Nieuwsbrief Nr. 72 - november 2012

Eeklo: ook belangstelling van niet-leden23 deelnemers, een succes.


De rondleiding op de begraafplaats van Eeklo op 22 september 2012 kon op heel wat belangstelling rekenen. Onze vaste kern Grafzerkjes gaf zoals altijd present, een intensieve mediacampagne lokte naast een paar Eeklonaren ook een flinke delegatie van het instituut Sint-Lutgardis uit Zomergem. We telden 23 deelnemers.
Erik Overmeire, die vertelde dat hij geen professionele gids was, heeft zich uitstekend van zijn taak gekweten.
De begraafplaats is in gebruik sinds 1810. Het oudste gedeelte van de site wordt in twee gedeeld door een weg die van de straatzijde naar de grafkapel van ridder Stroo en het vroegere dodenhuisje loopt. Rechts zijn de graven (19de en vroeg 20ste eeuw) aangelegd volgens een formeel patroon op rechthoekige perken, aan de linkerzijde is de aanleg eerder schilderachtig. 
De muur van het kerkhof uit 1902 en 1925-26 is voorzien van een ijzeren hek van bouwkundige Serafien Smitz en uitgevoerd door aannemer Philibert Reychler. Bij het toegangshek, aan het begin van de hoofdlaan, werd in 1863 een monument in de vorm van een obelisk opgericht voor de “verdienstelijke Eekloonaren” uit de kunstwereld.
Ridder Stroo was burgemeester van Eeklo (1830-31 en 1836-46). Hij was een geïnspireerd mecenas en een strenge katholiek. Hij gaf vorm aan de Eeklose neogotiek en liet de Paterskerk en de kapel van de H. Hartkliniek bouwen. De grafkapel was bestemd voor hem zelf en voor de zusters van de H. Vincentius a Paulo. In opdracht van de zusters Kindsheid Jesu werd de kapel in 1991 gerestaureerd.
Edgard Van de Woestijne werd in 1916 gefusilleerd door de Duitsers en zou naar men zegt levend begraven zijn.
Het ereperk aan de straatzijde bevat onder meer het oorlogsmonument voor de gesneuvelden van de wereldoorlogen, met een stenen kruisbeeld met bronzen Christus van beeldhouwer Albert D’Havé en een door Pieter Van Deputte gesmede lauwerkrans met laurier, eikentak en papaver, rond een echte helm.
Eeklo is een stad van meubelmakers, brouwers en textielfabrikanten. Dat merk je aan de grafmonumenten.
 Het grafteken van de familie Daneels-Ecrevisse van de wolnijverheid en de juteweverij “India Jute Company” is  een monumentale arduinen pijler.
 Arthur Locufier (1871-1915) was schilder en smid. Hij was secretaris van de “Kunstbond” in Eeklo.
 Het graf van de familie De Clercq-Cornand, gemeenteontvanger, heeft de vorm van een hunebed, de grafplaat is versierd met een smeedijzeren krans.
Georges Van Damme-M.J. Boel, uit de metaalnijverheid, familie van de Boelwerf in Temse, ligt in een grafmonument met twee in een bakstenen muur ingemetselde grafplaten.
Op de graftombe van de familie H. Duvieusart, uit de textielnijverheid, prijkt een treurende bronzen vrouwenfiguur, gesigneerd C. Sarrabezolles. Iets verder het arduinen graf in rotswerk, ondertekend Jan Van  Damme, van Rudolf Strnikso van brouwerij Krüger.
Op het oude deel van de begraafplaats treffen we ook nog vijf zwart geschilderde gietijzeren grafkruisen aan.
In het midden van de begraafplaats valt een plensbui uit de hemel.  Uw verslaggever probeert potlood en papier droog te houden en onder een boom te schuilen, maar moet tenslotte zijn paraplu gaan halen en mist een stukje van de rondleiding.
In de hoofdgang staat het neogotisch monument van de familie Van Damme in de vorm van een arduinen pinakel, geflankeerd door zuiltjes bekroond met pinakels, luchtbogen en een kruis, en voorzien van neogotische opschriften.
We vermelden nog Desiré Steyaert-Heene (1874-1929), van het gelijknamige ijzerconstructiebedrijf met een stele in art deco met de bronzen reliëfportretten van het echtpaar, gesigneerd G. Van de Meersche en het monumentaal arduinen grafteken van de familie Euerard-Van Hoorebeke voorzien van een groot kruis met arduinen Christus.
Een pronkstuk is de bronzen figuur van een mediterende vrouw, gesigneerd G. Minne op het graf van Lina Van Damme van 1923.
De familie Van Hoorebeke-Huyghe van stokerij Van Hoorebeke, toont een engel getekend “Achille Canessa/Genova (Italia)”,
Aan de rechterkant van de begraafplaats bekijken we het graf van oud-burgemeester Lionel Van Damme (1876-1945), met een witmarmeren apocalyptische engel, getekend: “F. Bringiotti/ Genova 1948/ Italia”, een kopie van een befaamd grafmonument op Staglieno in Genua, hier geplaatst in 1948.
Polydoor Lippens (1810-1889) vond de elektrische bel uit. Graficus Luc Verstraete (1928-2008) rust onder een fraai gesigneerde grafplaat. 
Het monument van A. Baudts-Segers, textielnijveraar,  met treurende staande vrouwenfiguur in brons.
A. Goethals-Camu van het textielbedrijf “société Anonyme d’Eecloo”, met een bronzen vrouwenfiguur knielend aan een granieten sarcofaag, gesigneerd door het atelier van Ernest Salu in Laken, Een funerair topstuk.
Op 31 mei 1903 werd het gedenkmonument ter ere van Bernard Steyaert (1847-1902), onderwijzer, directeur van de muziekschool en stichter van het Willemsfonds, onthuld. Het monument, een ontwerp van Firmin Smitz, bestaat uit een obelisk bekroond door een bronzen borstbeeld van de hand van Karel Smitz. Een lier en lauriertak in gesmeed ijzer zijn van kunstsmid Pieter Van Deputte.
Het moderne geometrische graf van de familie Maenhout-Casteleyn is het bekijken waard.
Het eigen graf van Pieter Van Deputte-Van Damme is versierd met een korf met palmtak, rozen en papavers.
De beelden op het graf van Odette Meert zijn levensecht, de man leeft trouwens nog. Het kunstwerk is van de hand van Livia Canestraro.
Op het einde van de wandeling voerden An en co nog een paar welles-nietes discussies over Norga en andere Georges Minne’s, ik liet ze hun gang gaan.
Een mooie begraafplaats en een heel interessante funeraire wandeling. Proficiat Erik!
Voor wie er niet genoeg kan van krijgen: aan de overkant van de begraafplaats is de neogotische H. Grafkapel ook een bezoek waard.
Martin Demedts
 
Foto’s: Kris Bastiaen