Nieuwsbrief Nr. 72 - november 2012

Bezoek begraafplaats Heide-Kalmthouteen kleine begraafplaats kan ook interessant zijn.


Zondag 28/10/12
 
Door een misverstand bij de toeristische dienst was de groep geïnteresseerden veel te groot uitgevallen, waardoor hij zelfs na splitsing, nog 27 leden bevatte. Onze gids was Hans Geldof. Hij begon met een korte inleiding over de geschiedenis van Heide-Kalmthout. Het is een gehucht dat nog geen 100 jaar bestaat en eigenlijk opgericht is om de stroom van Antwerpse bourgeoisie, anarchisten, artiesten en andere rare snuiters een eigen plek te geven. Het is dus nog een jonge begraafplaats waar opvallend veel hoteliers hun laatste rustplaats vonden.
Een stukje geschiedenis over het begraven zelf. Voor het christendom werd er eerder gecremeerd dan begraven. Vandaag zijn er veel meer crematies dan begrafenissen. De Egyptenaren gebruikten piramides om hun doden onder te brengen en de Romeinen hadden een heuse ‘stad der doden’ waar hun urnen bewaard werden. Parijs heeft haar Père Lachaise; een begraafplaats van 200 jaar oud en eentje die model stond voor Europa. Antwerpen heeft natuurlijk Schoonselhof en Brugge heeft ook een mooie begraafplaats. In Deurne is Sint Fredegandus ook het bezoeken waard.
Vroeger werd enkel in en rond kerken begraven. Moordenaars, prostituees en ander gespuis werd in een hoekje met ongewijde grond begraven. In 1784 verbrak Jozef II dit monopolie en Napoleon verbood in 1804 om nog langer in stadskernen te begraven.
De parochie Heide werd opgericht in 1929. In 1930 kwam er een school, in 1935 een kerk en de begraafplaats werd in 1932 in gebruik genomen.
Enkele noemenswaardige grafstenen:
Familie Beirens was een architectenfamilie en ontwierp naast Villa Tilda ook de synagoge van Heide.
Het grafmonument van de familie Gommeren was het eerste van deze begraafplaats. Meneer van Gommeren was voorzitter van de Kerkfabriek. Het graf is overgeplaatst van de centrumbegraafplaats.
Sus Van Tilburg had het eerste hotel in Heide, in 1902 en hij was ook ploegbaas van de ‘zandwerken’ van Heide. Men had in die tijd veel zand nodig voor de aanleg van de haven van Antwerpen.
Centraal gelegen stond vroeger de ‘calvarieberg’. Dit was een monument waarbij het de bedoeling was om er vier priesters in te begraven. Er is slechts eentje op die bestemming geraakt en hij is waarschijnlijk samen met het monument verdwenen. Dit was een ontwerp van Alfons Baggen en stond er sinds 1933. Het huidige houten monument is ontworpen door Marc Schepens, een ecologisch architect. Hij beschrijft zijn ontwerp als een plek waar de zielen van de overledenen kunnen opstijgen. Het is een plek waar bij begrafenissen afscheid genomen wordt van de afgestorvene. 
Het grafmonument van de familie Goublomme is in die zin speciaal omdat er drie familieleden liggen die vermoord werden in hun woning op de Rubenslei.
In het graf van de familie Lathouwers, liggen vader en zoon samen. De zoon stierf na een ziekte.
Beirens was een stuntpiloot en werd in 1934 als held ingehaald in Heide.
Paul Ceulemans was een gekend schilder. Zijn vrouw droeg de naam ‘Gogo’.
Hier werd de rondleiding onderbroken omdat de mensen van Atv die een interview wilden met de gids.

We gingen verder met dokter Vercraeye: belangrijke familie in Heide.
Florence Maud Smith: werd 104 jaar (1880-1984).
Willy Vandersteen (1913-1990): van hem is het niet echt duidelijk waar hij begraven ligt. We kwamen aan een grafzerk met zijn naam en data, met naast hem een open plek om zijn tweede echtgenote die nog in leven is, begraven wil worden. Daar schuin over, echter is er een familiegraf waar zijn eerste echtgenote begraven ligt en waar ook zijn naam en data op vermeld staan.
Familie Letzer: oprichter van het sleepbotenbedrijf, net voor WO I.
Familie Theeuws: had een textielbedrijf ‘Distex’ die babykledij maakten en die een belangrijke werkgever was voor jonge vrouwen die er aan de slag konden in de confectie.
Carlo Willems (1935-1975) had een koffiebranderij. Hij gebruikt als eerste een soort spaarsysteem, waarbij men kon sparen voor allerhande huishoudelijke zaken. Zo kon men vb sparen voor een kinderwagen. Na het overlijden van meneer Willems, heeft mevrouw Willems dit spaarsysteem uitgewerkt tot een echt bedrijf voor huishoudspullen.
Familie Martens (1907-1990): oprichter van DURA, een bouwfirma.
Meurisse had een chocoladefabriek op het grondgebied van Heide.
Familie Van Den Driessche: dit grafmonument bevat Rune tekens naast een trollenkruis, ook de ‘Eigen bloed en eigen land is belangrijkst’ uitbeelden.
Buyens (1907-1999): oprichter van het bedrijf Monida.
De kinderen Pels: zijn samen met hun kinderjuf om het leven gekomen nadat een V1 op het huis van de buren terecht gekomen was. Weetje: als de familie Pels het huis kocht, stond er een tuinhuis. Niemand wist dat dit bewoond was door een zonderlinge man, maar deze is gewoon in het tuinhuisje blijven wonen en kon zeer goed overweg met de kinderen Pels.
Constant Vinck had ook een hotel.
Geert Pynenburg (1896-1980) was schrijver en woonde samen met zijn echtgenote, Gertrude Flint (1898-1986) in het ‘melkhuisje’, dat nu nog bestaat. Het was een soort aanspoelpunt voor allerlei kunstenaars. Typisch voor het melkhuisje, bleek een soort ‘put’ te zijn waar de bewoners en de gasten naakt konden zonnen. Onder meer naar aanleiding van deze levenswijze, heeft men de parochie Heide opgericht, zodat zij niet meer geassocieerd moesten worden met Kalmthout.  Het gastenboek van het melkhuisje wordt bewaard in het letterenhuis.
Georges Capiau, afkomstig van een rijke familie en is verongelukt toen een lading dynamiet te vroeg tot ontploffing kwam in 1940, bij het begin van de oorlog. Met het geld dat hij nog op zak had, heeft men een glasraam laten maken dat nu nog te zien is in de kerk van Heide.
Gomarus Van Geel: gesneuveld in 1940. Hij kreeg een straatnaam.
Ernest Mide (1877-1938- was van Franse afkomst en woonde eerder in Antwerpen, Mol en Kalmthout alvorens in Heide te belanden. Hij is een groot schilder en zijn collectie is nu nog te bewonderen in Bergen Op Zoom. Tijdens de eerste wereldoorlog was hij krijgsgevangene.
Valerie Van Mons (1893-1976) stelde bij de oprichting van de parochie in haar villa ‘Ten Oost’ een ruimte ter beschikking, die als klaslokaal diende.
Jozef Smits (1869-1953- was stationschef.
Martin Verbeeck kon gezien worden als een Europees industrieel. Hij was oprichter van onder andere CBR (Cementerie Belge Réunie), ENC (eerste Nederlandse  Cementindustrie), was betrokken bij de bouw van de Aswandam in Egypte, hervormde de landbouw in onder andere Merksplas en Poppel en legde de eerste betonweg aan tussen Malle en Turnhout. Hij was zeer sociaal bewogen, want hij had een fabrieksraad en zijn werknemers kregen gratis voedingsmiddelen en betaald verlof.
Familie Pairon-Goublomme was burgemeester en senator; hiernaast bezat hij ook nog een drankenzaak.
Een speciaal monument: een hunnebed is er als graf van de familie Naeyens. Hij was een schilder en oprichter van de schilderswinkel ‘De Distel’ aan de academie van Antwerpen.
Arthur Clemminck (1887-1954) was aannemer.
Familie Boost (1933-1999) was oprichter van ‘Bosto-rijst’.
Dokter Zaman (1894-1966) was arts en burgemeester.
Karel Van Roy richtte in 1950 een kunststoffenbedrijf op waar hij onder meer tuinslangen maakte. Nadien produceerde hij ook afvoerbuizen in kunststof. Hij stelde op een bepaald moment 200 mensen te werk. Het bedrijf is nu overgenomen door Solvay.
De sarcofaag van de familie Corstiaens-Neefs: onder andere eigenaars van ‘den bougie’.
Het grafmonument van de familie De Cat, waar Jet Jorssens, als schrijfster aan het oostfront terecht kwam. Daar werkte ze als verpleegster. Na de oorlog is ze veroordeeld, maar in ere hersteld, zodat ze in 1956 terug aan de slag kon als leerkracht. Hun dochter, Els is, amper 10 jaar oud in een verkeersongeval om het leven gekomen.
Megens-Van Walle: hadden een hotel, maar mw Van Walle was directeur van haar kwekerij van raskippen.
Maria Hectors (1924-2002) heeft ook opvallende rune tekens.
Ernest Albert was kunstschilder en lesgever aan de academie van Mechelen. Zijn echtgenote, Marielle Breugelmans was pianiste en actief in het verzet tijdens WO II. Zij is opgepakt en gearresteerd. Tijdens die periode in gevangenschap is ze zo hard geslagen dat ze nadien nooit meer piano kon spelen. Ze gaf wel nog pianoles.
Tot hier deze rondleiding op een toch wel kleine begraafplaats met een aangename gids, die zich moest haasten om tijdig aan de ingang te zijn om zijn tweede groep voor die dag op te vangen.
 
Leen Otte
 
Foto’s: Leen Otte en Erwin Hoegaerts