Nieuwsbrief Nr. 8 - november 2002

Universal Funeral Awards uitgereiktMeer Belgische dan Nederlandse laureaten bij de uitreiking van de Awards. Is dit terecht?


Op 19 oktober werden de Universal Funeral Awards toegekend. Inrichter Paul Peeters ziet het groots, zo kennen wij hem nu eenmaal, en ging de internationale toer op. Tijdens zijn toespraak stelde hij dat België hopeloos achter Nederland en de VS hinkt. Daar kan ik inkomen maar wat mij dan wel verwonderd is dat er van de vijf laureaten drie Vlamingen zijn en slechts twee Nederlanders. Natuurlijk gun ik hen de trofee maar als ik dan vergelijk met het originele concept, een urnentuin, waar Grafzerkje Rudy D’Hooghe vorig jaar terecht laureaat mee dan lijkt het mij dit jaar maar dunnetjes. De twee Nederlanders kwamen, volgens mij, wel origineel uit de hoek. Ene Thea de Wit uit Roosendaal kwam met het idee om een, aangepaste, “kinderrouwauto” te bedenken zodat niet met de traditionele grote zwarte slee dient gereden te worden. De tweede prijswinnaar uit het Noorden kwam uit Den Haag. Margaret Sabée kwam voor de pinnen met een, in België nog steeds verboden, lijkwade. Dit is milieubewust én is ideaal voor mensen die vrezen levend begraven te worden.
De Belgische laureaten waren veel minder origineel. De grote Oscarwinnaar werd bekroond omdat hij een hypermodern funerarium uitbouwde. Wel mijnheer Framar Rongé uit Boom ik mag wel zeggen dat ik in het dorp Antwerpen al meer dan één zeer modern en, zoals in het artikel vermeld, van toiletten voorzien funerarium heb gezien en ik vrees voor u dat er in Nederland nog veel meer baanbrekend werk werd gedaan op dat gebied. Een stapelurne voor de gehele familie van Emily Blondeel uit Oostduinkerke heb ik in 1999 reeds gezien bij de heer André Chabot, een Parijs funerair kunstenaar. De blokjespuzzel, waarin de as van de overledene over verschillende vakjes wordt verdeeld, van Carine Van Gerven zag ik reeds op Nederland 3 in een
reportage over moderne grafmonumenten.

Tekst : Jacques Buermans