Nieuwsbrief Nr. 71 - september 2012

Paul Van Ostaijen gevierd op 11 julischrijver in de bloemetjes gezet op de Vlaamse feestdag.


De stad Antwerpen had kosten noch moeite gespaard voor de 11 juliviering op de begraafplaats Schoonselhof: een prachtige grote tent stond opgesteld achter het kasteel, niet minder dan vijf gidsen (Jean Emile Driessens, Anne-Mie Havermans, ondergetekende, aangevuld met twee stadgidsen: Hugo Vereeck en Wim Snykers) werden aangezocht om rondleidingen te doen rond “Van Ostaijen en tijdgenoten”. Zelfs de stadstrommelaars stonden te blinken in hun hagelnieuw uniform en hadden blijkbaar enige “verjonging” ondergaan. Ook behoorden trompetters nu tot het korps.
Veel politici van divers pluimage vonden de weg, de ene al wat later dan de andere, naar de tent waar ze verwelkomt werden met een drankje. Tijdens zijn toespraak ging burgemeester Patrick Janssens dieper in op de geschiedenis van het grafmonument voor Van Ostaijen. Hij haalde ook aan dat op de gevel van het geboortehuis in de Lange Leemstraat een gedenkplaat werd aangebracht en dat een standbeeld (Minderbroedersrui) het stadsbeeld siert. De burgervader noemde Paul Van Ostaijen een stadsdichter avant la lettre. “Kunstenaars zoeken steeds de stad op, de stad fungeert als laboratorium”, zo stelde de burgemeester die er ook op wees dat Van Ostaijen graag buiten de lijntjes kleurde.
 
Daarna was het tijd voor een, heel erg korte, rondleiding. Iedere gids ging een kant uit. Ikzelf bezocht eerst de laatste rustplaats voor Alice Nahon, die ooit tot de vriendenkring van Van Ostaijen en de gebroeders Jespers behorende. Bij het graf Franck, een beeld van beeldhouwer Oscar Jespers, kon ik een link leggen met de beeldhouwer van het Van Ostaijenmonument. Op het ereperk ging ik langs de laatste rustplaats voor kunstcriticus Jozef Muls en schilder, schrijver en uitgever van het werk van Van Ostaijen: Gaston Burssens. Zij waren, samen met Jan Melis, de enigen die bij de begrafenis van Van Ostaijen aanwezig waren toen hij begraven werd in Miavoye-Anthée. Via de graven van Floris Jespers en Paul Joostens, vrienden van de grote dichter, bezocht ik het graf van René Victor, advocaat en de man die Van Ostaijen aan een baantje op het Antwerps stadhuis hielp. Vandaar terug naar het ereperk.
Jean Emile Driessens was de gastspreker van dienst. Hij citeerde de toenmalige burgemeester Lode Craeybeckx toen die zegde “drie maal begraven worden is niet iedereen gegeven”. Jean Emile vertelde dat Van Ostaijen eerst in Miavoye-Anthée begraven werd onder een houten kruis van de hand van Floris Jespers met als opschrift “hier rust de dichter van het eerste boek van Schmoll, Paul Van Ostaijen”. In 1932, vier jaar na zijn overlijden, werd de schrijver overgebracht naar Schoonselhof maar het duurde nog tot 1937 voor het grafmonument “de luisterende engel”, van de hand van Oscar Jespers, op het graf geplaatst werd. Uiteindelijk verhuisde Van Ostaijen in 1952 naar het ereperk van de begraafplaats. Jean Emile Driessens eindigde het eerste deel van zijn betoog met de woorden van Gaston Burssens: “naarmate je meer begraven werd, hoe meer je tot leven kwam”. In een tweede deel ging Jean Emile dieper in op het werk van Van Ostaijen. Na een bloemenhulde door onder meer de Antwerpse gouverneur Cathy Berx en burgemeester Patrick Janssens volgde de Vlaamse Leeuw. Slechts weinigen voelden zich geroepen om die mee te zingen. 
Nadien werden de talrijke aanwezigen nog vergast op een receptie met drankjes, broodjes en warme soep, ideaal tijdens dit winterse weer. Acteur Tom Van Bauwel kreeg assistentie van een saxofonist/fluitist om het levensverhaal van Paul Van Ostaijen, opgefleurd met een aantal van de bekendste gedichten van de schrijver, te vertolken.
 
Jacques Buermans
 
Foto’s: Rina Reniers