Nieuwsbrief Nr. 81 - mei 2014

Les Jolitéseen verrassende tentoonstelling


De jolités van Spa hebben mij helemaal in hun ban en ik wil je graag deelgenoot maken van deze passie door een stukje geschiedenis te vertellen:

In de 16e eeuw promoten meer en meer invloedrijke artsen de heilzame werking van het bronwater van Spa. Niet te verwonderen dat er dan ook steeds meer kuurgasten naar het gezonde Spa trekken. Veelal rijke edelen en welgestelde leden van de burgerij die zich deze dure vorm van verpozing en gezondheidskuren kunnen veroorloven. Bovendien arriveren in Spa rond deze tijd ook heel wat vermogende protestanten die wegtrokken uit het (te) katholieke Spanje en Frankrijk.

Spa is natuurlijk niet zot en de  toenmalige horeca- en hotelsector speelt hier graag op in en voorziet dan ook in talrijke populaire ontspanningsmogelijkheden. Wandelingen, muziek, theater en spelen vullen vanaf dan een groot deel  van de dag van deze heilzaam  water drinkende  gasten, die voortaan door het leven gaan onder de naam Bobelins.  De benaming Bobelin zou afgeleid zijn van het Latijnse ‘bibelus’, wat staat voor grote drinker. Alhoewel er hier wel wat discussie over is !

Wandelen mag dan gezond zijn maar de omgeving van Spa is nogal heuvelachtig en steil. Alle paden of wandelwegen naar de verschillende bronnen waren dan ook niet even comfortabel. De  Bobelins moesten dan ook wel een houten wandelstok oftewel een “bordon” gebruiken om  op te steunen bij beklimmingen en om tijdens afdalingen af te remmen.  Kwestie van zonder ongelukken te kuren.

Ideaal voor de plaatselijke houtbewerkers– de Bordoni - die graag inspeelden op de productie van dergelijke nuttige wandelstokken. De beschilderde bordons werden zelfs helemaal op maat van de luxe klanten gemaakt.  Dan mocht er ook wel een fors prijskaartje aanhangen.
De onontbeerlijke bordon werd  de start  van een heel productieproces in hout. Naast de bordon verschijnen immers andere houten voorwerpen zoals kleerborstels, spiegels, blaasbalgen,
Deze voorwerpen worden al vlug “souvenirs” die de bobelins als herinnering, van hun al dan niet geslaagde kuur, mee naar huis nemen.
De houtbewerkingsindustrie in Spa was geboren !
Vanaf eind 17° eeuw wordt ook in Spa de kunst van het inlegwerk populair. Het gaat dan over inlegwerk in ivoor, parelmoer, schildpad, Engels tin, koper en zilver. Het ene al wat duurder dan het andere.

Zo ontstaat al gauw de term jolités voor dit assortiment van ambachtelijk gemaakte objecten waarmee vooral het mooie, het esthetische wordt belicht. De bordoni  maken dan vooral kleine voorwerpen zoals armbanden, broches, oorbellen, doosjes om juwelen in op te bergen of tabak in te doen.
Geleidelijk aan wordt ook de techniek van de afwerking met Chinese lak geïntroduceerd. Dagli, die zich hierin specialiseerde, lakte voorwerpen soms tot 14 keer en polijstte ze tot ze perfecte kunstwerkjes waren. Zijn techniek was bestand tegen water en schilferde bij gevolg niet af. De afgebeelde taferelen worden steeds specifieker en tonen bijvoorbeeld het landschap van Spa, en natuurlijk ook hun aantrekkingspool - de bronnen.

De tot dan toe gebruikte beuk moet daardoor alsmaar meer plaats maken voor de esdoorn en de plataan omdat deze makkelijker te schuren en te polijsten zijn.

In de 18° eeuw duiken de Quadrilledozen op  Hierin bevonden zich vier andere, kleinere dozen allemaal op dezelfde manier versierd. Binnenin zaten verschillende kleuren jetons, één voor elke speler. Ze hadden allemaal een andere vorm die overeenkwam met een muntwaarde bij één van de spelen in die tijd.

Tegen 1720 begint men de techniek van Chinese inkt op wit papier te gebruiken. Er worden dan mythologische onderwerpen afgebeeld naast landelijke taferelen in de stijl van Teniers en liefelijke scènes à la Watteau. Uiteraard blijven de afbeeldingen van de bronnen van Spa populair. Er worden ook steeds ingewikkelder voorwerpen gemaakt zoals toiletartikelen, koffertjes voor schoonheidsproducten, spiegels, kleine borstels, naaigerei …

Na de grote brand van Spa in 1807 gaat alles er erg op achteruit en het duurt tot onder de Hollandse overheersing vooraleer Spa weer herleeft. Rond 1820 doet het grijs hout zijn intrede. Er werd immers, al dan niet per ongeluk, vastgesteld dat langdurige onderdompeling van essenhout in het ijzerhoudende water een mooie grijze, satijnachtige tint opleverde.
Een tiental jaar na de Belgische onafhankelijkheid is Spa er weer helemaal bovenop en het houtsnijwerk bereikt zelfs een nooit geziene hoogte. Het is dan mode om doosjes te maken met een gewelfd, buikig uitzicht en zeer luxueus ingelegd met wortelhout van esdoorn, dennenhout of palissander.  Gespecialiseerde meester-landschapsschilders worden gevraagd om deze voorwerpen op te luisteren met het beste van hun kunnen. In 1843 ontstaat in Spa zelfs een tekenschool waar deze schilders hun techniek kunnen verfijnen.

Deze hoogconjunctuur kent tegen het einde van de 19e eeuw een keerpunt. Er worden dan toch wel wat minder geïnspireerde serie-reproducties gemaakt. Nochtans mogen we zeker niet vergeten dat Mathieu Brodure een schitterend bloemenboeket maakte in 1862. Het is een gigantisch boeket helemaal in hout vervaardigd; de insecten die op de bloemen zitten lijken wel levend. 

Een nieuwe periode van vervlakking luidt de 20e eeuw in: voorwerpen zoals brievenopeners, servetringen enz. hebben nog minder waarde.

De tweede wereldoorlog betekent uiteindelijk de doodsteek voor de houtsnijindustrie in Spa.
Noten:
  • Lambert Xhrouet (1707-1781) was de handigste van de houtsnijders. Hij maakte ware kunststukjes van een ongekende afwerking. Hij maakte voorwerpjes die zodaning klein waren dat ze onder de microscoop moeste bekeken worden om de details te zien.
     
  • Spijtig genoeg zijn er geen ateliers meer die kunnen bezocht worden waar je de kunstenaars aan het werk kan zien. Er is Spa nog één winkeltje (au coin du bois) dat de werkjes van de hedendaagse “Bordoni” verkoopt maar reken er toch maar op dat je hier best een goed gevulde beurs voor meeneemt. 
De schitterende collectie jolités die wij op 22 maart zullen bezoeken is ondergebracht in de Villa Royale. Koningin Maria Henrietta, echtgenote van Koning Leopold II woonde hier permanent de laatste zeven jaar van haar leven. In 1902 overleed ze in Spa.

Het vroegere Hotel du Midi werd in 1894 aangekocht door de koning en de koningin, de verbouwingswerken duurden 1 jaar. De koningin kwam hier definitief wonen in 1895; ze verbleef hier meestal alleen. Na het overlijden van de koningin deed de villa dienst als rechtbank en later als politiebureau. In de eerste wereldoorlog was het een hulppost van het Rode Kruis. Na al deze “omzwervingen” werd de villa ingericht als museum.
 
Tekst : Marie Claire Van der Smissen
Foto's : Jacques Buermans en Leen Otte