Nieuwsbrief Nr. 78 - november 2013

Westhoek met “voix perdues” tot “lunch perdu”een week na het Grafzerkjesbezoek terug naar de Westhoek.


Nadat we een week eerder een trip deden met de Zerkjes gingen nu een tiental Zerkjes in op een uitnodiging van ons lid Geert Janssens, voorzitter van de heemkundige kring Borgerhout om een trip naar de Westhoek te ondernemen in het gezelschap van Les Voix Perdues. Dit is een a capella collectief van vier mannenstemmen die liederen zingen over Wereldoorlog I. Met dezelfde bus en dezelfde chauffeur reden we naar onze eerste stop: Vladslo. Onderweg gaf gids Peter Hoste wat info over de eerste wereldoorlog en hij wist te vertellen dat de trip vandaag georganiseerd werd omdat de volgende vier jaar de Westhoek gaat “ontploffen”. Figuurlijk natuurlijk door de toeristenmassa. Voor meer info over Vladslo dienen jullie het verslag van de Zerkjesrondleiding maar eens na te lezen. Ons lid Leo, die zich al jaren als vrijwilliger bezig houd met inventariseren op de begraafplaats Schoonselhof, had de eerste en de laatste nummers van de Duitsers die van Schoonselhof naar Vladslo overgebracht werden, een kleine 700, genoteerd en we gingen die eens vlug vinden. Dit was sneller gezegd dan gedaan. Wat bleek: de dodenakker was verdeeld in tien vakken met op elk vak … identieke nummers. Maar Leo had ook de naam van de eerste op zijn lijst genoteerd dus gingen we eens vlug alle tien de vakken af. Zonder resultaat. De lijst van begravenen lag achter slot en grendel en ons ontbrak de tijd om die te gaan opvragen. Brute pech dus. Intussen hadden Les Voix Perdues hun eerste nummer ten berde gebracht aan het beeld “het treurende echtpaar”.
In de bus en op naar de IJzertoren. Een liedje in de crypte uit 1929. In juni 1945 werd in deze toren een bres geslagen en in de nacht van 15 op 16 maart 1946 werd de toren door onbekenden opgeblazen. In 1948 werd tussen de restanten een kruis opgericht en daarvoor de Paxpoort. In de crypte de graven van onder andere Joe English, de ontwerper van de heldenzerkjes, en de gebroeders Van Raemdonck in het gezelschap van de Waal Amé Fievez. Edward en Frans Van Raemdonck sneuvelden bij een nachtaanval op te Steenstraete. Zij waren toen allebei sergeant van de 6e Compagnie van het 24e Linieregiment. Hun dood maakte hen in Vlaanderen tot een symbool van broederliefde. Blijkbaar klopte dit verhaal niet helemaal want een van de twee zou in de armen van de Waalse korporaal Aimé Fievez gestorven zijn. Hier liggen de drie. 
Nadien konden we met de lift naar boven in de nieuwe toren. En wat zagen we in de verte: de idyllische, van ver toch want ze blijkt sterk verwaarloosd te zijn, vliegenierskapel voor graaf Paul de Goussencourt waart onze gids Dominiek vorige week naartoe wou. De trappen af door een tentoonstelling waar heel de oorlogssituatie uit de doeken werd gedaan. Wat mij wel opviel is dat hier toch een betere chronologie te bespeuren viel, chronologie die ik miste in het In Flanders Fieldsmuseum.
Dan werd het tijd voor een deugddoend middagmaal. In de bus werd de lof gezwaaid over Flanders Peace Fields waar het allemaal te doen was. Ter plaatse werd het verhaal vertelt van het kerstbestand waar de Britten tegen de Duitsers een voetbalmatch speelden. De Duitsers wonnen uiteraard en het plan bestaat om in 2014 de match over te doen. Daarom werd hier al een voetbalveld aangelegd. Eén nadeel: de organisatie van Flanders Peace Fields liet veel te wensen over want … men wist niets van een maaltijd. Gelukkig speelden de organisatoren van de trip, op aangeven van enkele Zerkjes, in en werd een deel van de betaalde som terugbetaald om in Ieper op eigen kracht iets te gaan nuttigen.
Rond 14 uur werd er verzamelen geblazen aan de Menenpoort. En wat merkten enkele aandachtige, Antwerpse, Zerkjes op: De Menenpoort heette aanvankelijk de  Antwerpse poort. Dat hebben die West Vlamingen ons nooit verteld! Na een nieuw liedje van Les Voix Perdues en na wat informatie van de gids trok het gezelschap naar Hill 62. Het Sanctuary Wood zo genoemd omdat het er zo rustig was dat het een heilige stilte leek. Hier bleef een deel van het front bewaard zoals het er uitzag in 1918: loopgraven, prikkeldraad, tunnels en boomstompen.
Aan het oorspronkelijk karakter van de omgeving werd niet geraakt. Tijd dus om de botten, voor de Nederlanders: laarzen, aan te trekken en de loopgraven te verkennen. Was wel een hele ervaring. Hoewel het in dagen niet geregend had waren er toch een aantal plaatsen waar tientallen centimeter water en modder waren. Pech voor de slimmerds die dachten dit even zonder laarzen te doen. De gids vertelde ons dat alle boeren uit de omgeving na de oorlog hun grond terug wensten te bewerken en die loopgraven, in totaal meer dan 40 000 kilometer, zo vlug als mogelijk te verwijderden, buiten deze ene boer die alles in de oorspronkelijke toestand liet. Omwille van het respect voor de oorlog. Niks van: omwille van de centen! Inkomgeld betalen, een museum dat een allegaartje was en maar liefst € 2 voor een foto. Kassa, kassa. De tocht doorheen de loopgraven had wel iets maar als ik eens google kom ik te weten dat zelfs aan de authenticiteit van de loopgraven getwijfeld wordt? 
Dan kwamen we aan de Britse kers op de taart: Tyne Cot Cemetery. De begraafplaats werd aangelegd door de Engelse architect Baker op de plaats waar tijdens de oorlog een kleine schuur stond wat nog te zien is aan het dak van de poort. “Cot” is een afkorting van “cottage”, het Engelse woord voor schuur en de Tyne is een rivier in Noord-Engeland.
De grootste Britse begraafplaats bevat 11 856 graven. Hier kregen ook enkele Duitse soldaten hun laatste rustplaats. Men wou hier mee aantonen dat in de dood iedereen gelijk is zonder onderscheid van ras, geloof of afkomst. Aan de muur met daarop de namen van de ontelbare gesneuvelden brachten Les Voix Perdues twee felgesmaakte nummers. Niet alleen gesmaakt door de deelnemers maar ook door de vele andere bezoekers van de dodenakker. Het was hier een gigantische begankenis Ik vraag me af hoe ze de massa die de volgende vier jaar de Westhoek gaan bezoeken kunnen opvangen? Alles wat maar denkt te kunnen gidsen wordt hier opgevoerd, de busparking stond nu al overvol en de wegen van en naar zijn niet berekend op de talrijke bussen. 
Dan werd het tijd voor een avondmaal. Hopelijk hadden ze in Flanders Peace Fields hun lesje geleerd en was er een avondmaal. Ja hoor, hoewel het toch even duurde vooraleer het, veel te weinig personeel, in gang schoot. Hier houd ik eveneens mijn hart vast wat er gaat geschieden bij enorme toeloop want nu waren we enkel met 70 personen. Om het eten te laten zakken brachten Les Voix Perdues hier “La Madelon”, een Frans oorlogsliedje. Traditioneel was het einde van de dag de Last Post. Hier weer dezelfde bemerking: er staan daar duizenden mensen waarvan er drie kwart geen barst ziet. En dan was het nog rustig. Hoe gaat men zo iets oplossen met een tienvoud van aanwezigen de volgende vier jaar? Iets na 22 uur bereikten we Antwerpen. De twee trips, die van vorige week en deze, zijn niet te vergelijken. Maar de Zerkjes die beide trips meemaakten vonden, naast het feit dat Dominiek een topgids is welke mijns inziens door niemand kan gevenaard worden, dat er veel, nutteloos, rondgereden werd. Maar al bij al kon de trip me wel bekoren, gaven Les Voix Perdues een meerwaarde aan he geheel en bezocht ik toch weer enkele plekken die me voorheen onbekend waren.


Jacques Buermans


Foto’s: Jacques Buermans, Geert Janssens, Leen Otte.