Nieuwsbrief Nr. 77 - september 2013

Tante Kato ging op reis en zag het graf van Vaubanhet begon te jeuken bij Tante Kato toen zij het graf van Vauban zag.


Sébastien Le Prestre, markies van Vauban * 1633-1707 * Bazoches-du-Morvan, Departement Nièvre, Frankrijk


Wie door Frankrijk reist en al eens een oude stad, kasteel of kerk bezoekt komt ongetwijfeld één van de volgende Grands Hommes tegen : de inspecteur van historische gebouwen Prosper Mériméé (1803-1870), de architect-restaurateur Viollet-le-Duc (1814-1879) of Vauban. De eerste twee laten we rusten, respectievelijk in Cannes en Lausanne, Zwitserland want we brengen de ingenieuze vestingbouwer Maréchal de Vauban hier weer een beetje tot leven.


Het graf van Vauban hebben we heel toevallig ontdekt. We verbleven in Vézelay en maakten uitstapjes in de omgeving zoals le château de Bazoches, demeure de Vauban, op slechts tien kilometer van onze verblijfplaats. Het oorspronkelijke kasteel werd 1170 à 1190 opgetrokken, in dezelfde periode als de Sainte-Madeleine Basiliek van Vézelay.
  
Bij aankomst in het dorp zagen we een pijl naar het kerkje waar Vauban begraven werd. En dan begint het te jeuken: iets voor de nieuwsbrief van Grafzerkje! Bovendien heb ik een ongelooflijk verhaal ontdekt over de overbrenging van Vaubans hart naar Les Invalides in Parijs. 
De familie Le Prestre was een oude adellijke familie uit de Cantal (regio Auvergne). Zij werden als ridders vernoemd in geschriften van 1357. Halfweg de 15de eeuw verliet de geruïneerde familie de geboortestreek om zich in de Morvan (regio Bourgogne) te vestigen. Zij oefenden er het beroep uit van experten in de bosbouw en via de rivieren werden hun boomstammen naar Parijs “gevlot”. In 1550 werd het kasteeltje van Vauban gekocht en vanaf dan droegen ze de naam Le Prestre de Vauban. 


Vader Urbain Le Prestre de Vauban (1603-1652) trad in 1630 in het huwelijk met Edmée Carmignolle (°1611) en zij vestigden zich in Saint-Léger-de-Foucheret, dat sinds 1867 (onder Napoleon III) Saint-Léger-Vauban heet. De kleine Sébastien werd geboren in een bescheiden huis -dat nu kan bezocht worden- en kreeg zijn eerste scholing van de dorpspastoor. Later studeerde hij bij de Karmelieten in Semur-en-Auxois. Hij bleek een wiskundeknobbel te hebben en kon bovendien goed tekenen.  


Als 17-jarige meldde hij zich als kadet bij het in de buurt kamperende leger van de prins van Condé.  Sébastiens talenten kwamen aan de oren van Mazarin (1602-1661), die hem voor koning Louis XIV (°1638; r. 1643-1715) in dienst nam.  


57 jaren, tot zijn dood, bleef Vauban in dienst van de koning. In 1678 werd hij benoemd tot Commissaire Général des Fortifications en hij zag alle grenzen van het toenmalige Frankrijk. Hij liet daar vestingsteden bouwen of verbouwen, zoals in Antibes, Collioure, Bayonne, Saint-Malo, Rijsel, Gravelines, Sedan en Verdun. In zijn kielzog reisden architecten, tekenaars, ingenieurs, koeriers en secretarissen mee. 


Vauban leidde voor de koning 53 belegeringen waarvan gezegd wordt “Een stad verdedigd door Vauban wordt niet ingenomen maar een stad belegerd door Vauban valt”. 


Inmiddels op het thuisfront in de Morvan: Vauban huwde in 1660 met zijn nicht Jeanne d’Aunay (1640-1705) en zij kregen drie kinderen: Een zoon, die slechts twee maanden leefde.  Twee dochters: Charlotte (1661-1709), zij huwde in 1680 met Graaf de Mesgrigny d’Aunay en had als enige afstammelingen en Jeanne-Françoise (1678-1713), die in 1691 huwde met de markies d’Ussé. Op al zijn reizen door de Hexagon liet Vauban ook een zestal bastaardkinderen na. Eén per hoek, bedenk ik plots.


Na de verovering van Maastricht in 1672 kende de koning hem de belangrijke som van 80.000 pond toe en dat ging grotendeels (69.000 pond) naar de aankoop (1675) van het kasteel van Bazoches. Vauban beschouwde het als “het goed terug in de familie brengen”. Dat landgoed moest in de 16de eeuw namelijk toekomen aan zijn grootmoeder Françoise de la Perrière. Zij was een erkende maar niet gewettigde dochter en na een aantal dure processen kwam het kasteel in handen van een andere tak van de familie.    


In januari 1703 werd Vauban benoemd tot Maréchal de France. Zijn echtgenote overleed twee jaar later. En nog eens twee jaar later overleed Vauban in Parijs. Mogelijk bezweken aan de gevolgen van astma, chronische bronchitis of zelfs malaria, ca. 1657 opgelopen in de vochtige moerassen van “Les Flandres Maritimes”. Hij heeft er dan wel vijftig jaar mee rondgelopen, zegt mijn kritische berekening. De teraardebestelling volgde in de dorpskerk van Bazoches. Vauban had er namelijk de Saint-Sébastien-kapel (zijn naamgenoot of beter patroonheilige) laten herbouwen (1688) en hij had er een familiekelder voorzien. Een grote menigte volgde de afscheidsplechtigheid.


De erfenis van Vauban, de militair, belegeraar, militair ingenieur, strateeg, architect, econoom, politicus, filosoof en schrijver: hij werkte aan 333 vestingen, zeeforten en andere bouwwerken op strategische punten langs de Franse grenzen. Een aantal ervan zijn opgenomen op de lijst van het Unesco Werelderfgoed. Vauban wordt trouwens de vader van het huidige zeshoekige Frankrijk genoemd. Wat had ik daarnet gedacht ?


Vermeldenswaard is zijn verhandeling de Dîme Royale of Koninklijke Tiende (1700-1707). Op zijn reizen had hij de maatschappij geobserveerd, de miserie van zijn landgenoten gezien en hij stelde in zijn essay een aantal oplossingen voor om de levensomstandigheden van de laagste bevolkingsklasse te verbeteren door oa maatregelen voor te stellen als “Alle Fransen betalen belastingen in verhouding tot hun rijkdom of inkomsten”. Vrij revolutionair voor die tijd want adel en geestelijken waren niet belastingplichtig ...  En wat was het resultaat? Verontwaardiging alom. Hij werd verkeerd begrepen, ook door de koning.


En dan nu het beloofde verhaal over de overbrenging van Vaubans hart: Napoleon Bonaparte gaf in 1808 opdracht het hart van de maarschalk over te brengen naar Les Invalides, waar het tegenover de cenotaaf van Turenne (1611-1675) moest komen. Het graf werd geopend, het hart van Vauban eruit gehaald en toevertrouwd aan een brigadier. Na een aantal “plengoffers” vertrok de escorte richting Parijs. De stad was al in zicht toen de ongelukkige brigadier constateerde dat zijn loden kistje niet aan het tuig van zijn paard hing. Ik kan het mij voorstellen “Waar heb ik dat ding voor het laatst gezien?” En dan keert men, de weg afspeurend, op zijn stappen terug. Tot in de paardenstal van Bazoches, waar de reliek aan de voerbak hing te wachten.  


Bij de heropening van de familiegrafkelder (1879) werd vastgesteld dat er vier personen begraven waren: de maarschalk, zijn vrouw, zijn dochter Jeanne-Françoise en zijn kleindochter Jeanne-Françoise (een dochtertje van Charlotte; overleden in 1703).
Na de dood van dochter Jeanne-Françoises enige zoon werd het kasteel van Bazoches  verkocht en kwam het landgoed in vreemde handen. Via adellijke kronkelpaden is het kasteel het bezit geworden van Arnaud en Hélène de Sigalas, die elk op hun beurt afstammen van de middeleeuwse bouwer van het kasteel.  De kasteelvrouw is eveneens afstammelinge van Vauban. Zij zijn ook de trotse eigenaars van Cheverny aan de Loire. Hoe een edel steentje rollen kan.


Meet weten ? Zie
www.chateau-bazoches.com
www.vaubanecomusee.org
www.vauban.asso.fr

Tekst en foto's : tante Kato