Nieuwsbrief Nr. 69 - juni 2012

Van kruis tot ouroboros, en nog wat verderondanks de regen toch nog wat belangstelling.


Negen personen trotseerden het rotweer om de rondleiding van Eveline Wagemans bij te wonen. Als bij wonder hield het op met regenen toen Eveline haar betoog startte. “Van kruis tot ouroboros” was de titel. Vooraleer ons met symbolen te overladen kwam er al een vraag van een van de aandachtige toehoorders om even te vertellen hoe al die oude graven op Schoonselhof terecht kwamen. Eveline specifieerde dat een aantal monumenten van Sint Willebrorduskerkhof aan de Antwerpse Kerkstraat en van Sint Laurentiuskerkhof kwamen en dat het merendeel van die oude graven eerst op Stuivenberg en of de Kielbegraafplaats lagen. Het kruis symboliseert het gedachtengoed van de overledene maar soms ook van de familie. Ook klimop, de eeuwig groene plant en toortsen die een graftuin vormen. Wat verder de afgeknotte zuil, een jong of plots afgebroken leven, met een vijfpuntige ster symbool voor de vijf wonden van Christus. 
De foto met daarrond een bloemenkrans. Na het symbool de eikenkrans en de pleureuse wees Eveline ons op een graf met een dubbel kruis met de goudbloem en een Christusbeeldje met doornkroon. Ze wees ons ook op een graftempel met zuilen een afgedekte urne: het afdekken van het leven, en vooraan een obelisk. Vrijmetselaars hanteren de passer en de winkelhaak. Hele mooie voorbeelden van uiteenglijdende handjes: het onderscheid tussen de man en de vrouw is zichtbaar aan de mouwen. Op het grafmonument voor militair Verbeeck zien we veel heraldische symbolen. De alfa en de omega, eerste en laatste letter van het Griekse alfabet wijzen op begin en einde. Op het graf Wilms een prachtige, weliswaar door de elementen erg gehavende, porseleinen krans met treurende vrouwenfiguur. Schoeller heeft ook veel heraldiek op zijn grafmonument. Dan langs een rij gigantische grafmonumenten: Pecher, Herremans met de engel die voor een op een kier staande deur staat, en Lux passeerden de revue. Een engelfiguur op Victor Vandael, amper zes jaar oud. Tinchant, sigarenfabrikant, kreeg een beeld met een verrijzenis van Christus op zijn laatste rustplaats. Veel symboliek ook bij Lissnyder met onder andere “geloof, hoop en liefde”. Maria ’s Heeren, het verhaal van het meisje dat in de lichtstoet van 1902 omkwam is door al onze leden wel bekend zeker omdat onze vzw Grafzerkje dit monument in peterschap heeft en Leen dit keurig verzorgt. 
De Bom heeft een putti op zijn graf en een alfa en omega. Baelde kreeg een sarcofaag: hier rust een belangrijk iemand. Bij Thieren - Winders wees Eveline ons op de duif met de palmtak in de bek, een vredessymbool, en het olielampje, of was het toch een bootje? 
Op perk Z1 begonnen bij het monument voor het algemeen stemrecht. Ik denk dat dit aan bod kwam tijdens elke rondleiding van de Week van de Begraafplaatsen. Buyck bezit een bidkussen, een eerbetoon ten overstaan van de overledene. Louis stierf amper drie jaar oud: zijn speelgoed staat op zijn grafmonument. De olielamp en de gevleugelde zandloper vinden we op het graf van Lynen. Bij het graf van Bracht, met onder andere de vermoorde baron Victor Bracht, wees Eveline Wagemans ons op de rij Duitse kooplieden die in de helft van de 19de eeuw Antwerpen groot maakten met namen als Kreglinger, Osterrieth en andere Webers. Dan gingen we naar het monument Dumont, de toekomstige laatste rustplaats van ondergetekende, en de affiche voor de Week van de Begraafplaatsen sierend. Dit wordt zo stilaan het meest gefotografeerde graf van de begraafplaats. Ik zal er eens een spaarvarken zetten zodat de nodige gelden kunnen voorzien worden voor de aankoop van plantjes. Coquilhat, volgens Eveline staat naast de ontdekkingsreiziger Camille zijn collega Stanley maar onze Gentse specialist ter zake zal dit zeker wel betwijfelen en ik denk ook dat de tweede persoon Casimir, vader van Camille is. Mielants kreeg een mooi monument van de hand van Remi Cornelissens verwijzend naar Kindervreugd, de organisatie die Mielants mee stichtte. Arthur Cornette junior was conservator van het Museum voor Schone Kunsten. Alle “schone kunsten” staan op zijn graf. Allewaert was schepen van onderwijs toen de Froebelklassen in voege kwamen en kreeg, naast symbolen die verwijzen naar de elementen waar die kleuters al spelend mee leerden, ook expliciet een vijfpuntige ster verwijzend naar de vrijmetselarij. Bij “probleemgeval” Lies, wanneer schiet Monumenten & landschappen eens wakker?, vertelde Eveline dat overschilderen geen goede zaak was, een licht understatement. Het grafmonument Kets troffen we de ouroboros aan: de slang die in haar eigen staart bijt en symbool voor het eeuwige leven aan. De slang vervelt om de zeven jaar. Bij de ouroboros dachten we aan het eind van de rondleiding te zijn maar Eveline zette ons op het verkeerde been want zette haar weg voort langs actrice Julie Verstraete. De ramp Corvilain was het laatste monument waar Eveline de nodige toelichtingen bij gaf op perk Z1. 
Eindigen deden we op perk U met het graf voor vrijmetselaar en journalist Harry Peters. Dousselaere, actief in een bureau voor weldadigheid, had zichzelf een gigantisch monument cadeau gedaan. Naast een palmtak, de uil met gespreide vleugels zagen we ook een, kleine, sarcofaag. Bij oppermeester Isidore Eyermans zagen we weer de winkelhaak voor de passer en op de winkelhaak de naam van de loge waartoe hij behoorde. Eveline Wagemans wees ons op de jaartallen: 5826 en 5890. Vrijmetselaars tellen vanaf het jaar 4000. Dus Isidore werd geboren in 1826 en overleed in 1890. 
Nat tot aan onze knieën maar heel veel wijzer geworden toog het gezelschap naar drogere oorden. Deze laatste rondleiding stond wel symbool voor alle Antwerpse rondleidingen: veel minder belangstelling dan vorig jaar en mijn inziens volledig te wijten aan het gebrek aan informatie vanwege de diverse media. In 2011 konden we 178 mensen begroeten op acht rondleidingen of voordrachten terwijl in 2012 voor hetzelfde aantal rondleidingen slechts 90 geïnteresseerden hun opwachting maakten. Maar ik vind dat de afwezigen eens te meer ongelijk hadden. Wie de moeite deed om te komen, heeft zeker veel bijgeleerd, als is het maar door de verschillende invalshoeken van waaruit de rondleidingen of de voordrachten gegeven werden.
 
Jacques Buermans
 
Foto’s: Leen Otte