Nieuwsbrief Nr. 77 - september 2013

Dublin: een nooit geziene gidseerste verslag van bezoek aan Dublin. Deze keer de kerken.


Met de Haremm een week naar Dublin. Nu moet ik eerlijkheidshalve toegeven dat dit niet 100% meegevallen is. Het zal wel aan mij liggen maar ik werd gek van die Ierse folkmuziek en in eender welke pub waar je ’s avonds durfde binnenstappen was het van dat. Probeert een mens eens rustig te eten. Niet dus. 
Hierna een eerste verslag van wat er op funerair gebied te beleven valt. In de volgende Nieuwsbrief volgt een verslag van mijn bezoek aan twee begraafplaatsen.
Saint Patrick’s cathedral uit 1192 is de op een na grootste kathedraal en de grootste kerk van Ierland. Volgens de legende kwam Saint Patrick in de 5de eeuw door Dublin. Op dezelfde plek bouwde de eerste Anglo-Normandische bisschop van Dublin, John Comyn een stenen kerk die in 1219 de status kathedraal kreeg. Engels-gotische stijl. Tussen 1860 en 1900 werd ze herbouwd grotendeels gefinancierd door de familie Guinness, van het niet te zuipen vocht. Binnen het graf opgericht door Richard Boyle, graaf van Cork, in 1632 ter nagedachtenis aan zijn tweede vrouw Lady Katherine. Een wit marmeren bas-reliëf van Turlough O’ Carolan, harpspeler en Ierlands laatste professionele dichter. Thomas Jones was aartsbisschop van Dublin. In het Chapter House de herdenking van de minnelijke beëindiging van de vete tussen de graaf van Ormond en de graaf van Kildare in 1492. De graaf van Kildare sneed een gat in de deur en stak er zijn hand door om de hand te grijpen van graaf van Ormond, zijn vijand. Door dit initiatief werd een verzoening bereikt en werd de vrede hersteld. 
Graf van Fulk, niet Flurk, de Saundford, aartsbisschop van Dublin. Hier het graf van een van de beroemdste zonen van de kathedraal Jonathan Swift met zijn geliefde Stella. Deze schrijver van Gulliver’s reizen was hier, van 1713 tot 1745, deken. Zijn dodenmasker, katheder, stoel en schrijftafel staan hier tentoongesteld. 
Bezoek aan Saint Michan’s uit 1096 waar een crypte met mummies zou zijn. We dienden in de kerk te wachten op onze gids. Ik fantaseerde al over de gids en ik verwachtte elk moment een man in zwarte kledij, een zwarte cape, een hoge hoed en hoektanden om Dracula jaloers te maken. Plots verscheen er achter ons … een, gepeelde, karikatuur van Quasimodo: een klein gebochelt mannetje die een beetje voorovergebogen naar voren schuifelde. Met zijn vingertje lokte hij de bezoekers naar zich toe. “Quasimodo” vroeg aan iedere bezoeker waar hij vandaan kwam. Toe we “Belgium” zegden glunderde hij en sprak de magische woorden “give me Belgian chocolates!”. Toen we die niet hadden was de man ontgoocheld. Enkele Italianen die bleken te supporteren voor Juventus kregen de duim naar onder gericht: Quasimodo was blijkbaar geen supporter van deze ploeg. Een gids die geknipt bleek voor dit werk, zijn toehoorders hingen aan zijn lippen. Door de constante temperatuur zijn een aantal lichamen gemummificeerd. We daalden een ruwe oude stenen trap af en liepen door een lange gang die links en rechts grafkamers bevatte. In een van de kamers zagen we op elkaar gestapelde doodskisten, in vele gevallen nog in prima staat. Op het eind van de gang waren in één kamer de houten doodskisten opengevallen zodat men de gemummificeerde lichamen kon zien. Drie lichamen lagen op één rij: links de non, in het midden een grote man wiens beide voeten afgehakt werden zodat hij in de kist paste. Hij mist ook een onderarm. Volgens sommigen als straf omdat hij een dief was. Rechts ligt ook nog een vrouw.  Achter de drie kisten ligt “de kruisvaarder”. Hij heft één hand op. Na zijn uitleg opende onze gids het hek en mocht iedereen de achterste mummie aanraken. Wanneer men de vinger van de kruisvaarder aanraakte met zijn vinger zou dat geluk brengen. Behalve voor de supporters van Juventus volgens onze gids. 
Na een klautertocht uit de eerste crypte had onze gids nog een tweede crypte voor ons in peto. In die crypte lagen nog een aantal families die tot op heden nog bezocht werden en daarom niet toegankelijk waren. Op het eind konden we toch nog de kisten bewonderen met daarin de broers John en Henri Sheares. Deze twee mannen waren actief tijdens de opstand van 1798. In Parijs kwamen ze in de ban van de Franse revolutie. Terug in Dublin werden zij de leiders van de rebellie. Zij werden ter dood veroordeeld maar niet op een gewone wijze. Volgens onze gids werden ze eerst de keel overgesneden maar zo dat de dood nog niet intrad. Daarna werden hun ingewanden verwijderd en werden ze gevierendeeld. Dat waren nog eens tijden! Terug buiten deden we nog een tochtje langs het kerkhof. Een belevenis in de eerste plaats door de geweldige gids.
In de Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes Kerk in Sean McDermott Street kan het graf voor Matt Talbot bezocht worden. Hij wordt vereerd voor zijn vroomheid en wordt beschouwd als beschermheer van alcoholiekers. Hij overleed aan hartfalen. Op zijn lichaam werden kettingen en snoeren gevonden, symbool tot devotie tot Maria? Matt Talbot werd begraven op de begraafplaats Glasnevin op 11 juni 1925. In 1972 werden zijn stoffelijke resten overgebracht naar hier, in het gebied waar hij zijn leven doorbracht.
Saint Audens. Het grafmonument Sparke & Seagrave. Rolandus Fitzeustace de Portlester ligt hier samen met zijn echtgenote.
Jacques Buermans
Foto’s: Rina Reniers, Ria Vaes en Jacques Buermans