Nieuwsbrief Nr. 73 - januari 2013

Soestbergen Utrecht met een unieke rotonde


Iedereen op tijd op post. Janne Kok was onze gids en zij kreeg het gezelschap van Wim Vlaanderen, de man die voor ons de driedaagse op punt stelde. Wim had zoals steeds een geschenkje bij voor mij: enkele nagels van doodskisten. Ik zeg dan al grappend dat Wim de nagel aan mijn doodskist is. Janne vertelde dat vanaf 1829 niet meer in of nabij de kerk begraven mocht worden. Katholieken dienden in ongewijde grond begraven te worden. De priester loste dit op door uit een kistje met gewijde aarde wat aarde aan de grond toe te voegen. In 1830 ontwierp Zocher deze begraafplaats met een unieke rotonde die 170 grafkelders telt, en er pas in 1844 bijkwam. Mensen die een graf hadden in de kerk konden zich hier laten begraven. Janne stelde dat het een algemene begraafplaats was, maar dat er toch sociale verschillen merkbaar waren. Ze vertelde ook het verhaal over de toenmalige beheerder, een zure vent. Hij mocht een kwartje vragen aan elke bezoeker van de begraafplaats maar hij deed dat ook bij een begrafenis.
 
Onze tocht ving aan bij een mausoleum voor de familie Grothe. Jacob was rentenier en de oude zeden en gewoontes waren hem lief. Bij zijn begrafenis in 1899 riep hij een verdwenen gewoonte terug leven in: op zijn lijkbaar werd een laken gescheurd. Een gewoonte waaruit rijkdom bleek en liefdadigheid, want het laken werd aan een weeshuis geschonken om kleding voor de weeskinderen te maken. Jan Coenraad Koopman was bevelhebber van een flottielje van 12 kanonneerboten op de Schelde tussen fort Austruweel en fort Burght. Toen de Antwerpse citadel werd belegerd door maarschalk Gérard stond Koopman generaal Chassé hem bij. Na die zware belegering gaf Chassé de Citadel over aan de Fransen maar de flottielje en de kleine forten waren daarbij niet inbegrepen. 
De Nederlanders kregen vrije aftocht maar wezen dit aanbod af. Koopman verkoos zijn schepen te verbranden, liever dan de vlag te laten beledigen. Anton Falck was een belangrijk staatsman ten tijde van koning Willem I. Hij was één van de weinigen, voorstander van een samengaan met België. Na een conflict met de koning trad hij als gezant af. In 1839 werd hij ambassadeur in Brussel. Falck was vrijmetselaar. Hendrik van Beuningen was Tweede Kamerlid en directeur van de Steenkolenhandelsvereniging. Tussen 1873 en 1885 vervulde hij de functie van chef van het goederenvervoer. Een portretbuste in wit marmer met drie papavers, wat staat voor eeuwige slaap, voor A. C. van Woerden, hoogleraar in heelkunde. 
Johannes Jacobus van Oosterzee was theoloog, predikant en dichter. May Twiss overleed op zesjarige leeftijd. Haar ouders gaven een boekje uit “Niet huilen mama!”, een bloemlezing van gedichten over het sterven van kinderen. Werner: een naakte man met een engel met gevouwen vleugels bewees eens te meer dat smaken verschillen: velen vonden dit prachtig, mij kon het niet bekoren. 
We kwamen aan bij de rotonde: een uniek ontwerp met zijn vijf ringen. De ingang van de kelders dient gesondeerd te worden door de arbeiders van de begraafplaats. Soms is de ingang van de kelder zichtbaar. Naast die kelder wordt dikwijls ook nog een monument opgericht zoals bij Ter Brugge – Krecke.
Op de rotonde, Gijsbert von Derfelden van Hinderstein, cartograaf. Zijn bibliotheek was in 1858 een van de grootste verzamelingen aan boeken over geografie, atlassen en kaarten. Een plek voor de aartsbisschoppen van Utrecht. Zij zijn ‘oud-katholieken’. Ze sturen een brief naar het Vaticaan om te melden dat ze niet katholiek zijn, ze huwen ook en worden bijgevolg geëxcommuniceerd. Het binnenste van de rotonde was een knekelput. 
Jacobus Schroeder van der Kolk was hoogleraar anatomie en fysiologie en stond als psychiater aan de wieg van de krankzinnigenwet van 1841. Willem Gerrit van de Hulst was schrijver van kinderboeken en een begenadigd verteller van verhalen die, hoewel ze uit de protestantse moraal kwamen, nooit het woord ‘God’ in de tekst hadden. Mollinger was een succesvol schilder die jong overleed aan tuberculose. Hij schonk zijn schilderijen aan een kunstgenootschap die met de opbrengst ervan het grafmonument liet oprichten. 
Op het graf W. Alfenaar kijkt één oog naar de tropische kust. Rudolf Römer was predikant. Robert Van Genechten, afkomstig van Gent, was activist tijdens W. O. I. Later werd hij advocaat. Vanwege zijn rol tijdens de bezetting werd hij ter dood veroordeeld. Hij pleegde echter zelfmoord vóór de voltrekking van het vonnis. 
Vaderke: een graf van een NSB’er met runentekens. Janus De Winter was schilder en voorloper van het surrealisme. 
Een draak van een monument uit 1983 ter gelegenheid van 150 jaar Soestbergen. Wat verder 21 piloten die in 1943 en 1944 zijn neergestort en een Koreamonument. 
Op 6 november 1944 trof een Britse luchtaanval een kliniek. Daarbij kwamen vijf verpleegsters om. Een lage rotsformatie voor Dick van Ruler). Couvee is de bezitter van een mausoleum. Wim Vlaanderen wees ons hier op twee sleutelgaten: twee verschillende familieleden bezitten elk één sleutel zodat de ene de deur niet kan openen zonder de tweede. Veel symboliek op de graven Schuyt en P. J. van Oort.
Een graf in schelpvorm voor Joan Vlug, burgemeester van Breukelen. De twee bekendste bewoners van Soestbergen hield Janne Kok voor het laatst. Nicolaas Beets, predikant en schrijver. Onder het pseudoniem Hildebrand schreef hij “Camera Obscura”. Zijn graf bevat ook zijn twee vrouwen, namelijk twee zussen die hij na elkaar heeft gehuwd. Zijn naam is pas na zijn dood op de steen aangebracht. Beets vond dat dit niet nodig was omdat God wel wist hoe hij heette. Verscholen tussen de bloemen en de struiken lag Gerrit Rietveld, architect en meubelontwerper. Dé exponent van het Nieuwe Bouwen dankzij het Rietveld- Schröderhuis. Mevrouw Schröder is ook de oorzaak van een grafaffaire zoals we hier nog niet gezien hebben vertelde Janne: een herbegrafenis na 31 jaar op Soestbergen. Niet bij Rietvelds vrouw want haar graf was geruimd. Eenzaam troont hij nu in weduwnaarschap op de heuvel. 
Daarmee kwam een eind aan een leerzame tocht op Soestbergen toch wel van een hoger niveau dan Kovelswaarde. Janne en Wim werden bedankt. De groep ging gezamenlijk eten in Le Canard. Daarna ging ieder zijn eigen weg.
 
Jacques Buermans
 
Foto’s: Ria Vaes en Christine Sanberg