Nieuwsbrief Nr. 70 - juli 2012

Geslaagd funerair dagje in Bruggetentoonstelling “de treurenden” en Sint Salvatorkathedraal.


In de voormiddag meldden 19 personen zich om in het Sint Janshospitaal de tentoonstelling “de treurenden” te bezoeken. Ook enkele niet-leden van onze vzw Grafzerkje maakten het gezelschap compleet. Ons lid Kurt Götze verwelkomde ons en vertelde wat over het Sint Janshospitaal dat in de 12de eeuw al een centrum voor gezondheidszorg was en dit bleef tot in de jaren ’70 van vorige eeuw. Hij wees ons op het feit dat de originele straat 2 meter lager was. In het Sint Janshospitaal bezochten we eerst de vaste collectie. Kurt toonde ons een schilderij waarop een kerkhof stond en waar, dixit de gids, Baekelandt de leider van de roversbende in 1804 als een der laatsten werd begraven. In Limburg zijn uiteraard veel brave zielen maar daar hadden ze nog nooit van Baekelandt gehoord en Kurt verduidelijkte dat het een struikroversbende was met minder nobele bedoelingen dan Robin Hood. Lodewijk Baekelandt werd ter dood veroordeeld en op de Brugse Grote Markt onthoofd. We stonden ook stil bij het Sint Ursulaschrijn van Hans Memlinc. 
De treurenden dan, volgens An: de bleiters. Het zijn een 40-tal albasten beeldjes van rouwenden kartuizersmonniken afkomstig van het praalgraf van de Bourgondische hertog Jan zonder Vrees en zijn echtgenote Margaretha van Beieren, afkomstig van het Musée des Beaux Arts in Dijon. Het praalgraf kwam tot stand tussen 1443 en 1470 en de beeldjes zijn van de hand van twee beeldhouwers Juan de la Huerta en Antoine Le Moiturier. Meer dan de moeite waard en een aantal “zerkjes” hadden al vlug hun keuze gemaakt.
 
Een drieluik van de hand van Hans Memlinc kreeg de nodige aandacht van onze gids. Hij vertelde dat het Johannes de Doper en Johannes de Evangelist voorstelde met afbeeldingen van de Heilige Katharina, afgebeeld met rad, en de Heilige Barbara, met een toren op de achtergrond. Een detail: achteraan een kraan met enkele broeders ernaast. Kurt verduidelijkte: de broeders bezaten het alleenrecht om wijn te vergieren. Vergieren betekent “meten met de roede”. De broeders van het Sint-Janshospitaal hadden (als vorm van gewaarborgd inkomen) het alleenrecht in Brugge om de wijnvaten te 'vergieren', de inhoud te peilen/meten. Op de bovenverdieping zagen we nog een reeks van 101 foto’s van mannen, vrouwen en kinderen van enkele maanden tot 100 jaar oud van de Duitse fotograaf Hans-Peter Feldmann en enkele prachtige werken van de Zwitser Alberto Giacometti.
 
15 “zerkjes” genoten van een voortreffelijk middagmaal. Met ons lid Johan Duyck als gids togen we naar de Sint Salvatorskathedraal. Johan wees ons al direct op de nabijheid van twee kerken: de OLV-kerk behoorde toe aan de heerlijkheid Sijsele en Salvator aan de heerlijkheid Snellegem. Aan het voormalige kerkhof vertelde Johan (063) dat een aantal jaren geleden een gigantische kunstroof plaatsvond. Enkele inbrekers hadden zich weken gemengd onder de arbeiders die het kerkhof renoveerden. Zij zaagden de ijzeren staven van een beveiligingshek door en lieten zich insluiten. 
De toren van de Sint Salvator is 80 meter hoog en men is er bezig met een grondige restauratie. Heel veel kunstwerken zijn afkomstig van de, verdwenen, Sint Donaaskathedraal. Bij het binnentreden zagen we al onmiddellijk de vele restaurateurs aan het werk. Johan Duyck wees ons op de wapenschilden van het kapittel van 1488. Indien een koord boven het wapenschild te zien is, was de persoon reeds overleden bij de vergadering van 1488. Bij een zware grafplaat vertelde Johan dat die gebruikt werd om de steunberen te ondersteunen. 
Vlakbij een epitaaf ter ere van Jean Robert Calloigne, beeldhouwer. Hij werd begraven … op Sint Willebrordus te Antwerpen. Het moeten niet altijd Gentenaars zijn. We konden een aantal prachtige wandtapijten bewonderen uit de tijd van kardinaal van Susteren. Volgens Johan was dit de zonnekardinaal. We zagen onder andere “de wonderbare visvangst”. Twee praalgraven: die voor voornoemde kardinaal van Susteren (1668 – 1742) en die voor kardinaal de Castellion (1680 – 1753), naast een epitaaf voor Van Huerne.
Een aantal obiits van belangrijke Brugse families hingen hoog in de Salvator. Eén viel op. Johan vertelde dat bij het overlijden van een lid van de Koninklijke familie ook een obiit werd gemaakt. Zo ook voor de, in 1905, overleden prins Filip. Men deed hier aan “recyclage” want bij het overlijden van prinses Astrid in 1935 werd van de oorspronkelijke “0” een “3” gemaakt. De schoenmakerskapel, in volle restauratie, viel; op door de laarzen aan weerszijden van het altaar. Wat verder het albasten, Johan versprak zich met “asbesten”, graf voor Jean Carondelet en het schrijn van Karel de Goede en het zilveren schrijn voor Sint Elooi van de hand van Jan Crabbe. 
Johan had voor mekaar gekregen dat de restaurateurs de deuren openden zodat we de prachtige 14de eeuwse grafkelders konden bewonderen. Het bezoek eindigde in de schatkamer met enkele prachtige grafplaten met als “topper” de grafplaat van Jacob Schelewaerts, doctor in de theologie aan de universiteit van Parijs en docent in Leuven. De plaat werd bekostigd door zijn leerlingen en zij werden ook afgebeeld op de grafplaat. We hadden toch weer enorm veel bijgeleerd en sloten deze leuke dag af met een drankje.
Jacques Buermans
 Foto’s: Rina Reniers en Johan Duyck