Nieuwsbrief Nr. 72 - november 2012

Kovelswaarde Utrecht: een goed begin van de driedaagseeen eerste begraafplaats in Utrecht.


Iets na 14 uur maakten de “Figi’s”, zij die in hotel Figi in Zeist logeerden te weten Marie Claire & Edgard, Lin, Rina, Ria, Agnes en ondergetekende, hun opwachting aan de begraafplaats Kovelswaarde te Utrecht wegens de vele omleidingen. Daar stonden An en Dirk ons op te wachten om ons bij de rest, nl. Huub & Linda en Christine te voegen. Letteke Landeweer, beheerder van de Utrechtse begraafplaatsen, en Janne Kok, van het Utrechts archief en geïnteresseerd in het funeraire, waren onze gidsen. 
Letteke wees ons er op dat hier een spel van licht en donker was waar door stadsarchitect Nieuwenhuis bij de ontwerp in 1901 over nagedacht was. We stonden op een lichte plek en de randomgeving was donker. De oude plaat waar onder andere opstond dat het onder meer verboden was “om vogels trachten te vangen” werd behouden. 
Janne vertelde wat meer over Joanna van Woude die eigenlijk Sofie Junius heette. De namen van de boeken van de  schrijfster van onder andere “Een Hollands binnenhuisje” stonden op het graf vermeldt. Janne wist ook nog dat haar verhalen in schril contrast stonden met haar slecht huwelijk. Ze verliet haar man, keerde nog één keer terug maar haar echtgenoot joeg haar het huis uit en betichtte haar van vergiftiging. Er kwam een proces maar Sofie werd vrijgesproken wegens gebrek aan bewijzen. Hier wees Letteke ons op het contrast: een donkere kastanjelaan met een lichte omgeving. 
Heukels was actief tijdens de oorlog. Op de bronzen plaat “hun zwijgen redde het vaderland” met Domtoren, vliegtuigen, parachutes, brug, telegraafdraden en een draak symbool voor Duitsland. Onderaan handen die elkaar iets geven: een brievenbus, een telefoonhoorn. Een treurende vrouwenfiguur op het graf Robijn. Een eigenaardigheid, de ‘zerkjes’ dachten aan een voorlopige grafkelder, bleek de laatste rustplaats van Anthonie Begeer e zijn. Hij was edelsmid en directeur van de Utrechtse Zilverfabriek. van Kuijk, voorzitter van de Utrechtse Provinciale Voetbalbond, kreeg een, ondertussen beschadigde, voetbal op zijn graf. 
Een origineel graf, baksteen en bronzen plaat, siert het graf van Julsing, kandidaat notaris en een onecht kind, dixit Janne. Jan Abraham Jonker was predikant. 
Cris Agterberg stierf amper twee jaar oud. Zijn vader was beeldhouwer en maakte het graf en hij ligt hier ook begraven. Toen merkte ons An op … dat we bij het eigenlijke graf van de eerder geciteerde Begeer stonden … aan de voorzijde deze keer. We hadden een A. Ha belevenis. 
Via het graf van Hennie De Man kwamen we bij een recent gedeelte waar Letteke ons wist te vertellen dat er ook een foetusweide was. Ze wees ook op iets dat wij niet kennen: een systeem van negen vakjes waar in elk vak een foetus van minder dan 24 weken begraven wordt. Zijn de negen vakken vol, dan verhuist het systeem enkele meter verder. Op de eerste plek wordt gras gezaaid. Dus binnen afzienbare tijd is de plek niet meer waarneembaar en zit men met een vorm van ‘anoniem begraven’. 
Louwrens Penning was calvinistisch journalist en auteur. Hij schreef boeken over Zuid Afrika en de Boerenoorlog. Het monument is in de stijl van de Amsterdamse School met inktpot met, geknakte, ganzenveer. Johannes Tehupeiory was arts en schrijver. In 1907 trok hij met zijn broer naar Nederland waar hij geneeskunde studeerde aan de Amsterdamse Universiteit. Hij overleed enkele maanden later door een gasverstikking. Een heuse brug troffen we aan bij Luit Blom was actief bij het Werkspoor en vlakbij verscholen achter veel te grote bomen, weg die handel!, de Weer - Van Hüte en vakbondsman in een monument met een grote hand met fakkel. 
Dan togen we nog langs bij de ‘Hamburgerkens', zoals volgens onze gidsen de Utrechtenaren hen noemden. Eigenaars van een Lood- en Zinkpletterij. Zoals uit het monument blijkt het een Joodse familie te zijn. Vlakbij troffen we nog een mooi modern graf voor een Hamburger aan. Jan Van Huijkelom was waarschijnlijk dirigent. Hij kreeg een prachtig monument. Onze tocht eindigde in de aula uit dezelfde periode als de begraafplaats. Letteke wees ons nog op de prachtige ingangslaan die, tot vóór enkele weken, heel symmetrisch was met twee gigantische buxussen. Bij het afbranden van het gras ging het fout want ook de hele buxus ging mee in de fik. De eerste kennismaking met een Utrechtse dodenakker was, laat ons het zo stellen, een leuke opwarmer.   
Jacques Buermans
Foto’s: Ria Vaes en Christine Sanberg