Nieuwsbrief Nr. 78 - november 2013

Dag van de architectuur - het nieuwe columbarium op Schoonselhofons lid Leen Otte maakte het verslag.


Een zestien tal mensen trotseerde wind en (veel!) regen om een bezoek te brengen aan het nieuwe columbarium op Schoonselhof. Ik ben al een tweetal jaar dagelijks op Schoonselhof en al ongeveer even lang zijn ze aan het werken aan dat nieuwe columbarium. Nu er in het kader van de dag van de architectuur een bezoek kon gebracht worden aan dat nieuwe columbarium, wou ik er zeker bij zijn. Door het de herfststorm dacht ik daar alleen te zijn, maar iedereen die aankwam schrok dat er nog belangstellenden waren, buiten zijzelf. Aan de ingang van het crematorium stond een groot plakkaat met een bewegwijzerd plan naar het nieuwe columbarium, waar de architect/gids ‘ons zou opwachten’. Dan veronderstel ik toch dat ik daar moet wachten. We stonden daar met drie. Natuurlijk stond de gids aan de ingang van het crematorium, maar na even wachten in weer en wind, kwam de hele groep toch samen. 
Een deel van de inleiding was al gegeven, maar aangezien ik ‘onze’ hof al ken, had ik weinig gemist van de inleiding, want dat was historiek. Eigenlijk is men nu aan het tweede luik van een geheel dat uit drie luiken bestaat, bezig. Deel één was het bouwen van de twee columbaria elk aan de kant van een nieuwe hoofdas die van voor tot achter in kasseien gelegd is. In de ene is er plaats voor 550 urnen en in de andere kunnen 450 mensen hun laatste rustplaats vinden. Al die urnen komen in de muur rondom rond. Elk vakje voor elke urne kan afgesloten worden met een betonnen standaardplaat of met eender welke afsluiting, als die maar uit duurzaam materiaal bestaat. Ook voor de tekst en de versiering is men volledig vrij. Zo verwacht men dat het met de tijd een fleurig en kleurrijk geheel zal worden. 
Voor de buitenkant is een rood-groene baksteen gebruikt om zo weinig mogelijk op te vallen in het landschap. De columbaria zijn op straathoogte, maar door de grond die er tegenaan gebracht is, lijkt het alsof ze gedeeltelijk zijn ingebouwd in de grond. Ze liggen schuin tegenover elkaar, maar er is geen inkijk van het ene columbarium naar het andere. In elk columbarium is er beplanting aangebracht die in de zomer door de bloemen een paarse gloed zal geven en met de tijd gaan de bomen zorgen voor een natuurlijk afdak, zodat het gevoel van intimiteit nog versterkt wordt. Er zijn ook verschillende uitgangen voorzien, zodat men nooit het gevoel van claustrofobie kan krijgen. Door die verschillende uitgangen, kunnen mensen die niet meer bij de plechtigheid wensen te blijven, onopvallend vertrekken. Door de structuur van het columbarium bestaat de mogelijkheid om, door één of enkele tussenschotten weg te nemen, één grote cel te maken waar vb een familiegraf kan gecreëerd worden. 
Deel 2, daar is men nu volop aan bezig. Dat zijn de ‘ondergrondse’ begraafplaatsen voor urnen. Die komen naast en rond de columbaria; dus in dat verhoogde stuk. Ze zijn op zich ondergronds, maar ze liggen in de verhoogde grond rond de columbaria. Er zal in totaal plaats zijn voor 1900 ondergrondse begraafplaatsen voor urnen. Die begraafplaatsen worden aangelegd zoals een wijngaard. Men krijgt stroken van verschillende lengtes in een patroon, maar de urnen liggen allemaal naast elkaar en niet ‘kop tegen kop’. Voor de afsluiting krijgt men hier ook weer de vrijheid om er van te maken wat men wil, op voorwaarde dat men zich houdt aan een maximum hoogte, dat alles uit duurzame materialen bestaat en dat alles stevig vastgemaakt is.
Tegen 2015 zal het geheel af zijn. De laatste fase wordt het aanleggen van vier strooiweiden, waar door de afstand die ze van elkaar liggen, de mogelijkheid zal zijn dat er meerdere plechtigheden op hetzelfde moment kunnen zijn. Er zullen twee strooiweiden hoger gelegen zijn en twee lager, zodat men nog meer contrast krijgt.
Volgende week worden de columbaria geopend en in gebruik genomen.
Interessant om es te zien, maar nog lang niet af. Ze zijn al twee jaar bezig; nu nog twee te gaan… Het wordt een marathonproject.
Leen Otte

Dag van de architectuur - het nieuwe columbarium op Schoonselhof:

Een zestien tal mensen trotseerde wind en (veel!) regen om een bezoek te brengen aan het nieuwe columbarium op Schoonselhof.  Ik ben al een tweetal jaar dagelijks op Schoonselhof en al ongeveer even lang zijn ze aan het werken aan dat nieuwe columbarium. Nu er in het kader van de dag van de architectuur een bezoek kon gebracht worden aan dat nieuwe columbarium, wou ik er zeker bij zijn. Door het de herfststorm dacht ik daar alleen te zijn, maar iedereen die aankwam schrok dat er nog belangstellenden waren, buiten zijzelf. Aan de ingang van het crematorium stond een groot plakkaat met een bewegwijzerd plan naar het nieuwe columbarium, waar de architect/gids ‘ons zou opwachten’. Dan veronderstel ik toch dat ik daar moet wachten. We stonden daar met drie. Natuurlijk stond de gids aan de ingang van het crematorium, maar na even wachten in weer en wind, kwam de hele groep toch samen. 
Een deel van de inleiding was al gegeven, maar aangezien ik ‘onze’ hof al ken, had ik weinig gemist van de inleiding, want dat was historiek. Eigenlijk is men nu aan het tweede luik van een geheel dat uit drie luiken bestaat, bezig. Deel één was het bouwen van de twee columbaria elk aan de kant van een nieuwe hoofdas die van voor tot achter in kasseien gelegd is. In de ene is er plaats voor 550 urnen en in de andere kunnen 450 mensen hun laatste rustplaats vinden. Al die urnen komen in de muur rondom rond. Elk vakje voor elke urne kan afgesloten worden met een betonnen standaardplaat of met eender welke afsluiting, als die maar uit duurzaam materiaal bestaat. Ook voor de tekst en de versiering is men volledig vrij. Zo verwacht men dat het met de tijd een fleurig en kleurrijk geheel zal worden. Voor de buitenkant is een rood-groene baksteen gebruikt om zo weinig mogelijk op te vallen in het landschap. De columbaria zijn op straathoogte, maar door de grond die er tegenaan gebracht is, lijkt het alsof ze gedeeltelijk zijn ingebouwd in de grond. Ze liggen schuin tegenover elkaar, maar er is geen inkijk van het ene columbarium naar het andere. In elk columbarium is er beplanting aangebracht die in de zomer door de bloemen een paarse gloed zal geven en met de tijd gaan de bomen zorgen voor een natuurlijk afdak, zodat het gevoel van intimiteit nog versterkt wordt. Er zijn ook verschillende uitgangen voorzien, zodat men nooit het gevoel van claustrofobie kan krijgen. Door die verschillende uitgangen, kunnen mensen die niet meer bij de plechtigheid wensen te blijven, onopvallend vertrekken. Door de structuur van het columbarium bestaat de mogelijkheid om, door één of enkele tussenschotten weg te nemen, één grote cel te maken waar vb een familiegraf kan gecreëerd worden.
Deel 2, daar is men nu volop aan bezig. Dat zijn de ‘ondergrondse’ begraafplaatsen voor urnen. Die komen naast en rond de columbaria; dus in dat verhoogde stuk. Ze zijn op zich ondergronds, maar ze liggen in de verhoogde grond rond de columbaria.  Er zal in totaal plaats zijn voor 1900 ondergrondse begraafplaatsen voor urnen. Die begraafplaatsen worden aangelegd zoals een wijngaard. Men krijgt stroken van verschillende lengtes in een patroon, maar de urnen liggen allemaal naast elkaar en niet ‘kop tegen kop’. Voor de afsluiting krijgt men hier ook weer de vrijheid om er van te maken wat men wil, op voorwaarde dat men zich houdt aan een maximum hoogte, dat alles uit duurzame materialen bestaat en dat alles stevig vastgemaakt is.
Tegen 2015 zal het geheel af zijn. De laatste fase wordt het aanleggen van vier strooiweiden, waar door de afstand die ze van elkaar liggen, de mogelijkheid zal zijn dat er meerdere plechtigheden op hetzelfde moment kunnen zijn. Er zullen twee strooiweiden hoger gelegen zijn en twee lager, zodat men nog meer contrast krijgt.
Volgende week worden de columbaria geopend en in gebruik genomen.
Interessant om es te zien, maar nog lang niet af. Ze zijn al twee jaar bezig; nu nog twee te gaan… Het wordt een marathonproject.

Tekst en foto's : Leen Otte