Nieuwsbrief Nr. 8 - november 2002

Maria ‘s Heeren in ere hersteld100 jaar na haar overlijden oogt haar grafmonument mooier dan tevoren


Een klein onopvallend graf op perk Y, rij 28, is dat van Maria ‘s Heeren. Het monument, opgericht door de maatschappij Leopold, vermeldt dat Maria, amper 17 jaar oud, omkwam tijdens de lichtstoet van 15 augustus 1902, het feest van de Hemelvaart van Onze-Lieve-Vrouw, de patroonheilige van de stad. De lichtstoeten werden georganiseerd vanaf 1890. Antwerpen had in die tijd een traditie van optochten opgebouwd. De maatschappij Leopold kaapte al drie keer de eerste  prijs weg. De praalwagen van 1902 stelde een Noords ijskasteel voor en droeg de naam “Fantazij op de Winter”. Hij was opgemaakt uit gaas en belegd met doeken en watten. Het geheel werd langs de onderkant verlicht met benzinelampen, de bovenzijde was voorzien van elektrische verlichting, olielampjes en kaarsen. Een tiental kinderen strooide papieren sneeuwvlokjes vanaf de wagen. Maria vertolkte de rol van de bruid van Koning Winter. Gracieus troonde zij hoog op de wagen, zes meter boven de grond. Uit veiligheidsoverwegingen was zij vastgesnoerd op haar troon. Zij had een schaar bij om de gordels, ingeval van nood, door te knippen. Op de Sint Kathelijnevest stopte de stoet en vatte de praalwagen plots vuur. Omstanders konden iedereen bevrijden maar met Maria lukte dit niet, zij kon zich onmogelijk losmaken. Zij overleed de volgende dag in het Sint Elisabethziekenhuis. Het meisje gold als een symbool van onschuld en werd op 18 augustus door duizenden Antwerpenaars als een martelares ten grave gedragen. Het stadsbestuur en de maatschappijen die aan de optocht meededen zorgden ervoor dat de naaister, die uit een kroostrijk gezin kwam, een vorstelijke uitvaart kreeg. Langs het hele traject van het Sint Elisabethziekenhuis naar de Kielbegraafplaats stonden die namiddag rouwende Antwerpenaars. Mensen klommen in bomen, lantaarnpalen en op rijtuigen. Op weg naar het Justitiepaleis werd de lijkkist gevolgd door de Sneeuwfeeën die samen met Maria het drama hadden beleefd. Eminente personen droegen de hoeken van het baarkleed. Tot laat in de avond legde men bloemen op haar graf.
 
In Borgerhout werd later een straat naar haar genoemd. Twee jaar na Maria’s overlijden had men genoeg geld ingezameld voor een waardig gedenkteken, dat besteld werd bij de beste steenhouwer Cl. Jonckheer fils. Maria werd overgebracht uit het graf in gewone grond waarin ze sinds 1902 rustte, naar de kosteloze vergunning. De engel duidt op het jonge leven dat plotseling werd weggerukt. Op Maria’s graf plaatste men geen muze of verpersoonlijking van de stad omdat ze niet wordt herdacht om wat ze realiseerde maar om wat haar is overkomen. De foto op het graf werd genomen vlak voor Maria stierf. De fotograaf legde zij ook in zijn uitstalraam, aan de Offerandestraat, die dagenlang druk werd bekeken. Hetzelfde beeld staat op Maria’s doodsprentje, dat als postkaart werd uitgegeven. De zwarte inscriptieplaat werd pas in 1928 aangebracht en is vervaardigd uit marmoriet, een glassoort die minder sterk is dan marmer. Bij de overbrenging van de stoffelijke resten naar Schoonselhof werd de toen inmiddels gebarsten plaat vervangen. Momenteel is ze opnieuw gebarsten.
 
De waarde lezer weet hoe ik denk over de schepen voor begraafplaatsen van de stad Antwerpen en zijn kabinetschef. Wat de waarde lezer misschien niet weet is dat de contacten met de mensen van de administratie en van de technische diensten van de begraafplaats prima verlopen. Ik kon tot op heden steeds een beroep doen op en, indien hun reglementen dit toelieten, zochten ze steeds naar een bevredigende oplossing. Volgend staaltje om dit te illustreren. Op zaterdag 10 augustus, tijdens een rondleiding, stelde ik vast dat het groen en onkruid de overhand aan het nemen was bij het grafmonument voor Maria ‘s Heeren. Nu wil het dat dit feit zich op 15 augustus 1902, 100 jaar geleden, afspeelde. Ik vroeg aan de technische verantwoordelijke Willy Van Bergen of hij daar niets kon aan doen en beloofde, als tegenprestatie, op de verjaardag van haar overlijden een bloemetje voor haar grafmonument. 
De dag na mijn vraag was het grafmonument ontdaan van alle overtollig groen en onkruid. Met mijn tegenprestatie, ik vulde de bloembak en deponeerde enkele roosjes, komt het grafmonument er veel beter voor. Daarom: dank u Willy. Als het goed is zeggen we het ook.
De letters in de marmorieten plaat waren, volgens mij, ooit beschilderd. Ik besefte toen nog niet dat ik nog onhandiger was dan ik dacht en trok er, met een familielid, op uit op de letters te herschilderen. Nadat ik niet minder dan drie letters voor mijn rekening had genomen was er meer verf te ontdekken op mijn kleding, schoeisel en haar dan op het grafmonument. Mijn familielid, iets handiger dan ik, (wat niet moeilijk is) stelde daarenboven vast dat de letters in het verleden niet beschilderd waren geweest maar dat ze denkelijk opgevuld werden met een soort kalk. Dit werkje ging vlotter dan het schilderen. Het grafmonument voor Maria ‘s Heeren oogt nu mooier dan voorheen. Na enkele tijd zie ik echter wel dan de letters een klein beetje uitlopen en dat het onkruid weer beetje bij beetje de bovenhand neemt. Dus als er Grafzerkjes zijn die ooit eens langs het Schoonselhof komen zij kunnen misschien even de tijd nemen om, met een natte doek, de letters terug mooi te maken en, met een snoeischaar, het overtollige groen te verwijderen. Maria zal u eeuwig dankbaar zijn en ik ook.


Tekst en foto : Jacques Buermans
 
Bronnen of meer informatie:
 
DE MAAGD VAN ANTWERPEN, Brigitte Raskin, Vereniging ter bevordering van het Vlaamse boekwezen 1992. D 1992 128 3, 90 72103 22 X.
 
ANTWERPSCHE TYDINGHEN nr 1, maart - april - mei 2002. Uitgegeven door de Koninklijk Gidsenvereniging van Antwerpen.
 
ANTWERPSCHE TYDINGHEN nr 2, juni - juli - augustus 2002. Uitgegeven door de Koninklijk Gidsenvereniging van Antwerpen.