Nieuwsbrief Nr. 78 - november 2013

Hendrik BeyaertOns lid Louis Van Dijck stuurde naar jaarlijkse gewoonte zijn bijdrage rond deze periode.


Ken je Hendrik Beyaert? Je droeg hem jaren zorgvuldig in je geldbeugel want zijn beeltenis stond destijds op de honderdfrankbiljetten. Hij ontwierp onder meer de prachtige gebouwen van de Nationale Bank te Brussel en te Antwerpen. Hendrik was het 10de kind van 13 en kwam aan de kost als bankbediende. Door avondcursussen werd hij architect. “In de 2de helft van mijn leven heb ik gepoogd de stijl te vergeten die mijn leraar mij heeft getracht eigen te maken”; Hij huwde in 1851. Zes jaar later stierf zijn vijfjarig zoontje. Van dan af heeft zijn kinderloos huwelijk een blijvende schaduw op zijn gezinsleven geworpen.


Ditmaal dus geen zerkopschrift, wel een gedenksteen in de traphal van de Nationale Bank te Brussel. ’t Kon evengoed een grafplaat zijn, ware het niet dat Beyaert nog leefde bij de onthulling, zoals blijkt uit de tekst. De speelse formulering zou men niet meteen verwachten in zo’n ernstige omgeving. Lees met hem mee van over de leuning: “… God weet wanneer” – hij zal sterven – “maar hoe later hoe beter” – “Bid voor zijn arme ziel. Hij peist wel dat ’t zal nodig zijn”. Na zijn dood kapte men er “+ 1894” bij.
Je wordt geboren en den ga je dood. Daartussen zit je leven en dat is even doorbijten wetende dat al wat leeft en bloeit een keer zal verdorren.


Stof genoeg voor Allerheiligenmeditatie.


Tekst en foto : Louis van Dijck