Nieuwsbrief Nr. 72 - november 2012

Tante Kato ging op reis en stond voor het Lenin Mausoleumzelfs drie keer blijkt geen scheepsrecht te zijn!


Vladimir Ilyich Lenin (geboren V. I. Ulyanov) * 1870-1924 * Rode Plein Moskou, Rusland
 
Vòòr een mausoleum staan is als vòòr een deur staan, men kan of mag niet binnen.  Frustrerend ?  Drie keer in mijn leven was ik op het Rode Plein en telkens zag ik de buitenkant van dat indrukwekkende gebouw aan de voet van de Kremlinmuren. 
 
Ik ken het mausoleum al sinds mijn kinderjaren, sinds we televisie hadden, da’s eigen aan mijn generatie.  Bij alle grote militaire parades -denk aan 1 mei- stonden de partijbonzen bovenop een verhoog, een soort “tribune”.  Wij keken toen uiteraard in zwart-wit, dus het was gokken naar de kleuren.  Laat ons zeggen dat het er somber uitzag.  Dàt beeld heeft mij altijd gefascineerd, bleef op mijn netvlies gebrand.  Want die bonzen stonden -zo bleek achteraf- op de hoogste trap van het Lenin Mausoleum.
 
Februari 1988 bezocht ik voor het eerst het Rode Plein of Krasnaya.  Krasny betekent mooi.  Het plein heeft dus niet zijn naam gehaald van de rode kleur van gebouwen en muren noch van de kleur van het communisme.  Met temperaturen van -18° C mag men gerust van ijskoud spreken.  Dat plein -een enorme vlakte van 550 op 100 meter- was léég, léég.  In mijn fantasie zag ik het vliegtuigje van de Duitser Mathias Rust landen (1987).  Moet dat even een schok geweest zijn voor het communistische bestuur.  ‘t Was dan ook het begin van de afbrokkeling van dé mastodont.  Op dat plein was toen niets te zien.  Het leek wel of er een groot verbodsteken hing “verboden het plein te betreden”.  Aan de zijkanten, onder de muren van het Kremlin en vòor de Basileuskathedraal was echter een lange zwarte sliert : ingeduffelde Russen die uren stonden aan te schuiven, de kou trotserend om het gebalsemde lichaam van hun grote voorman te zien.  Uiteraard ging een Westerse toerist daar niet aanschuiven.  Wij zijn niet gehard tegen die kou.  Bovendien waren wij niet verplicht.  En het derde argument was doorslaggevend : in een georganiseerde reis is daar géén tijd voor.  Tot ziens mausoleum, ik kom wel eens terug als de zon schijnt.
Juni 2011 : dé zon scheen !  Het Rode Plein en de aanpalende Alexandertuinen ademden “vrijheid, blijheid” uit.  Behalve vòòr het mausoleum : daar werd iets opgebouwd of afgebroken voor één of ander optreden.  Ijzeren rasters zorgden ervoor dat je het mausoleum alleen op afstand kon fotograferen.  Tegenover het Kremlin waren twee poepsjieke restaurants mét terras.  Eén keer in mijn leven heb ik dus iets gedronken op een zonovergoten terras met uitzicht op hét mausoleum.  Met prijzen als 7,25 € (thee) en 9 € (pilsje) blijft men geen uren hangen.  Deze keer geen files te zien.  Er waren geen trouwe partijgenoten die kwamen groeten.  Dé ideale gelegenheid dus om een bezoek te brengen.  Was het even pech : het mausoleum sloot de deuren om 13.00 uur en wij waren te laat.  Komt ervan zo lang over één dure consumptie te doen.  Grote borden verwittigden ons : men mag zaken als rugzakken, tassen, handtassen, camera’s, herenhoeden, enz ... niet mee binnen nemen.  Men zal als toerist de vereerde dode nooit kunnen fotograferen. 
 
September 2012: Het Rode plein zal er afschuwelijk chaotisch uit. Er was een wisseling tussen twee evenementen : enorme tribunes waren opgebouwd, soldaten sleurden met tenten, er was een wedstrijd voor koperblazers geweest en er moest een openluchtmis komen.  Of was het omgekeerd? Of maakten ze ons wat wijs? Langs de kant van het Nationaal Historisch Museum waren de kasseien opgebroken en ik zag een grote zandbak. Komt er een bloemenperk? Of wordt er motorcross georganiseerd?  Een beetje geërgerd maar goed op tijd “stormden” we naar de toegang tot het mausoleum, bereid alles braafjes af te geven. “Gesloten” zei een bewaker met een veel te grote kepie. Waarom? Zo ver reikte zijn buitenlands niet en ons Russisch was al even slecht. Dààr moeten wij toch het fijne van weten!
Een lieve Russische tolk (specialisatie geschiedenis en Frans) gaf mij enkele dagen later het juiste antwoord :  Lenins gebalsemde lichaam krijgt elke vier jaar een chemisch bad.  En dat gebeurde nét nu.  ‘t Lijken de Olympische Spelen wel.  Men vraagt zich ook af of Lenin niet beter begraven wordt.  Daar werd in 2011 een referendum over gehouden zonder dat er een beslissing viel.  Men wil de laatste communisten niet voor de borst stoten, dus laat men de man liggen.  Feit is wél : op dat Rode Plein worden constant luidruchtige feesten georganiseerd en past dat wel bij het graf van wie ooit hun geliefde leider was ?
 
Onder die Kremlinmuren liggen trouwens nog andere grote figuren uit de USSR begraven, zoals Stalin, Brezhnev, Andropov, Gagarin ...  ook zij zouden wel eens moeten verhuizen.  We horen het wel in de nieuwsberichten.  Maar ik twijfel er sterk aan of dat nog tijdens mijn leven zal gebeuren ... en denk nu niet dat ik die laatste communist ben ...
 
Tekst en foto's : Tante Kato