Nieuwsbrief Nr. 76 - juli 2013

Het epitaaf van Philippe le Roy, heer van Broechem-Oelegem, Ravels en Eel. in de Broechemse Onze-Lieve-Vrouwekerk


De afkomst van Philippe le Roy

De familie le Roy telt in haar nageslacht enkele opmerkelijke beroemdheden. Vooral Philippe le Roy, de diplomaat met allerlei hoge functies bij de Spaanse overheid en Jacques III le Roy zijn zoon., de historiograaf. als auteur van de zogenaamde “kastelenboeken” waarvoor hij voor de tekeningen en kopergravures de beste kunstenaar  van zijn tijd engageerde.
Eén van de vele vergeten historische figuren die onze gewesten via hun diplomatieke inzet  wisten gestalte te geven, is zeker Philippe le Roy. Deze zeventiende-eeuwse Brabander die door zijn schranderheid en vernuft, in dienst van de Oostenrijkse en Spaanse Habsburgers, stond mee aan de wieg van de Vrede van Münster in 1648. Deze maakte een einde aan de Tachtigjarige Oorlog tussen Spanje en de Noordelijke Nederlanden.
 
Door de diplomatieke succes die hij verwierf, zijn contacten aan het Hof in Brussel, waar hij zich onder andere vestigde in de Isabellestraat, bezat hij diverse heerlijkheden, kastelen  zoals deze van Broechem-Oelegem, Ravels-Eel en Sint-Lambertskapelle, te Varent enz.
Vergete nwij niet dat zijn familie in die 17de eeuw tot de vooraanstaande Antwerpse families behoorde ook vooral door zijn economische aktiviteiten die hij van zijn vader erfde : de fabricatie van”poyer” dat hij leverde aan de Spaanse legers, maar ook daarbuiten. Hij vergaarde alzo fortuinen, die hem toelieten deze vele eigendommen te verwerven.
 
In het opus magister; “Notitia Marchionatus…” van zijn zoon Jacques vermeldt deze dat zijn vader het liefst in het landelijke Broechem resideerde. Hij liet daarom op de grondvesten van het oude kasteel een nieuwe, klassieke kasteel optrekken. Zeker in ’s zomers verbleef hij graag in het kleine Broechem, waar hij ook 5 december 1679 sterft en er begraven wordt voor het hoogaltaar naast zijn echtgenote, Marie de Raet.

Het epitaaf

Deze gravure (24,3 cm x 37,6 cm) uit Jacques le Roy’s “Notitia Marchionatus…”, in 1678, werd gesneden door Richard Collin. Deze afbeelding stelt het epitaaf van de echtelingen Philippe le Roy en zijn echtgenote, Marie de Raet voor. Of deze gravure tot voorbeeld diende voor het te ontwerpen grafmonument is zeer de vraag.
Onder het wapen links, dit van Philippe le Roy met eronder de tekst : MAIS LE ROY
S’ESIOVIRA EN DIEV Ps 62.
Beschrijving van het wapen : omgord met liefdesknoop ; aan de rechterzijde het wapen van de familie de Raet, gedeeld met dit van de familie le Roy en :
eronder de tekst :ICI DOVLEVR LAHAVT BONHEVR
Tussen beide wapens treffen we een, gevederde helm en handschoenen aan.
Boven dit alles zou er een schilderij prijken met het geknielde echtpaar Philippe le Roy gekleed in zijn heraldische tabbaard, zijn rechterhand houdt een gesloten boek vast, zijn linkerhand rust op een zwaard. Op de rok van Marie de Raet ligt een hondje, symbool van de echtelijke trouw. Op de achtergrond van het schilderij dat misschien meer weg heeft van een glasraam, bemerken wij een afbeelding van het kasteel van Broechem. Volgens deze beschrijving van J.-Th. de Raadt, die dateert uit 1891, hing  dit schilderij toen nog boven het epitaaf. Anno 2013 zijn het schilderijj en deze beide wapens verdwenen…
 
Philippe le Roy verwierf een zeer gedegen kennis van de klassieke oudheid. De Bijbel en de Latijnse kerkvaders pasten in zijn leefwereld.
In het midden van dit prachtig funerair gedenkteken (vooraan links in het hoogkoor, bemerken wij naast een korte biografie, in het Frans, ook drie Latijnse teksten  en een merkwaardig Grieks vers.
 
Deze biografie luidt als volgt :
 “Hier rust de heer Philippe le Roy, ridder en bron van het Heilige=Rijk, heer van Broechem, Oelegem en van Sint-Lambertskapelle, adviseur van Zijne Majesteit en beheerder van diens domeinen en financiën. Hij diende 50 jaar, zowel in belangrijke militaire als politieke zaken der eerbiedwaardige aartshertogen Albert en Isabel en de hoogwaardige en machtige monarch Philips IV, door wie hij met volmacht naar de staten van de Verenigde Provinciën werd gezonden om in Den Haag de vrede te bespoedigen, dewelke in Munster bleef aanslepen. Na twee jaar voorzitterschap slaagde hij gelukkig in zijn opdracht in het jaar 1648. Toen hij zich vervolgens uit de staatszaken wenste terug te trekken, droeg hij zijn status over op zijn zoon en verliet het hof. Hij koos de omgeving uit om de rest van zijn dagen door te brengen. Hij stierf op 5 december 1679 en de leeftijd van 84 jaren.
En hier rust de zeer edelen en zeer deugdzame vrouw Marie De Raet zijn echtgenote en dame van de hierboven genoemde heerlijkheden. Zij stierf op 20 augustus 1662 in de leeftijd van 48 jaren.
Moge God vrede schenken aan hun zielen”.
Links onder de eerste wachter staat volgende Latijnse tekst :
 “Monumentorum opulenta construction vivorum sunt solatia (Aug. serm. 34) et adolescentibus eximium incitamentum ad virtutem (Polyb)”.
Vertaald :
“Het optrekken van rijkversierde monumenten is een troost voor de nabestaanden, en voor de jongeren een uitgelezen aansporing tot deugdzaamheid”.
Rechts onder de tweede wachter :
“Tam rara in amicitiis fides, tam parata oblivio mortuorum, ut ipsi nobis debeamus etiam conditoria extruere (Pli. L. 6. Ep. 10).
of
“Zo zelden kan men zijn vrienden vertrouwen, zo snel worden de doden vergeten dat we zelf onze eigen tombes moeten bouwen”.
 
Opvallend is dan ook de Griekse tekst, die onderaan in het midden van zijn epitaaf gebeiteld staat :
ΚΑΛΩΣΘΑΝΩΝ / ΙΙΑΛΙΝΦΥΕΙ
(kalos thaon palin phyei)
of
“Wie een goede dood is gestorven, leeft opnieuw”
Dankzij zijn klassieke opleiding koos hij voor deze tekst,die echter geen citaat is maar zoals bij de Latijnse opschriften een vers van eigen hand. Philippe le Roy toont niet alleen in deze teksten dat hij klassiek geschoold is, maar dat hij zichzelf ook ziet als een dichter in de christelijke traditie.
Hij die  een “goede dood” sterft, leeft zowel opnieuw in het hiernamaals, en is voor diegenen die achterblijven een eeuwige herinnering.
Onderaan, in het midden onder een liggende hond :
“Aedificavit supra sepulchrum aedificium altum visu lapide polyto et super columnas arma ad memoriam aeternam (Mach. L. 1 C13)”.
of
“Op de graven liet hij een hoog monument oprichten, zodat het in de wijde omtrek zichtbaar was, in gepolijste steen, en bovenop de zuilen liet hij wapens aanbrengen tot eeuwig aandenken”.
 
Aan de overzijde van dit prachtig epitaaf bevindt zich een klein grafmonument in een gelijkaardige stijl. In het midden ervan ligt een slapend kindje. Het is de beeltenis van een zoontje van Jacques le Roy, Peter Pascal (054). Hij overleed op 3 november 1667 op zevenjarige leeftijd en werd met zijn moeder Dymphna de Deckere (+14 februari 1668, 34 jar oud) in het graf van zijn grootvader bijgezet.
 
Een bezoek aan de Broechemse parochiekerk is meer dan de moeite waard.
 
Tekst en foto's : Stefan Crick, voorzitter Jacques baron le Roy Genootschap vzw.
 
Bronnen & Bibliografie
Jacques le Roy, Notitia Marchionatus Sacri Romani Imperii Hoc Est Vrbis Et Agri Antverpiensis… François Lamming, Amsterdam, 1678.
Jean.-Théodore . de Raadt, Jacques le Roy baron de Broechem et du Saint-Empire, historien brabançon et sa famille, Nimègue D.C.A. Thieme, 1891.
C. Pama, Heraldiek en genealogie, een encyclopedisch vademecum, Uitg. Het Spectrum nv., Utrecht/Antwerpen, 1969.
Jos Goolenaerts, Perikelen rond het wapen en de afkomst van de familie Le Roy, De Krijter, HK De Kaeck, Wommelgem, 1984.
Bart Janssens, in Broechemse Sprokkelingen, grafschrift in de kerk,  HK Brucheem, april 2009.
Archief : Jacques baron le Roy Genootschap vzw.