiging van de spoorweg Luik – Aken en de inhuldiging van de stuwdam van de Gileppe. Nicolas Servais was chef bij de R. T. T., tiens een vroegere baas van mij?, ligt onder een beeld van Norga. Hauzeur – Halzoul kreeg een graf in de vorm van een rots en een boomstam met afgesneden takken: het leven is beëindigd. Het sap van de boom symboliseert de tranen van de rouwenden.
Théodore Houben maakte eerst klinknageltjes en later riemen voor stoommachines. Nog later maakte hij antislipbanden voor auto’s. Een monument in eclectische stijl met een zandloper met vleugels. Hauzeur – Simonis waren industriëlen die trachten William Cockerill naar Verviers te halen. Die had echter een exclusiviteitscontract met de familie de Boilley. Diens schoonzoon James Hodson was niet gebonden aan dit contract en werkte voor de familie Hauzeur. De familie Hauzeur – Simonis verzamelde schilderijen en porselein. Zij schonken hun collectie aan de stad Verviers. Het grafmonument is voor bouwmeester Thirion. 
In het graf van de familie Zurstrassen ligt Clement de Cazeneuve, ingenieur administrateur bij de Antwerpse telefoonmaatschappij. Alweer een van mijn vroegere chefs? Eugène Marcotte was de gelukkige eigenaar van vier uiltjes op de hoeken van zijn grafmonument. Ofwel zijn ze gaan vliegen ofwel vlogen ze naar het graf van de familie Laruïne waar ze wel nog staan. Oscar Schipperges kreeg alle vrijmetselaarssymbolen op zijn laatste rustplaats. Corneil Gomze was schrijver vandaar het boek, de inktpot en de ganzenveer op het monument. Hij wordt hier vereerd omdat hij de “barcarolle” schreef, het volkslied van Verviers. 
Charles Vinche meester in de loge. Een pleureuse op het graf Hardy, voorlopers van chocolade Jacques. Eugène Melen volgde alleen basisonderwijs en werd schrijnwerker. In Turkije werd hij directeur van een fabriek waar de fez geproduceerd werd. Terug in Verviers start hij een hoedenfabriek. Hij ontwierp ook een machine: de Leviathan die wol automatisch spoelt. Daarvan werden er meer dan 300 verkocht. Het grafmonument is van Thirion. Eveneens van deze bouwmeester is het graf voor Jacques Henrion, textielfabrikant, progressief liberaal en vrijmetselaar. Eduard Herla was liberaal burgemeester van Verviers. Hij was vrijmetselaar en de wereldbol op hert graf staat symbool voor het universaliteitsprincipe van de vrijmetselarij. Charles Thirion, architect met veel werk op deze begraafplaats ligt onder een kanjer van een monument met als symbolen de werktuigen van de architect. 
Léon Vanorlé was rechter en vrijmetselaar. Jos Wagner was priester. Hij stichtte de Duitse katholieke gemeenschap. Dame met bloemenkrans op het graf voor Juliette Hullen. Een mausoleum met een mooie toegangsdeur voor Victor Doret, industrieel. Hij haalde zich veel problemen op de hals omdat hij de werkomstandigheden aan zijn laars lapte. Hij was voorstander van de bouw van een stuwdam. De familie van industriëlen Simonis speelde een grote rol in het politieke leven dat men, zo vertelde onze gids, over “Simoniseren” sprak. Zij vergaarden fortuinen dankzij huwelijken met andere vooraanstaande families. Stinkend rijk maar deuren voor de kapel haalden ze bij Ikea, denk ik. 
Jean Simon Renier was kunstenaar. Hij verzamelde ook kunst en schonk deze aan de stad Verviers om in een museum te plaatsen dat zijn naam zou dragen. Victor Groulard was schoenfabrikant. Op het graf een afgebroken zuil en een weegschaal, symbool voor rechtvaardigheid. Het graf van componist en conservatoriumdirecteur Albert Dupuis heeft al betere tijden gekend. Pierre Limbourg stichtte de katholieke Sint Jozefskring en was een tegenstander van Pierre Fluche die we aan het begin van onze tocht tegenkwamen. Misschien werden zij doelbewust ver van elkaar begraven? Eindigen deden bij de laatste rustplaats voor Karl Grün, politicus, apotheker en botanicus.
We vonden Spa al een prachtbegraafplaats maar Verviers moet daar zeker niet voor onderdoen. En met Philippe Dubois hadden we een gids getroffen die de materie meer dan beheerste en dan nog in de Nederlandse taal: chapeau!


Jacques Buermans


Foto’s: Leen Otte + Philippe Theys