Nieuwsbrief Nr 74 - maart 2013

Moscowa: wat een begraafplaats! Wat een ontvangst! Wat een visie!prachtige afsluiter van de driedaagse.


Met drie wagens reden we naar Arnhem naar de begraafplaats Moscowa. De “lokalen” dachten aan een Belgische invasie. Aan de hoofdingang werden de “Figi’s” vervoegd door Christine, An en Dirk die de verplaatsing met de trein maakten. Linda en Huub hadden andere verplichtingen en Hante, zo bleek later, had ons niet gevonden. Om 10.30 uur werden we ontvangen door de heer André Kruijmer, locatiemanager. Ontvangen en hoe? De koffie en de thee stonden klaar samen met diverse soorten cake. Omdat de zerkjes gisteren blijkbaar jaloers waren op mijn cadeau van Wim namelijk de nagels voor mijn doodskisten had Wim een hele bak met nagels van doodskisten bij zodat de zerkjes ook hun nagels hadden. Vandaar trokken we naar de begraafplaats. André bleek een bevlogen verteller te zijn. Hij vertelde dat Hendrik Jacob Carel Johan baron van Heeckeren van Enghuizen, een vriendje van Napoleon was, die de slag bij de Borodino, later bekend als de slag bij Moscowa overleefd had. Hij, onze baron niet André, werd grootgrondbezitter en noemde zijn hofsteden naar de veldslagen die hij voor Napoleon had geleverd. Op deze plek werd, in 1875, een 32 hectare grote begraafplaats geopend bestaande uit een algemeen gedeelte, een rooms-katholiek gedeelte en een islamitisch gedeelte. André Kruijmer beantwoordde een vraag over het percentage crematies met: 75% crematie tegen 25% begravingen. Hij wist ook te vertellen dat vrijzinnigen begraven werden op het protestantse gedeelte omdat de lijn ‘gewijde grond’ en ‘ongewijde grond’ heel dun is. 
We stonden stil bij een monument voor de Arnhemse priesters. André vertelde dat er veel gerestaureerd werd maar dat men niet streeft naar monumenten die er nieuwer dan nieuw uitzien. Hij zegde ook dat de Belgen mindere kwaliteit van steen uit de Ardennen leverden wat natuurlijk door ons werd vertaald als “Jullie konden de hoge kwaliteitssteen niet betalen en daarom moesten jullie het met mindere kwaliteit doen!”. Wim Vlaanderen specifieerde dat de vier evangelisten op het grafmonument afgebeeld stonden: Mattheus als mens met vleugels, de stier voor Lucas, de leeuw voor Marcus en de adelaar voor Johannes. Wat verder hadden wij vragen bij een graf met als opschrift ‘bouwpastoor’. André Kruijmer zei dat dit een pastoor was die betrokken was bij de bouw van een kerk. Klimop en een afgedekte urne op het graf Geubels.
Steenkapper Hutjens toonde zijn kunnen op zijn eigen prachtig grafmonument. De kapel Sprenger bezit een uit Italië afkomstige engel. De glazen deur werd voor restauratie volledig uit elkaar gehaald zo stelde André. Vale was een art decograf dat door ons An toch eens van nabij bekeken diende te worden op zoek naar de maker van het medaillon. Het gerestaureerde graf Weijn was een knap staaltje vakwerk. 
Basten – Batenburg was een invloedrijke familie. Een dubbele kelder met luikje om urnen bij te zetten op het graf Motz. De familie was afkomstig van Oostenrijk en Hongarije en een van de familieleden was kamerheer van de Nederlandse koningin. Omdat de wortels van de kastanjebomen te ver reiken was de visie van de locatiemanager om hier urnengraven te plaatsen. Geweldig idee. Dat André Kruijmer er een meer dan gezonde visie op nahoudt bleek uit het feit dat waar nu nog dikwijls drie graven tussen twee rijen hagen staan de plaats na het ruimen ingenomen zal worden door slechts één graf. De kostprijs voor zo één graf is dan wel het driedubbele zodat de begraafplaats groener wordt en de kosten niet verlagen. We zagen zo’n voorbeeld: het graf Vollenbergh. Deze ambtenaar was enorm begaan met Moscowa. De steen werd zo gehakt dat er altijd water in staat. De man was ook een levensgenieter getuige daarvan was de magnumfles op zijn laatste rustplaats. De boeren uit de omgeving staan in voor het maaien van de perken. Zij doen dat ‘s morgens vroeg of ’s avonds laat zodat ze de rouwenden nooit storen. 
Iets verder een watergraf. We namen een kijkje door een opening in de muur. Volgens André had hij dat speciaal voor ons laten doen. We zagen een, zoals steeds, gesloten Joodse begraafplaats. Bij Nieweler bewonderden we het prachtige gerestaureerde smeedwerk. Boerbooms was de architect die de begraafplaats uittekende. Een perk met een hoop levensgrote muziekinstrumenten. André Kruijmer zegde “Alles kan maar niet overal op de begraafplaats en hier op dit veld kan het”. Wim en ikzelf konden het niet laten om die instrumenten eens te bespelen. Er kwam een vraag over diefstallen en de locatiemanager zei “Alle hekken blijven ’s nachts open, als je iets wil halen doe maar, maar het valt wel mee.” 
Jean Clement van Maasdijk stortte neer toen hij zijn verloofde ging groeten met zijn vliegtuig. Ook een visie die men hier aantreft: men poot hier her en der moderne asurnen neer. André Kruijmer daarover: “De wortels van de bomen komen dikwijls zo gigantisch ver dat het beter is om in de omgeving van grote bomen asurnen te plaatsen.” Hij haalde als voorbeeld het grafmonument van projectontwikkelaar Sleijster aan. De enorme grafkelder bevat onder meer een houten kistje uit 1914. De wortels van de naburige beuk gingen dwars door het houten kistje. 
Het mausoleum voor Romein werd voor restauratie volledig uit elkaar gehaald. Hendrik Kooy werd als katholiek op het protestantse gedeelte begraven omdat hij met een protestantse gehuwd was. Hendrik schreef een prijsvraag uit voor een grafmonument voor zijn overleden vrouw Alida. Architect Diehl ontwierp een rechthoekig graf met een lage ommuring. Achter op het graf staat een beeld van de Vlaamse beeldhouwer Alfons J. Strijmans. Ons An ging toch wel eens kijken of het klopte. Het beeld stelt een vrouw voor die de bezoeker met haar hand tot stilte maant en heet 'De Stilte'. Het beeld liep oorlogsschade op omdat het in het donker stond en de Duitsers dachten dat het een persoon was. 
We kwamen aan een gedeelte met vele asurnen. Enkele staken er boven wat originaliteit betreft. We zagen een hand waar de as uit kon glippen en een hartchirurg die overleed … aan een hartaanval kreeg een passend monument. Op het moslimgedeelte een graf voor drie Afghaanse vrouwen die vermoord werden. Hier in Moscowa gaat men ook anders om met foetussen van minder dan 24 weken. In samenspraak met het ziekenhuis worden die verast en alle drie maand komt er een asverstrooiing bij een foetusmonument in het bijzijn van die moeders én iemand van het ziekenhuis. André Kruijmer daarover: “De vrouwen gaan daar veel beter mee om omdat ze ruimte krijgen om afscheid te nemen en omdat ze samenzijn met andere dames die hetzelfde meemaakten.” Alie van Kooten krijgt één keer per jaar post. Zijn grafmonument is er op voorzien.
Dan was het tijd voor een meer dan voortreffelijke broodjesmaaltijd. Ook om André Kruijmer wat te laten vertellen over zijn Moscowa. De mensen die een grafmonument komen uitzoeken worden hier rondgereden in golfkarretjes wat ze als comfortabel ervaren en het ook makkelijker maakt om zo de 32 hectare grote begraafplaats te verkennen. De locatiemanager stelde ook nog eens dat alles hier kan, alleen niet overal. Ook zei hij dat groen geen geld kost, groen brengt geld op. Na de maaltijd toonde André ons de verschillende aula’s (232). Terug op pad en weer een originele visie: urnen voor verhuur (233). De geïnteresseerden kiezen zelf de duurtijd en mogen alles rond de urne plaatsen. Kolonel Kuyck (234) verdronk in de Rijn. Een afdeling Nederlandse militairen met piloot Overgaauw (235). Zijn ouders zagen hun zoon neerkomen boven Arnhem. 
Tot slot toonde André Kruijmer ons het hypermodern crematorium. Alle nieuwste snufjes waren hier aanwezig. 
Een afsluitend drankje maakte een eind aan een begraafplaats met mogelijkheden maar zeker met een locatiemanager die met vuur en visie over zijn begraafplaats sprak. Wat een begraafplaats! Wat een ontvangst! En vooral wat een visie!
Jacques Buermans
Foto’s: Ria Vaes en Christine Sanberg