Nieuwsbrief Nr. 80 - maart 2014

Overbodig Kolderbeslag 18 Januari 1914ondervoorzitster An Hernalsteen schreef haar verslag over de Algemene Vergadering.


DAGCURSUS: HOE KLUTS JE EIEREN EN OVERSCHOTJES TOT EEN EVENWICHTIGE, CALORIERIJKE OMELET of HOE FLENSJE ALLERHANDE INGREDIÊNTEN BIJ ELKAAR TOT EEN VOEDZAAM HUTSEPOTJE
(dit lijkt de kookrubriek wel in één of ander damesblad)
(belangrijk om weten: alle personages die opdraven in dit relaas zijn zuiver fictief)

Plaats van het gebeuren: restaurant “In de Schonen Hof”- in de Michelingids bekroond met 5 sterren.
Prijs: 25 galetten: beslag en proevertjes inbegrepen.

Aperitief en borrelhapjes
De specialist ter zake, de heer S. had de ondankbare taak de groep wegwijs te maken in de geheimen van het rauwbord. Elke, zichzelf respecterende huisman en gastvrouw weet dat een culinair geslaagd festijn staat of valt met de versnaperingen vooraf. Selderijstengels, bloemkoolroosjes en andere rouwkost met bijhorende dipsausjes zijn een vast onderdeel van dit maagvullend gebeuren. Al die troep kun je dus kwijt op zo’n rauwbord. Alles passeerde de revue. De historiek, welke kleur de ondergrond moet hebben (elegant zwart, maagdelijk wit of zwart-wit voor wie van een snuifje contrast houdt, hippe kleurtjes zijn ten stelligste verboden), de mise-en-plat van de versiering enz. Zoute nootjes en andere bolvormige, rollende dingen die graag de vrijheid kiezen, kan men vangen door met enig knutselwerk, een kapje op één van de hoeken van het rauwbord aan te brengen. Verwacht je veel volk dan timmer je gewoon een ruitvormig bord in elkaar van 3 meter op 3 meter.

Den entree
Chef-kok J. deed zijnen entree. Hij besprak het menu van de dag. Het rook er smakelijk uit, één van de heren vond het echter kwalijk rieken en bond voor alle zekerheid een zakdoek voor neus en mond, kwestie van zich te wapenen tegen de kwalijke keukenuitlaatwasemingen.
Souschef M. rapporteerde dat er nog heel wat cursisten hun lesgeld niet betaald hadden (hierbij verdween de daarjuist vermelde heer volledig onder zijn zakdoek) maar de toekomst van het restaurant zag er financieel toch suikerspinkleurig uit.
De commies, een niet nader geïdentificeerde dame, defileerde het gepaste keukenschoeisel: sandalen. Ondertussen onderstreepte ze het belang van de Waalse wateren en hun specifieke eigenschappen. Er is water dat plat ligt, een ander dat bruist en bubbelt. En nooit ofte nooit mag het koninginnewater op het menu ontbreken.
Een deel van de bende had echter al afgehaakt en liet het niet aan zijn water komen want de netelige kwestie van gierige krenten en gulle rozijnen in de kramiek en het roggerozijnenverdommeke moest uitgeklaard worden.

Den pièce de résistance
Prachtig weer voor de tijd van het jaar en geen spat regen. De namiddagactiviteit kon dus plaats vinden in de tuin van het restaurant. Heel wat prominenten die ooit in “de Schonen Hof” gegeten hadden, lagen daar nu begraven (wat heel wat zegt over de kwaliteit van het geserveerde voedsel)
Een echte chef steekt in de keuken geen poot uit, hij delegeert en commandeert zijn keukenhulpjes. Chef J. bleek uit het goede hout gesneden te zijn. Drie Chinese vrijwilligers, allemaal dames, zouden hem ruggesteunen.
Mevrouw S. met haar zoetgevooisde stem, zou de cursus aanschouwelijk maken en de recepten voorlezen. Ze deed dat voortreffelijk.
Logistieke mevrouw L. werd aangesteld als duivel-doet-al. Zij zag alle hoeken en kanten van den hof en sjeesde van hot naar her en van her naar hot. Zij leverde uitmuntend werk en alle proevertjes konden op de correcte plaats gedegusteerd worden.
Mevrouw A. ondergetekende, ik dus moest het beslag maken. Geen goede keuze zo bleek want als een warhoofdige, trage slak die als een babeluut overal bleef plakken, speelde ik steevast hekkensluiter en miste dus een groot deel van de chef zijn uitleg.

Het zat er al baf op bij Modest van den Bogaert: volgens mijn notities betrof het hier een plaisante hand die onder een Mechelse kast koninklijke bollekes brouwt. Mevrouw S. schudde hier een gedicht uit haar mouw waarbij je alleen al door te luisteren in een delirium tremens verzeilde en roze olifantjes zag. Iets verder werd een koffiezet geïnstalleerd en pruttelde de Efico. 

Mevrouw S. van alle markten thuis, verzon ter plaatse een koffieliedjen. Straffe Arabia-Batavia al zeg ik het zelf. In een bakje troost hoort suiker. Bij ons vroeger dreupelkot leerden we dus een suikerrietstengel te vermenigvuldigen en werden we erop gewezen dat 3 kelders zo hun voordelen hebben om de waren fris te houden. Het belang van verse ingrediënten werd gedemonstreerd aan de hand van bananen zonder een spiertje vet. De Antwerpse Chiquita-banaan is de keizerin onder de bananen. De stevige structuur van het vlees, de diepkanariegele kleur, de kromming waar een gradenboog jaloers op is: dit alles werd bewierookt. De vergelijking met een Gentse banaan (beurs, bruin en veel te recht) overtuigde de aanwezigen van de superioriteit van de Antwerpse koolhydratenbom. Chef J. gaf wel ridderlijk toe dat er één Gents product in elke keuken thuishoort: Tierenteynmosterd. Let wel: een combinatie van bananen en mosterd is niet te vreten en veroorzaakt buikkolieken. 
François de Beukelaer wist dit en ging aan de slag met erlenmeyers en retortjes. De likeur Elixir d’Anvers, een paardengeneesmiddel, zag het levenslicht. Emile, een telg uit de familie de Beukelaer, kreeg het goedje met de paplepel binnen. Hij groeide uit tot een lange, slanke man met benen tot onder zijn oksels. Hij verleidde alle vrouwen door op zijn hoge bi te kruipen en de benen van onder zijn gat te koersen. Ik maakte mijn tweede likeurtje soldaat en kreeg een visioen van een roze olifant met het postuur van chef J. pedalend op zijn hoge bi. Ik bleef er haast in.
De drank maakte ons jolig en de chef begon zijn greep op de meute te verliezen: drie kariatiden speelden een Griekse tragedie op de tonen van ooooh Lievevrouwentoren, twee man en een paardenkop zaten met hun neus in een Jommeke, ik stond ergens vrolijke vrienden te zingen en kon nog juist op de koetjesvalreep een witte, Antwerpse hand in mijn mond proppen. Joannes Hendrik Cuperus, schrijver van Eline Vere en van een theegedicht (ik voel het nu al aan mijn Waals water dat hier heel wat reacties gaan op komen) handelde ook in porselein. Félix van Rillaer (die hier niet ligt) vermassacreerde kruiden om er jenever van te stoken. Io vivat, we mogen proeven en krijgen er rode hoofden van. Stiekem sabbelen op een Mokatine brengt verlichting.
Nog een de Beukelaer, een prince fouré op zijn hoge bi. Een olijkaard dacht mij te vangen in plaats van een bie en wist mij te vertellen dat Joseph Cotedor en zijn olifant in dit graf werden bijgezet tot groot verdriet van Meurisse. Casimir Coquilhat, een pannenkoekenbakkende militair, berekende de baan van zo’n in het luchtledige gezwierde schijf, Hij verrichte baanbrekend werk op het vlak van de ruimtevaart.
Het was een rijk gevuld bord, de knopen van broek en rok stonden al lang open, we waren allemaal patapoef. Het werd tijd voor een goeie sigaar of een sjieke toebak want er geldt in de Schonen Hof geen rookverbod.
Den dessert
We besloten met een Leuvens dessert onder het kwelen van een lied.

Ondergetekende A.

Tekst: An Hernalsteen
Foto’s: Jef De Mey, Geert Janssens, Leen Otte, Philippe Theys, Jacqueline Timmerman en Eveline Wagemans