Nieuwsbrief Nr. 78 - november 2013

Dublin: een prachtig begraafplaatsenmuseumtweede verslag van bezoek aan Dublin. Deze keer de begraafplaatsen.


Vorige keer stond er een verslag van de funeraire bezienswaardigheden in sommige kerken van Dublin in de Nieuwsbrief. Vandaag een verslag van mijn bezoek aan twee begraafplaatsen.
Glasnevin, de grootste begraafplaats van Dublin. De blikvanger is het 51 meter hoge monument voor Daniel O’ Connell (1775-1847) de belangrijkste politieke leider van de eerste helft van de 19de eeuw. Binnen zagen we de prachtige inkom met een splinternieuw museum, uit 2010. In de inkomprijs was een gegidste rondleiding inbegrepen. Toch maar eerst een bezoekje gebracht aan het museum. Een meer dan geslaagd opzet. Vlakbij de ingang een “well of memory”. Een aantal objecten verwezen naar personen begraven op Glasnevin; voorwerpen in verband met hun beroep of hun hobby. Wat verder een cinemazaaltje. De zitbanken waren doodskisten en men kon er kijken naar de geschiedenis van de begraafplaats en de personen die werkzaam waren op de dodenakker. Aan de hand van een aantal beelden zagen we onder andere hoe de “body snatchers”, de lijkenrovers, te werk gingen. Voor genealogen om duimen en vingers af te likken: alle informatie over de meer dan 1,3 miljoen graven zijn op te vragen. In de boeken staat naast volledige geboortedatum en overlijdensdatum ook het beroep van de overledene en waaraan hij gestorven is. Ook adresgegevens staan er in vermeldt. Heel interessant. Voor de mensen die wat meer wensen te weten over een aantal belangrijke figuren die op Glasnevin begraven zijn is er een “tijdslijn” waar, chronologisch, een 200-tal van de meest bekende “bewoners” vermeldt staan. Klikt men op de naam dan krijgt men een foto van het grafmonument, van de persoon en een biografie. Is dit nog niet voldoende kan men doorklikken en bekomt men een nog meer gedetailleerde biografie van deze persoon. 
In afwachting van de gegidste rondleiding maar even langs enkele mooie graven gelopen. Dora Sigerson Shorter, schreef patriottische gedichten. William Walsch was aartsbisschop en de eerste kanselier van de National University of Ireland. Mc Cabe was aartsbisschop en primaat van Ierland. Barry Sullivan was Shakespeare-acteur. Hij overleed in  Brighton en werd hier begraven. Bobby Sands was lid van de IRA. Hij werd bekend omdat hij stierf als gevolg van een hongerstaking in de Maze-gevangenis in Noord-Ierland. Dan was het tijd voor de gegidste rondleiding. Liefst 60 man voor één gids. Van het goede te veel. Kwam nog bij dat de rondleiding voor 90% ging over mensen die stierven tijdens de Paasopstand van 1916 of die nadien werden terdoodveroordeeld ten gevolge van die opstand. Voor mij, en misschien wel voor alle niet-Ieren, is dat een materie die ik niet echt onder de knie heb. 
Gestart werd bij Roger Casement, revolutionair. Daarna vertelde onze gids over Daniel O’ Connell en konden we de crypte betreden. Daniel overleed in Genua. Zijn hart werd gebalsemd en bijgezet in Sint Agatha in Rome. Blijkbaar is het hart nu spoorloos. In de crypte lagen ook de kisten van een tiental familieleden van O’ Connell. We konden ook een blik werpen op de 51 meter hoge kolom waarvan de trap, nog niet zo lang geleden, opgeblazen werd. Men zet zich nu in om de kolom terug toegankelijk te maken voor bezoekers. Hier konden we ook de kist van O’ Connell aanraken en dat zou, zoals in de crypte van Sint Mechan, geluk brengen. Ik voelde me niet aangesproken want je mag geluk niet forceren. 
John Cray ontwikkelde een systeem voor watervoorziening. Charles Parnell was Iers politiek leider. Eamon de Valera was revolutionair, politicus en president van Ierland. Michael Collins, revolutionair. 
Nadien nog een stapje gezet naar The Gravediggerspub aan de achterzijde van de begraafplaats. Onderweg John O’ Mahony. Hij vluchtte naar Parijs en later naar Amerika. O’ Brien, leider en parlementair. John Curran was rechter en nationalist. Michael Carey vonden we na enig zoekwerk. Hij was de eerste begravene op Glasvenin. Dan langs de uitgang naar The Gravediggers. Een ervaring op zich. De pub opende in 1833 omdat ene John O’ Neill brood zag in een drankgelegenheid in de nabijheid van de pas geopende begraafplaats. De pub was een gigantisch succes niet alleen bij bezoekers aan de begraafplaats maar ook bij werklieden op de begraafplaats. Zo’n succes dat er in 1836 een reglement werd uitgevaardigd dat er geen enkele begrafenis meer mocht plaatsvinden … na 12 uur ’s middags, behalve voor lijken die van verder dan 10 kilometer van Dublin kwamen. Reden: de veelvuldige klachten van rouwenden  … dat ze geïntoxiceerd werden door de adem van de grafdelvers???  Het “hoogtepunt” was toen de verantwoordelijke van de begraafplaats twee doodskisten, onbeheerd, aantrof op de dodenakker en dat de grafdelvers laveloos aan de toog van The Gravediggers hingen. In 1835 kwam er een nieuwe eigenaar in de pub John Kavanagh en kreeg de pub haar nieuwe naam. Opvolging was verzekerd want John en zijn echtgenote Suzanne kregen maar liefst 25 kinderen. In 1879 werd de toegang tot de begraafplaats gesloten. Geen ramp voor de grafdelvers want, grafdelven is een dorstige job, zij klopten met hun schoppen tegen de muur van de pub en de waard bracht de pinten naar de begraafplaats door de hekken heen. Het interieur van de pub zag er uit alsof er in honderd jaar niets aan gewijzigd werd. 
Mount Jerome Cemetery. Niet zo gigantisch als Glasnevin maar toch enkele mooie grafmonumenten. William Carleton was protestant en hij schreef over Ierland. Thomas Kirk was beeldhouwer. Op het graf Lavelle vrijmetselaarssymbolen. Benjamin Lee Guinness was een telg uit de Guinnessfamilie. Hij was burgemeester van Dublin en liet de Saint Patrick’s cathedral restaureren. 
James Whiteside was advocaat. Hij verdedigde Daniel O’ Connell. Isaac Weld schreef reisverhalen. Het graf voor William Harrie. Vrijmetselaarssymbolen bij Hull Ingram.
James William Cusack. Charles Fisher Butler. Thomas Drummond was ingenieur en politiek secretaris. Françis Meacher met Joodse symbolen.
Jacques Buermans
Foto’s: Rina Reniers, Ria Vaes en Jacques Buermans.