Nieuwsbrief Nr. 71 - september 2012

Sarah, wij groeten u!een gigantisch verlies voor de mensen betrokken bij de dichtersrondleidingen.


Velen onder jullie weten dat ik rondleidingen op de begraafplaats Schoonselhof verzorg. Enkele keren per jaar is er ook de, intussen beruchte, ‘dichterswandeling’. Onder de titel “Dichters wij groeten u!” geef ik funeraire uitleg over de grafmonumenten van een aantal schrijvers en dichters die de begraafplaats bevolken. Sinds een vijftal jaren kan ik rekenen op de steun van de dames van de Academie voor Muziek en Woord van Hoboken om de rondleiding op te fleuren met een aantal gedichten. Lesgeefster Christine Ruttens kan steeds een beroep doen op haar ‘vaste kern’: Liesbeth, Sandra, Sarah en Heidi. Met wisselend succes maar steeds met het volle enthousiasme van ‘mijn dames’.
 
Dinsdag 14 augustus. Een telefoontje van Christine: “Ik heb slecht nieuws. Sarah is bevallen van een dochter Amelie. Nadien waren er complicaties en Sarah is niet meer!” Dat is even slikken. Ik, altijd een grote mond, weet even niet wat zeggen. Verdorie, is dit nu rechtvaardig? Verdomme, we zijn 2012 en een overlijden na een geboorte heeft iets van jaren terug!
 
Donderdag 16 augustus. Bij de post een kaartje met een lachende Sarah met de kleine Amelie op de schoot. Een overgelukkige mama lacht me toe. Dan weer de realiteit: die overgelukkige mama is niet meer. Weer even slikken: dit kan toch niet. Maar toch moet men verder. Sarah zou niet anders gewild hebben. Ik kende Sarah steeds als de vrolijkheid zelve. Ik herinner me haar als iemand die steeds haar gehoor kon bekoren zeker als het gedichtjes waren met een “ietwat ondeugende”, soms sarcastische, ondertoon: als een Gentse chichimadame in het gedicht “Alarm in Gent”  van Willem Elsschot of in “Quitte” van Gaston Burssens. Sarah had zichtbaar plezier in wat ze voordroeg.
 
Zaterdag 18 augustus. Een zomerse dag met een massa volk aan de ingang van de kerk. Onder hen Sandra, een collega ‘voordraagster’. Ze begroet me met “Ik heb de laatste dagen veel aan jou gedacht. Je eindigde steeds je rondleiding met “Ik hoop dat jullie er iets aan gehad hebben en ik wil jullie hier terug zien, alleen bij leven, anders niet”.” Op dat moment krijgen zulke woorden een heel andere betekenis. De eredienst was overladen met persoonlijke dingen: de broers en schoonbroers die de kist droegen; een prachtig lied van Herman Van Veen en eentje van Stef Bos; een getuigenis van ‘de meisjes’, haar vriendinnen; een gedicht van haar vriendinnen-voordraagsters en een gezongen gedicht “Spoken” van Sarah dat ze opdroeg aan de ‘liefde van haar leven’: Maarten. Na afloop ging iedereen te voet achter de lijkwagen naar ‘haar’ Schoonselhof. Ik maakte me de bemerking dat Sarah een glimlach niet zou kunnen onderdrukken wanneer ze zag dat ‘haar’ begrafenisstoet gevolgd werd door een sliert wagens die stapsgewijze dienden te volgen. Nadat de kist neergelaten werd droegen haar ‘collegae’ een gedicht voor. 
Sarah: het ga je goed waar je ook bent en ik ben ervan overtuigd dat je bij een volgende rondleiding met gedichten zult toekijken, hopelijk voldaan van wat de dames van de academie brengen maar anders zal je hen dat wel laten weten. Ik zal je in ieder geval niet gauw vergeten en denk nu al dat de eerstvolgende rondleiding er een gaat zijn met de krop in de keel maar gesteund door jou. Sarah: het was me een waar genoegen je ooit gekend te hebben.
.
Tekst  en foto : Jacques Buermans
Bisprentje mits toestemming van Maarten, Sarah Vandamme