Nieuwsbrief Nr. 79 - januari 2014

Over de “schreef” tijdens grensoverschrijdende rondrit


Zo’n 30-tal geïnteresseerden waaronder zes Grafzerkje, stapten in een busje om onder leiding van gids Yves Dupont een tocht te maken langs een aantal begraafplaatsen in België en in Frankrijk. Op weg naar Frankrijk vertelde Yves tijdens zijn inleiding iets over deze “groote oorlog”. De moord op 28 juni 1914 op aartshertog en troonopvolger Frans Ferdinand van Oostenrijk door een Servisch nationalist was de directe aanleiding voor de oorlog. Begin augustus 1914 trokken de Duitsers België binnen. Daarop stapte Groot-Brittannië in de oorlog. 


Eerste halte was de begraafplaats van het Franse Bousbecque. Yves Dupont vertelde dat hier veel Vlaamse namen te vinden waren. Veel Franse gesneuvelden uit Wereldoorlog II werden naar hier gerepatrieerd en zij liggen onder zeer mooie grafmonumenten. In het midden van de dodenakker een monument voor alle slachtoffers van alle oorlogen. Op het monument de naam van Turenne, de Franse legeraanvoerder die in Bousbecque de prins de Ligne versloeg. In een hoekje een monument dat gevonden werd in een steenkapperij in Hollebeke.
In Boesbeke, de Nederlandse naam van Bousbecque, is ook een Duits gedeelte. In Frankrijk is het namelijk zo dat, in tegenstelling tot in ons land, er overal Duitse begraafplaatsen zijn. Hier liggen 2330 Duitsers waaronder acht Joden. 
Vandaar ging het naar Halluin, Halewijn in het Nederlands. Ook hier een Duits gedeelte met 1387 gesneuvelden. Zerkjes zouden geen zerkjes zijn als ze niet op speurtocht gingen naar de talrijke mooie grafmonumenten die op de burgerlijke begraafplaats stonden. Zo vonden we de laatste rustplaats voor Gustave Desmettre, de eerste communistische burgemeester van Halluin. De grafkapel Montreuil – Walbron bleek de oudste van de begraafplaats te zijn. Ze dateert uit 1847. Pierre Defretin was eveneens burgemeester van Halluin. Een door beeldhouwer J. Clamagirain vervaardigd beeld troffen we aan op het graf voor Polydore Stock, eigenaar van een juteweverij. Ook een mooi beeld op de laatste rustplaats voor Eugène Mussche, eigenaar van een douaneagentschap.
Vandaar gingen we met het busje terug naar Vlaanderen. Eerste halte Kezelberg, een heel kleine Britse begraafplaats. Hier liggen 145 militairen die sneuvelden tijdens het eindoffensief. Ook een Chinees. Volgens Yves Dupont een van de vele werkmensen. Hier, twee aan twee, 14 Duitsers. Yves wist te vertellen dat er zo’n 1000 Duitsers begraven liggen op Britse begraafplaatsen in België naast de duizenden die op één van de grote Duitse dodenakers samengebracht werden.
In Moorseele werden de Duitse soldaten ontgraven. Hier vertelde Yves Dupont ons het verhaal van majoor Stanley Livingstone Jones, what’s in a name?. Hij stierf aan zijn verwondingen. Hij diende bij het “Princess Patriciaregiment”. Een bizar verhaal over een van de soldaten van dat regiment kun je lezen op www.schoonselhof.be onder “Schoonselhof” onder “Hopkins Grenville”. Onze laatste stop was de Duitse begraafplaats Menenwald. Hier kregen niet minder dan 47864 Duitsers, waaronder 38 Joden, hun laatste rustplaats. De begraafplaats telde ruim 6430 Duitse graven op het einde van de oorlog. In de periode 1955-1959 werden de 128 Duitse kerkhoven in West-Vlaanderen herleid tot vier grote rustplaatsen (Hooglede, Langemark, Menen en Vladslo). Menenwald werd daarmee de grootste begraafplaats van West-Vlaanderen. Yves Dupont leidde ons ten slotte rond in de kapel. Een boeiende middag was alweer achter de rug.


Jacques Buermans


Foto’s Leen Otte
Jacques Buermans


Foto’s Leen Otte