Nieuwsbrief Nr. 77 - september 2013

Wereldtentoonstelling 1913 op de Westerbegraafplaatsons An Hernalsteen maakte er eens te meer werk van.


Zo’n 60 geïnteresseerden, onder wie 9 Grafzerkjes, daagden op om op de laatste dag van de Gentse Feesten de rondleiding van ons An Hernalsteen mee te maken. Thema dit jaar was de Wereldtentoonstelling van 1913. Na de traditionele rondgang met haar Tupperwarepot, ten voordele van grafmonumenten die door haar toedoen gerestaureerd worden, volgde de al even traditionele inleiding. Iedereen die al op de Wester was kreeg die al te horen. Maar ik vind het nog steeds plezierig om horen zeker wanneer ze het heeft over haar goede vriend bisschop Bracq.
Gent was de vierde Belgische stad die een Wereldtentoonstelling organiseerde. Eind 1905 werd een commissie opgericht en in 1908 werd de echte start gegeven. Dat was meteen ook de start van de rondleiding. Octaaf Bruneel was een liberaal die afkomstig was van West Vlaanderen, dixit An ‘naar Gent gekomen om de Gentenaars wat cultuur bij te brengen’; zou het kunnen dat madame Hernalsteen uit West Vlaanderen komt? Die Bruneel, advocaat en gemeenteraadslid zorgde ervoor dat in 1913 drie Floraliën georganiseerd werden. Albert Mechelynck was een liberaal provincieraadslid en volksvertegenwoordiger. Lid van de vrijmetselaarsloge “Le Septentrion”. Hij was beheerder van de Wereldtentoonstelling. Camille Isidore De Bast was senator, bankier en katoenfabrikant. De familie Feyerick waren textielbaronnen en suikerhandelaren. Jacques was gehuwd met een dochter van burgemeester Braun. Fernand behaalde tijdens de Olympische Spelen van 1908 brons met de ploegwedstrijd schermen. Albert liet op zijn gronden in Sint-Martens-Latem een golfterrein aanleggen maar hij was ook deken van de Koninklijke hoofdgilde St-Michiel die in 1913 300 jaar bestond. Hij liet een ommegang door de stad trekken. Het werd één van de grootste stoeten ooit. 
Edward Anseele was in 1913 gemeenteraadslid. Hij bezat aandelen in de vereniging van de expo en de Vooruit, de socialistische vereniging en hij had zelfs een eigen paviljoen op de Wereldtentoonstelling. An toonde dit aan door middel van mooie prenten. Vlakbij de laatste rustplaats voor Hippolyte Meert, secretaris van de tweede Hogeschoolcommissie. Nadat in 1910 de vernederlandsing van de Gentse Rijksuniversiteit bepleit werd door de ‘drie kraaiende hanen’, Camille Huysmans, Frans Van Cauwelaert en Louis Franck – die nota bene alle drie op het ereperk van het Antwerpse Schoonselhof liggen maar daar repte onze fanatieke Gentse of West Vlaamse met geen woord over – opperde Meert het idee om een Vlaamse Hogeschooldag te organiseren met een optocht van de universiteit naar het Sint Baafsplein waar de 3 kraaiers redevoeringen zouden houden. Dit plan werd niet weerhouden en in de plaats kwam een Frans cultureel feest in het bijzijn van koning Albert. Die vertrekt vóór de aanvang van het feest naar Brussel. Daarop heffen enkele Flaminganten de Vlaamse leeuw aan. Gevolg: er kwam geen optocht en er kwamen geen redevoeringen. Er kwamen wel drie Vlaamse congresdagen. Ondertussen dreigden Vlaamse bedrijven  met een boycot van de wereldtentoonstelling. Het was, dixit An ook een strijd tussen vrijmetselaarsloges. Enerzijds Le Septentrion, Franstalig, en anderzijds Marnix Van Sint Aldegonde, Nederlandstalig. Hippolyte Meert was activist tijdens de eerste wereldoorlog en wanneer hij overlijdt in 1924 geeft burgemeester Van der Steghen zelfs de toestemming om op de lijkstoet te schieten. Nog was de ellende voor Meert niet voorbij want in 1944 werd zijn graf opgeblazen. Emile Mathieu organiseerde een concert met onder andere “De Schelde” van Peter Benoit. Het concert werd geboycot en de orkestleden dienden zelfs een inkomticket te betalen om binnen te mogen. Later werd er wel een concert georganiseerd met oa werk van Jef van der Meulen. 
Traditiegewijs wilde An hier de toehoorders een lied ten gehore laten brengen maar zij had geen van die liederen gevonden. Pech dus? Henri Thiery ontwierp de affiche van de Wereldtentoonstelling. Op de hoofdweg Cyriel Buysse. Die hield een dagboek bij over de Wereldtentoonstelling. In ‘oud Vlaenderen’ bevond zich ook een Filippijns dorp. Buysse wist waarom er in Oud Vlaanderen een Filippijns dorp stond: Filips II regeerde over Vlaanderen en ook over … de Filippijnen. Gustaaf Carels was producent van machines en spoorwegmaterieel. Hier wordt voor het eerst gepraat over het inrichten van een Wereldtentoonstelling. 
Jules De Bruycker ontwierp dan weer affiches voor de Belgische Spoorwegen. Charles Boddaert, lid van Le Septentrion, was beheerder tijdens de Wereldtentoonstelling. Victor Fris schreef het scenario voor vijf schilderijen die speciaal voor de expo gemaakt werden. Bij Oscar Roels, toondichter, kon An het toch niet laten en werd het “Gents volkslied” aangeheven. Een mooi graf voor Oscar Van de Voorde, architect. Hij bouwde het Carelshof en was huisarchitect van de Vooruit. Hij ontwierp ook het Perzische paviljoen voor de Wereldtentoonstelling en werd door de Perzen bedacht met de orde van de zon en de leeuw. 
Geo Henderick was een adept van de Wiener Sezession en van de Amsterdamse School. Wat verder Fernand Dierkens, huisarchitect van de Vooruit en bouwheer van het Feestpaleis, dat niet klaar was bij de opening van de Wereldtentoonstelling. Wat later zouden we vernemen waarom. Geo Verbanck ontwierp een beeld voor de gebroeders Van Eyck. An prees zich gelukkig dat een eerder ontwerp afgekeurd werd want het bleek een echte miskleun te zijn. Felix Beernaerts, eigenaar van een katoenfabriek, was beheerder. Hij overleed in 1912 vóór de opening van de Wereldtentoonstelling. Hier wist An te vertellen dat de inkom voor de Wereldtentoonstelling niet goedkoop was: één frank in 1913.
Emile Braun, burgemeester, was voorzitter van het uitvoerend comité. Zijn zoon Leon overleed tijdens de Wereldtentoonstelling. Jean Alfred de Lanier was senator en beheerder; Van der Steghen was de opvolger van Braun als burgemeester en de man die toestemming gaf om de lijkstoet van Hippolyte Meert te beschieten. Jules Vandenhende, architect was de bouwmeester van Flanders Palace, een hotel vlakbij het Sint Pietersstation. Coppieters was technisch adviseur van Anseele. In 1913 brak een algemene werkstaking uit. De staking werd slechts enkele dagen voor de opening beëindigd. Door die reden was het Feestpaleis Vooruit niet klaar. De Wereldtentoonstelling liet een grote financiële put na. Volgens Coppieters was dit de schuld van de Flaminganten. An liet een van haar Gentse toehoorders een “lijkzang over de expositie” voorlezen in puur Gents. Meteen ook het einde van een boeiende rondleiding.
Jacques Buermans


P. S.: Ik wil toch wel eens wijzen op de voorbereiding die zulk een rondleiding vraagt. An slaagt er steeds in om haar betoog rijkelijk te illustreren met foto’s en afbeeldingen. Ik sta daar voor in bewondering. Proficiat An voor al je werk, je inzet en je bevlogenheid.


Foto’s: Leen Otte en Rina Reniers