Nieuwsbrief Nr. 78 - november 2013

Westhoek: aarzelende start van een prachtige dagzonnige dag met topgids en nog nooit bezochte dodenakkers.


Zaterdagmorgen acht uur. 24 Grafzerkjes stonden te wachten op … een bus. Het zou toch niet waar zijn zeker? De eerder die week gedane voorspelling van Edgard N. “Ik zie jullie wel aan het museum in Ieper, tenminste als jullie bus er is!” zou toch geen waarheid worden. Telefoontje gepleegd naar het busbedrijf. Er zou een bus op komst zijn “een lege” verklaarde de man aan de telefoon nog. Was dat een meevaller. Stel je voor dat we een volle bus voorgeschoteld kregen. Keurig op tijd en via een tussenstop in Gent stonden we aan In Flanders Fieldsmuseum waar we verwelkomd werden door onze gids van de dag Dominiek Dendooven. Voor mensen die hem niet kenden een bevlogen gids van topklasse. Hij kwam er vestimentair als uit een doosje voor. Even nog dachten we dat hij, en minister Bourgeois die we daar ook zagen, zich speciaal voor de Zerkjes had opgedirkt maar neen, de start van campagne 14-18 werd op dat moment gegeven. Het bezoek aan het vernieuwde museum In Flanders Fields geschiedde op eigen kracht. Leuk was dat iedereen een persoonlijke badge kreeg en daarmee op bepaalde momenten informatie kreeg over een persoon en zijn wedervaren tijdens Wereldoorlog I. Nadien bleken de meningen erg verdeeld. Een aantal leden vonden het vroeger beter en het merendeel vond dat er nog altijd veel te veel informatie beschikbaar was, onmogelijk om alles in een tijdspanne van anderhalf uur te verwerken. Ook misten velen een chronologie in het museum.
Iets vóór 13.30 uur startte Dominiek met wat info aan de Menenpoort. Hij begon met het verhaal van een Sikhsregiment. Driehonderd soldaten van het regiment sneuvelden, slechts 15 namen staan op de Menenpoort. Van alle andere zijn de namen en/of de vindplaats onbekend. 
Op 31 oktober 1917 sneuvelde Van Gheluwe, afkomstig uit Roeselare die dienst nam in het Canadese leger. Tijdens de oorlog wordt hij naar de Westhoek gestuurd en hij overlijdt in Passendale … amper tien kilometer van zijn woonplaats. Dominiek wees op een Canadees bataljon. Heel wat vreemde namen: een Indiaan, een Zweed, een Deen. Wat verder de namen van het enige Franstalige Canadese bataljon, op 59, afkomstig van Quebec. Deze taalgroep had veel minder binding met Groot-Brittannië. Dominiek Dendooven stelde ook dat slechts in 1990 de laatste restauratie met oorlogsgeld werd uitgevoerd. De bus in en onze eerste halte bracht ons bij het monument “Le Canadien” bij Sint Juliaan dat werd opgericht ter nagedachtenis van de doden van de eerste Canadese Divisie die vielen tijdens de tegenaanvallen na de Duitse gasaanval van 22 april 1915. Het monument is van F.C. Clemeshaw; Het stelt een treurende soldaat voor de handen rustend op de kolf van zijn omgekeerd geweer, de traditionele militaire groet aan de doden. Dominiek (008) wees ons hier op een anomalie: de soldaat draagt een helm en herdenkt een feit uit 1915 terwijl de helm meer dan een jaar later ingevoerd werd. De ceders die het monument omringen werden vroeger geknipt in de vorm van obussen. Vlakbij wees onze gids ons op een monument voor een Canadees officier die zich tot het uiterste verdedigde na de gasaanvallen. Hij werd, wat ongebruikelijk was, voor de krijgsraad gebracht en ter dood veroordeeld. De officier die het doodsvonnis diende te ondertekenen, weigerde dit. De Canadees kreeg na de oorlog het Victoria Cross, de hoogste militaire onderscheiding.
We reden langs het monument voor de Franse aas Georges Guynemer. Deze Franse kapitein jachtpiloot verdween spoorloos na een vlucht boven Poelkapelle op 11 september 1917. Hij behoorde tot het Escadrille des Cigognes (het eskadron der ooievaars), wat duidelijk te zien is aan het bovenste deel van het monument. Opmerkelijk is dat het monument niet opgericht werd op verzoek van de Fransen maar wel door vier van de belangrijkste Belgische piloten van die tijd waaronder Jan Olieslagers.
Gestopt werd bij Poelkapelle British Military Cemetery, een concentratiebegraafplaats. De lichamen komen allemaal van elders. Architect was Holden en de begraafplaats heeft een klassieke ingangspoort. Hier liggen 7478 soldaten maar meer dan 6200 zijn “onbekend”. Dominiek wees ons op het graf van een soldaat afkomstig van het eiland Guernsey. Die eilandbewoners moesten niet meevechten. Hij bood zich aan als vrijwilliger. Langton kreeg een notenbalk onderaan als grafschrift. Uitzonderlijk. John Condon overleed op 14-jarige leeftijd. Eigenlijk was het Patrick Condon die de identiteit van zijn broer aannam om dienst te kunnen nemen. Hier liggen ook zeven mensen overleden in 1919, de enigen die begraven werden op de plaats waar ze het leven lieten. Zij stierven door een granaat terwijl ze de begraafplaats aan het aanleggen waren. Ze kookten hun potje boven op een niet-ontplofte granaat.
Vandaar naar Houthulst de Belgische begraafplaats met 1 855 graven van soldaten die praktisch allen sneuvelden in het bevrijdingsoffensief van 28 en 29 september 1918 bij de herovering van het bos van Houthulst. Op 21 oktober 1914 viel het bos van Houthulst ondanks hevige weerstand van de Belgen, de Franse cavalerie en territoriale troepen in handen van de Duitsers. De Belgische soldaten liggen onder eenvormige arduinen monumenten, in de volksmond kleerkastmodel genaamd naar de zwaarte van het monument. Dominiek wist te vertellen dat het onderhoud van de dodenakker enorm verbeterd is sinds het onderhoud overgenomen werd door het departement Defensie, waar het vroeger onder Binnenlandse Zaken viel. Defensie linkten de begraafplaatsen aan lokale kazernes en die maken een erezaak van het onderhoud. Hier ligt ook Roger d’ Udekem d’ Acoz. Onze gids vertelde ook dat het geen betekenis heeft of de kokarde een kruis, een leeuw of geen symbool heeft. Achteraan liggen de graven van 81 Italiaanse krijgsgevangen die omkwamen in de Duitse werkkampen van de streek. In de onmiddellijke omgeving is het Houthulstbos waar de ontmijningsdienst dagelijks oude springstof opruimt.
In het Praetbos ligt de Duitse begraafplaats van Vladslo. De Duitsers verzamelden hun gesneuvelden in vier grote dodenakkers. Vladslo is daar één van. Oorspronkelijk lagen er hier 3000 begraven, nu meer dan 25000. Hier troffen we ook enkele oude grafstenen aan, waar niemand onder begraven ligt. Blikvanger hier is het beeld van het treurend echtpaar van de hand van Kathe Köllwitz, gemaakt voor haar zoon Peter die overleed, 17 jaar oud, in het naburige Esen. Köllwitz gaf hier uiting aan haar immens verdriet. Het oorspronkelijke houten kruisje voor Peter Köllwitz bevindt zich in het In Flanders Fieldsmuseum
Vandaar naar de IJzertoren. Wegens tijdsgebrek en omdat voor het bezoek aan de crypte moest betaald worden werd besloten om de crypte van in de bus te bespreken. Ontgoocheling voor enkel Zerkjes want Michael had zich al verheugd in een Vlaamse pannenkoek aan de voet van de IJzertoren. Pech dus. Dominiek besloot om, in de plaats van een bezoek aan de IJzertoren een vlakbij gelegen kapelletje te bezoeken wat veel te weinig bekend was. Michael stond al met zijn fototoestel in de aanslag. Alweer pech want een, voor de bus te lage, brug zorgde ervoor dat het kapelletje niet aangedaan werd en dat onze chauffeur zijn kunne diende te tonen om hier zijn bus te keren. Na een deugddoend drankje op kosten van vzw Grafzerkje besloot Dominiek Dendooven om onze tocht te eindigen bij een slagveldbegraafplaats. Uiteindelijk koos hij voor Artillery Wood Cemetery. Françis Ledwidge was een Iers dichter. Hij was een gematigd nationalist. Deelnemen aan een oorlog lag gevoelig in Ierland want als soldaat droeg men hetzelfde uniform van degenen die hen in Ierland doodschoten. Hij schreef het gedicht Soliloquy. Jaren later werd het gedicht gepubliceerd, minus de laatste zinnen. “Groter dan dichterlijke faam, is ook een grafsteen zonder naam, waar eer zich afweert en zich schaamt” werd weggelaten in de oorspronkelijke tekst. Ellis Humphries Evans was dichter afkomstig uit Wales. Dominiek vertelde hier dat bij studenten uit dit gebied dit een verplichte stop is tijdens hun bezoek aan de Westhoek. Grappig zo stelde hij is dat Dominiek zijn uitleg dan geeft in het Engels en dat er dan gedichten van Evans worden voorgedragen in het Welsch, een taaltje dat hem volledig onbekend is. Als laatste het monument voor Henry Evans met een epitaaf, uitzonderlijk dat er een apart epitaaf naast de grafsteen staat.
Rond 18 uur zat de tocht er op. Alle Zerkjes waren wild enthousiast zeker over de bevlogenheid van Dominiek Dendooven die ons een onvergetelijke dag bezorgde. De weergoden waren ons dan ook nog goed gezind.


Om 20 uur kon men de Last Post nog meemaken. Het doet wel ;iets alhoewel daar duizenden mensen staan waarvan er twee derden geen bal zien. De terugtocht verliep probleemloos en iets voor 22 uur bereikten we Antwerpen.
Jacques Buermans


Foto’s: Jacques Buermans, Michael Devisscher, Edgard Maes, Leen Otte, Leo Rondelez, Leo Spiessens, Ria Vaes.