Nieuwsbrief Nr. 76 - juli 2013

Poëzie rond Consciencemeevaller, maar de weergoden werkten niet mee


Ons lid Christiaan Ketele, tevens voorzitter van de wijkvereniging Klein Antwerpen, had het idee opgevat om een picknick te organiseren rond het graf van Hendrik Conscience. Dit graf werd door de stad Antwerpen in peterschap gegeven aan voornoemde wijkvereniging, gevestigd in de Consciencestraat te Antwerpen.  Denkelijk verzuimde Christiaan het om eieren naar de arme Klaren te brengen om hen te smeken om goed weer want de picknick viel letterlijk in het water. 
In zijn openingsspeech vertelde Christiaan dat het idee om poëzie te organiseren er kwam omdat de wijkvereniging wilde afstappen van het idee om iets te doen op de geboorte- of overlijdensdag van de grote schrijver maar dat men opteerde om iets te doen op de langste dag, namelijk 22 juni. Dat de weergoden ons in de steek lieten kon de pret toch niet bederven temeer omdat Christiaan enkele dichters had uitgenodigd om dit gebeuren op te fleuren. Als eerste trad Vitalski aan. Het weer klaarde niet op maar de gezichten van de weinige aanwezigen wel want deze performer had van bij het begin zijn gehoor in zijn greep. Hij stelde dat hij juist geteld 15 minuten ging spreken en dat hij ging voorlezen uit “De leeuw van Vlaanderen” van Hendrik Conscience. Hij deelde briefjes uit met daarop een verzoek: “Wanneer jullie vinden dat het verhaal te langdradig wordt mogen jullie mij altijd onderbreken en een vraag stellen”. Na enkele minuten volgde al een eerste vraag uit het publiek namelijk “Op welk soort vrouwen val jij?”. Vitalski schakelde naadloos over van het epos van Conscience en gaf zijn visie over de vrouwen die zijn voorkeur wegdragen. Misschien wel gelukkig maar geen van de aanwezige dames stond op het verlanglijstje van Vital. De spreker ging voort met het werk van Conscience tot er weer een vraag volgde “wordt u gesponsord?”. Een reclamespot om u tegen te zeggen volgde. Op het eind van zijn 15 minuten overviel Vitalski iedereen nog met een gedicht “miss Piggy vind ik lief”, een drie minuten durend meesterwerk met enkel “i-klanken”. Fenomenaal!
Daarop volgde Jan Lampo. Hij probeerde Conscience te plaatsen en ging dieper in op een felle discussie die hij had met Geert Vanistendael toen die in het Letterenhuis, de thuishaven van Jan Lampo nota bene, kwam vertellen dat hij walgde van de schrijverij van Hendrik Conscience. Jan stelde dat hij Conscience interessant vind en dat hij hem boeit mij als historische persoonlijkheid, als mens en als schrijver uit de 19de eeuw. Hij counterde Vanistendael toen die, na het voorlezen van een paar fragmenten uit het werk van Conscience, wilde aantonen hoe krakkemikkig diens stijl is. Jan Lampo stelde dat, met het voorlezen van die teksten, hij het omgekeerde bewezen had: de zinnen van Conscience kunnen uitgesproken worden, wat niet van elke van zijn tijdgenoten gezegd kan worden. Vitalski, de man kan ook ernstig zijn, vroeg aan Jan Lampo om Conscience te situeren met de ons omliggende landen. Jan ging daarop in met het citeren van voorbeelden voor Conscience, Walter Scott en Charles Dickens in Groot-Brittannië en enkele minder bekende Franse schrijvers. De spreker stelde ook dat Conscience geconfronteerd werd met de Franse taal, die van zijn vader, en het Antwerps, de taal van zijn moeder. Hij probeerde het wel eerst in die Franse taal maar kon zich beter uiten in het Nederlands. Jan Lampo hield zijn betoog zonder één enkel papier te raadplegen maar wel door zijn gehoor te boeien. Ik denk dat de ontmoeting “Lampo – Vanistendael” de moeite waard moet geweest zijn en ik denk dat Lampo hier een klinkende thuisoverwinning op zijn palmares mocht schrijven. De hele discussie kan geraadpleegd worden op de blog van Jan Lampo.

Nog steeds in de regen was het dan de beurt aan de dames van de academie van Hoboken en mezelf om een, ingekorte, rondleiding te doen waarbij een aantal gedichten gebracht werden. Een eerste gedicht kwam er bij het, hoe langer hoe verwaarloosder, graf van Herman De Coninck. Aan de overzijde een kort gedicht bij Marcel van Maele. Bij het originele graf voor Jean-Marie Berckmans kon Vitalski nog wat duiding geven. Hij was namelijk actief in circus Bulderdrang met Jean-Marie. Via de laatste rustplaats van Hubert Lampo toog het groepje naar het ereperk van de begraafplaats waar we verwelkomt werden met “Dag mensen, dat 't wel ga...” op de grafsteen van Gerard Walschap schrijver van onder meer “Adelaïde”, “De familie Roothooft”, “Een mens van goede wil”, “Zuster Virgilia” en “Houttekiet”. Vlakbij ligt Marnix Gijsen, dichter en schrijver van onder meer “Joachim van Babylon”, “Klaaglied om Agnes” en “De vleespotten van Egypte”. Dokter Jan Albert Goris, zoals zijn echte naam was,  vertoefde, tussen 1941 en 1964, in New York als Belgisch commissaris voor informatie, gevolmachtigd minister en verzorgde de rubriek “De stem van Amerika” voor de radio. Bij Paul van Ostaijen werd stilgestaan bij het prachtige beeldhouwwerk “de engel die waakt en treurt” van de hand van Oscar Jespers. Christine Ruttens droeg hier een gedicht voor van deze grote dichter. Aan de overzijde Willem Elsschot, pseudoniem van Alfons De Ridder en schrijver van “Villa des Roses”, “Lijmen”, “Kaas” en “Het Been”. Hier droegen Sandra en Christine “alarm in Gent” voor een ontmoeting van twee chi-chi-madammen in Gent. Eindigen deden we bij het graf van Gaston Burssens. De weinige aanwezigen konden het geheel toch smaken.

Het tweede gedeelte begon met Gerda Lindekens. Tja, wat moet daar over gezegd worden. De dame bleek heel zelfverzekerd en vergaste de aanwezigen met “Het geschenk” van Virginie Loveling, Gent liet dus Antwerpen niet los. Nadat grootvader het schuifken opengetrokken had en het knaapje het zo begeerde uurwerk gekregen had, jongens jongens wat een afknapper volgde nog een tweede optreden van Vitalski die het slot van “De leeuw van Vlaanderen” debiteerde. Het niveau steeg ineens met ettelijke percenten en de temperatuur volgde, zij het niet van harte.

Spijtig dat al de moeite die Christiaan en zijn mensen zich getroost hadden om hier een een leuk evenement van te maken door de weergoden gedwarsboomd werd. Of was het de vloek van Geert Vanistendael? Aan Christiaan, zijn echtgenote Vera en hun enthousiasme zal het zeker niet gelegen hebben; aan de inbreng van Jan Lampo, Vitalski en de dames van de academie van Hoboken ook al niet.

Tekst en foto's : Jacques Buermans.